21 juni 2015

Jan Paul Bresser


74, Den Haag, 21 juni, gevolgen progressieve hersenziekte

Nederlands kunstjournalist. Schreef over beeldende kunst, theater, film en literatuur voor Het Vaderland, Eindhovens Dagblad en daarna als toneelredacteur en chef kunst van de Volkskrant (1969-81) en als chef cultuur en wetenschap van Elsevier (1987-2001). Ook schreef hij columns voor de Haagsche Courant en was hij de laatste jaren cultuurredacteur bij de weekkrant Den Haag Centraal. Presentator van de wekelijkse talkshow De Kