20 februari 2015

Alexander 'Sandy' Whitelaw


84, Parijs, 20 februari, longkanker

Brits regisseur, acteur en filmvertaler. Geboren in Londen als zoon van een Schotse officier, opgeleid in Zwitserland, Cambridge en aan Harvard. Productieassistent in Hollywood, daarna literair agent en vertegenwoordiger van United Artists in Londen. In 1972 lukte het Whitelaw internationale financiering te vinden (door een genereuze Franse computerondernemer, die 300.000 dollar doneerde) voor zijn regiedebuut, de grotendeels in Nederland opgenomen gerontologische sciencefiction-thriller Lifespan (1975).  Whitelaw had voor Nederland gekozen omdat je alleen daar acteurs kunt vinden die goed Engels spreken met een intrigerend accent. Achteraf is de film wel vergeleken als een voorloper van het oeuvre van David Cronenberg. De hoofdrollen waren voor Hiram Keller, Tina Aumont en Klaus Kinski, maar in de door Hans Kemna samengestelde cast treffen we ook onder meer aan Fons Rademakers, Eric Schneider en Frans Mulder. De organisatie lag in handen van associate producer Matthijs van Heyningen, diens eerste proeve van bekwaamheid. Camerawerk was van Eddy van der Enden, decors van Dick Schillemans, montage van Jan Dop en August Verschueren, regie-assistentie Olga Madsen en Eva van der Voort.
 Later regisseerde Whitelaw nog de Amerikaanse thriller Vicious Circles (met Ben Gazzara; 1997), maar hij werkte vooral in Frankrijk, als de bekendste Engelse ondertitelaar van Franse films. Ook speelde hij rollen in films als Vincent mit l’âne dans un pré (Pierre Zucca, 1975), Der amerikanische Freund (als arts in Parijs; Wim Wenders, 1977), Robert et Robert (Claude Lelouch, 1978), La tortue sur le dos (Luc Béraud, 1978), Lady Oscar (Jacques Demy, 1979), Beau-père (Bertrand Blier, 1981), Tout feu, tout flamme (Jean-Paul Rappeneau, 1982), Enigma (Jeannot Szwarc, 1983), de korte erotische muziekfilm Pourvu qu’elles soient douces – Libertine II (met Mylène Farmer; Laurent Boutonnat, 1989), als Mr. Fox in De battre mon coeur s’est arrê(Jacques Audiard, 2005) en Au galop (Louis-Do de Lencquesaing, 2012).

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen