30 juli 2014

Robert Drew


90, Sharon CT, 30 juli, bloedvergiftiging

Amerikaans journalist, documentaireregisseur en –producent. Documentairemaker Michael Moore zei eens: ‘’De moderne kunst heeft Picasso, rock’n’roll heeft Bill Haley en de documentaire heeft Robert Drew.” Inderdaad is Drew de grondlegger van wat in Amerika ‘direct cinema’ heet, het met wendbare apparatuur betrappen van de werkelijkheid, in een spannende montage verteld als verhaal, zonder deskundig commentaar of andere externe duiding. Oorspronkelijk was Drew journalist bij het tijdschrift Life, dat hem in 1945 aannam, nadat de voormalige gevechtsvlieger een overtuigende reportage had geschreven over zijn opleiding tot straaljagerpiloot. In 1955 studeerde Drew Drew met een speciale beurs een jaar aan Harvard om te onderzoeken hoe je de dan gebruikelijke documentaire vorm minder saai zou kunnen maken. Drew concludeerde dat de sleutel lag in gebruik van tot dan toe nog nauwelijks bestaande lichte 16mm-camera’s en dito geluidsapparatuur. Hij drong erop aan dat zijn werkgever de productie van zulke apparatuur financieel zou bespoedigen en pleitte ook voor een andere manier van vertellen in documentaires., als een ‘’theater van de werkelijkheid.” Een eerste experiment in die richting was de korte documentaire Weightless (1958) over de training van astronauten. Drew overreedde zijn uitgever Tine Inc. om te investeren in een productiemaatschappij van een nieuw soort documentaires. Drew Associates bestond als energiecentrale van een vernieuwd medium feitelijk slechts drie jaar (1960-63) maar produceerde een ongeëvenaard aantal invloedrijke documentaires, gemaakt door een team van makers die de komende halve eeuw het gezicht van de direct cinema zouden blijven: Richard Leacock. D.A. Pennebaker, de broers David en Albert Maysles. Als eerste project koos Drew voor een door hemzelf geregisseerd en geproduceerd project over de campagne van de jonge, onbekende senator John F. Kennedy tijdens de Democratische voorverkiezingen in Wisconsin. Ook als Kennedy niet een jaar later tot president zou zijn gekozen, was Primary (Drew, 1960) een revolutionaire film, zoals niemand er nooit een eerder gezien had (al is het idioom van de beweeglijke, voyeuristische cameravoering en het rauwe geluid inmiddels zo gemeengoed geworden, dat we ons nauwelijks meer kunnen voorstellen dat het toen baanbrekend was).
Tot de overige, veelal in eerste instantie door televisie uitgezonden documentaires van Drew Associates behoren Yanki, No! (over de Cubaanse revolutie; Drew, 1960),  Adventures on the New Frontier (over Kennedy in het Witte Huis; Leacock, A. Maysles, Pennebaker en Kenneth Stilson, 1961), Jane (over de jonge toneelspeelster Jane Fonda; Pennebaker, 1962), Crisis: Behind a Presidential Commitment (over de confrontatie tussen Kennedy en George Wallace, gouverneur van Alabama, over de burgerrechten; Drew, 1963),
The Chair (over de doodstraf; Drew, 1963) en het korte Faces of November (over de rouw om Kennedy; Drew, 1964). Al dan niet toevallig viel na de moord op president Kennedy ook Drew Associates uiteen, maar de naamgever bleef documentaires produceren, bij voorbeeld: The Man Who Dances: Edward Villella (Mike Jackson, 1968), The Sun Ship Game (over zweefvliegen; Drew, 1971), On the Road with Duke Ellington (Drew, 1974), From Two Men and a War (tevens montage en hoofdpersoon; Drew, 2005) en de compilatie A President to Remember: In the Company of John F. Kennedy (Drew, 2008). Drew vertelt in beeld in de documentaires Cinéma Vérité: Defining the Moment (Peter Wintonick, 2000), The Camera That Changed the World (Mandy Chang, 2011) en Ricky on Leacock (jane Weiner, 2012).

Harun Farocki


70, nabij Berlijn, 30 juli, natuurlijke dood

In Sudetenland, het huidige Tsjechië, geboren Duits filmmaker, docent, fiomtheoreticus en scenarioschrijver,  met een Indiase vader en Duitse moeder, eigenlijk Harun El Usman Faroqhi. Toonaangevend maker van beeldessays. Groeide op in India en Indonesië, studeerde film in West-Berlijn (1966-68). Onder invloed van Bertolt Brecht en Jean-Luc Godard maakte Farocki een negentigtal, veelal korte films, die je zou kunnen kenschetsen als experimentele documentaires. De meeste aandacht kreeg zijn essay over de mediaverslaggeving van de val van Ceausescu, Videogramme einer Revolution (1991).
Meer nog dan zijn films maakten zijn gedachten indruk, over de invloed van beelden. Hij doceerde onder meer in Berkeley (1993-98), in Berlijn en aan de Akademie der bildenden Künste in Wenen. Bekendste werken op film en video: Nicht löschbares Feuer (1969), Die Teilung aller Tage (1970), Zwischen zwei Kriegen (1978), Jean-Marie Straub und Danièle Huillet bei der Arbeit an einem Film nach Franz Kafkas Romanfragment “Amerika” (1983), Bilderkriege (1987), Bilder der Welt und Inschrift des Krieges (1989), Leben – BRD (1990), Erkennen und Verfolgen (2003), Memories (segment Respite, 2007), Zum Vergleich (2009) en Sauerbruch Hutton Architekten (2013). Ook auteur van tentoonstellingen, zoals Kino wie noch nie (samen met zijn vrouw Antje Ehmann; Wenen, 2006) en installaties, bijvoorbeeld Deep Play (Documenta Kassel, 2007).
Schreef samen met de regisseur scenario’s voor speelfilms als Die innere Sicherheit (Christian Petzold, 2000), Gespenster (Petzold, 2005), Barbara (Petzold, 2012) en Phoenix (Petzold, 2014). Acteur in Klassenverhältnisse (Huillet en Straub, 1984). De korte film What Farocki Taught (jill Godmilow, 1998) is aan hem opgedragen en bevat een Engelstalige shot voor shot remake van Nicht erlöschbares Feuer (over gebruik van napalm in de Vietamoorlog).

28 juli 2014

Yvette Lebon


103, Cannes, 28 juli, natuurlijke dood

Frans actrice, geboren als Simone Lebon. Grote ster voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog, toen ze de minnares was van Jean Luchaire, vooraanstaand journalist die collaboreerde met het Vichy-regime. Werd na enig figuratiewerk gecast voor een van de hoofdrollen, tegenover Josephine Baker en Jean Gabin, in Zouzou (Marc Allégret, 1934). Onder meer in het door Colette geschreven Divine (Mx Ophüls, 1935), Michel Strogoff (Jacques de Baroncelli en Richard Eichberg, 1936), tegenover Tino Rossi in Marinella (Pierre Caron, 1936), Les mariages de Mademoiselle Lévy (top-billed; André Hugon, 1936), tegenover Danielle Darrieux in Abus de confiance/Misbruik van vertrouwen (Henri Decoin, 1937), Gibraltar (Fedor Ozep, 1938), L’homme qui cherchait la vérité/De man die de waarheid zocht (Alexandre Esway, 1940), Romance de Paris (tegenover Charles Trenet; Jean Boyer, 1941), Le destin fabuleux de Désirée Clary (Sacha Guitry, 1942),
Paméla (Pierre de Hérain, 1945), Monsieur Grégoire s’évade (Jacques Daniel-Norman, 1946), La boia di Lilla/Milady et les Mousquetaires (Vittorio Cottafavi, 1952), Il cavaliere di Maison Rouge (Cottafavi, 1954), Sophie et le crime (Pierre Gaspard-Huit, 1955), Maruzzella (Luigi Capuano, 1956), Il sepolcro dei re/La Vallée des Pharaons (Fernando Cerchio, 1960), als Juno in Ulisse contro Ercole (Mario Caiano, 1962), La máscara de Scaramouche (Antonio Isasi-Ismendi, 1963), en tegenover Curd Jürgens in Cannabis/Het speelgoed van de duivel (met Serge Gainsbourg en Jane Birkin; Pierre Koralnik, 1970). Gescheiden van haar frequente tegenspeler Roger Duchesne, weduwe van de Amerikaans-Belgische producent Nat Wachsberger. Moeder van producent Patrick Wachsberger.

23 juli 2014

Dora Bryan


91, Hove (East Sussex), 23 juli, natuurlijke dood

Engels actrice, pseudoniem van Dora May Broadbent.  Lange carrière in theater, film en televisie. Zal vooral herinnerd worden als de alcoholistische moeder van Rita Tushingham in het kitchen sink-drama A Taste of Honey (Tony Richardson, 1961). Maakte na figuratie in Odd Man Out (Carol Reed, 1947) officieel filmdebuut in Fallen Idol (Reed, 1948). Talloze rolletjes als prostituee, dienstbode, soldaat, straatmadelief of  kasteleinse.
Onder meer in The Cure for Love (Robert Donat, 1949), The Blue Lamp (Basil Dearden, 1950), No Trace (John Gilling, 1950), Traveller’s Joy (Ralph Thomas, 1950), The Quiet Woman (Gilling, 1951), Circle of Danger (Jacques Tourneur, 1951), Scarlet Thread (Lewis Gilbert, 1951), Lady Godiva Rides Again (Frank Launder, 1951), High Treason (Roy Boulting, 1951), Time, Gentlemen, Please! (Gilbert, 1952), Old Mother Riley Meets the Vampire/Dracula’s Desire (Gilling, 1952), Gift Horse (tegenover Richard Attenborough; Compton Bennett, 1952), Miss Robin Hood (John Guillermin, 1952), Made in Heaven (John Paddy Carstairs, 1952), The Ringer (Guy Hamilton, 1952), Women of Twilight/Huis der verloren vrouwen (Gordon Parry, 1952), als prostituee in Street Corner/Both Sides of the Law (Muriel Box, 1953),
The Fake (Godfrey Grayson, 1953), The Intruder (Hamilton, 1953), Fast and Loose (Parry, 1954), You Know What Sailors Are (Ken Annakin, 1954), The Crowded Day (Guillermin, 1954), Mad about Men (R. Thomas, 1954), As Long As They’re Happy (J. Lee-Thompson, 1955), The Cockleshell Heroes/Operatie Kajak (José Ferrer, 1955), You Lucky People (Maurice Elvey, 1955), Child in the House (Cy Endfield, 1956), The Green Man (Robert Day, 1956), The Man Who Wouldn’t Talk (Herbert Wilcox, 1958), Carry On Sergeant (Gerald Thomas, 1958), Operation Bullshine (Gilbert Gunn, 1959), Desert Mice (Michael Relph, 1959), The Night We Got the Bird (Darcy Conyers 1961), een hoofdrol in The Great St. Trinian’s Train Robbery (Launder en Sidney Gilliat, 1966), The Sandwich Man (Robert Hartford-Davis, 1966), tegenover Cliff Richard in het stichtelijke Two a Penny (James F. Collier, 1970), Hands of the Ripper (Peter Sasdy, 1971), Up the Front (Bob Kellett, 1972), Apartment Zero (Martin Donovan, 1988) en MirrorMask (Dave McKean, 2005). Schreef autobiografie According to Dora (2007), vernoemd naar haar gelijknamige tv-serie (1968-69).

19 juli 2014

John Fasano


52, Los Angeles, 19 juli, in zijn slaap

Amerikaans scenarioschrijver, producent en regisseur. Begon als maker van industriële opdrachtfilms en afficheontwerper. Regisseerde enkele low-budget horrorfilms: Rock ‘n’ Roll Nightmare (1987), Black Roses (tevens productie; 1988) en The Jitters (tevens productie; 1989). Zou later meer succes hebben als (co)scenarist van mainstream Hollywoodproducties: Another 48 Hrs. (Walter Hill, 1990), Universal Soldier: The Return (met Jean-Claude Van Damme; Mic Rodgers, 1999), Megiddo: The Omega Code 2 (Brian Trenchard-Smith, 2001), Darkness Falls (tevens productie; Jonathan Liebesman, 2003) en het Zuid-Afrikaanse Sniper: Reloaded (Claudio Fäh, 2011). Ook produceerde hij Rapid Fire (Dwight H. Little, 1992). Speelde rolletjes in horrorfilms als Blood Sisters (Roberta Findlay, 1987), Zombie Nightmare (Jack Bravman, 1987) en Irving (Jason Bloom, 1995). Een scenario naar Erich von Dänikens non-fiction bestseller Waren de Goden kosmonauten? is in productie onder de titel The Chariots of the Gods.

James Garner


86, Los Angeles, 19 juli, hartinfarct
Amerikaans acteur en producent, eigenlijk James Scott Bumgarner. Charmante Hollywoodster, die een stevige, mannelijke uitstraling paarde aan een permanent ironische ondertoon. Veel van zijn rollen zijn  gemodelleerd naar het personage van een pokeraar in het Wilde Westen, dat zijn eerste succes werd, in de tv-serie Maverick (1957-62, vervolg Bret Maverick 1981-82). Hij kreeg een Oscarnominatie als beste acteur voor de rol van de drogist die Sally Field het hof maakt in Murphy’s Romance (Martin Ritt, 1985) en imponeerde ook tegenover Julie Andrews in de travestiekomedie Victor/Victoria (Blake Edwards, 1982).
Afkomstig uit Oklahoma. Zeeman en Korea-veteraan, begon als figurant en souffleur op Broadway. Daarna kleine rollen op tv en in commercials, resulterend in een contract bij Warner Bros. Filmdebuut in Towards the Unknown (Mervyn LeRoy, 1956). Daarna voor Warner onder meer in The Girl He Left Behind (David Butler, 1956), Sayonara (Joshua Logan, 1957), voor het eerst top-billed in de titelrol van Darby’s Rangers (William A. Wellman, 1958), Up Periscope (top-billed; Gordon Douglas, 1959) en top-billed tegenover Natalie Wood in Cash McCall (Joseph Pevney, 1960). Het contract met Warner werd na een rechtszaak beëindigd en Garner besloot later onafhankelijker te worden door een eigen productiemaatschappij te beginnen, Cherokee, die in veel van zijn films en televisiewerk een aandeel had. Na de Warner-periode speelde Garner in films als The Children’s Hour (als verloofde van Audrey Hepburn; William Wyler, 1961), de komedie Boys’ Night Out (Michel Gordon, 1962), tegenover Steve McQueen in The Great Escape (John Sturges, 1963), tegenover Doris Day in The Thrill of It All (Norman Jewison, 1963), The Wheeler Dealers (Arthur Hiller, 1963), Move Over, Darling (tegenover Day; Gordon, 1963),
The Americanization of Emily (top-billed tegenover Andrews; Hiller, 1964), 36 Hours (top-billed; George Seaton, 1965), The Art of Love/De kunst van het liefhebben (Jewison, 1965), A Man Could Get Killed (top-billed tegenover Melina Mercouri; Ronald Neame en Cliff Owen, 1966), Duel at Diablo (top-billed; Ralph Nelson, 1966), top-billed als titelheld met geheugenverlies in Mister Buddwing (Delbert Mann, 1966), Grand Prix (top-biled; John Frankenheimer, 1966), top-billed als Wyatt Earp in Hour of the Gun (Sturges, 1967), top-billed in The Pink Jungle (Mann, 1968), How Sweet it Is! (top-billed; Jerry Paris, 1968), top-billed in de titelrol van de succesvolle komische western Support Your Local Sheriff! (Burt Kennedy, 1969) en het vervolg Support Your Local Gunfighter! (Kennedy, 1971), top-billed als Marlowe (Paul Bogart, 1969),
A Man Called Sledge (top-billed; Vic Morrow, 1970), Skin Game (top-billed; Bogart, 1971), They Only Kill Their Masters (top-billed; james Goldstone, 1972), voor Disney in One Little Indian (top-billed; Bernard McEveety, 1973) en The Castaway Cowboy (top-billed; Vincent McEveety, 1974), in het ensemble van HealtH (Robert Altman, 1980), tegenover Lauren Bacall in The Fan (Edward Bianchi, 1981), Tank (top-billed; Marvin J. Chomsky, 1984), wederom als Wyatt Earp in Sunset (Edwards, 1988), het Eddie Murphy-vehikel The Distinguished Gentleman (Jonathan Lynn, 1992), Fire in the Sky (Robert Lieberman, 1993), een honoraire gastrol in de bioscoopversie van Maverick (Richard Donner, 1994), als voormalig president in My Fellow Americans (Peter Segal, 1996), tegenover Paul Newman in Twilight (Robert Benton, 1998), Space Cowboys (Clint Eastwood, 2000), Divine Secrets of the Ya-Ya Sisterhood (Callie Khouri, 2002), tegenover Gena Rowlands in The Notebook (Nick Cassavetes, 2004) en The Ultimate Gift (Michael O. Sajbel, 2006). Andere televisiesuccessen waren onder meer de serie The Rockford Files (Emmy; 1974-80, met latere spin-offs) en de telefilms Promise (Emmy; Glenn Jordan, 1986), Decoration Day (Golden Globe; Robert Markowitz, 1990), Barbarians at the Gate (Golden Globe; Jordan, 1993) en Legalese ( Jordan, 1998).



16 juli 2014

Hans Funck


61, München, 16 juli, astma-aanval

Duits editor. Monteerde het voor een Oscar genomineerde Der Untergang (Oliver Hirschbiegel, 2004). Debuteerde met Die Halbstarken (Urs Egger, 1996), na vanaf 1992 videoclips en reclamespots te hebben gesneden. Ook titels als Bandits (Katja von Garnier, 1997), Opernball (Egger, 1998), St. Pauli Nacht (Sönke Wortmann, 1999), Das Experiment (Hirschbiegel, 2001), Leo und Claire (Joseph Vilsmaier, 2001), Anatomie 2 (Stefan Ruzowitzky, 2003), Eierdiebe (Robert Schwentke, 2003), Sophie Scholl – Die letzten Tage (Marc Rothemund, 2005), Ein ganz gewöhnlicher Jude (Hirschbiegel, 2005), The Invasion (Hirschbiegel, 2007), Pornorama (Rothemund, 2007), het korte Sara (Basia Baumann, 2008), Hardcover (Christian Zübert, 2008), Five Minutes of Heaven (Hirschbiegel, 2009), Die Päpstin (Wortmann, 2009), Zeiten ändern dich (Uli Edel, 2010), Groupies bleiben nicht zum Frühstück/Single by Contract (Rothemund, 2010), Ludwig II (Marie Noelle en Peter Sehr, 2012) en Diana (Hirscbbiegel, 2013).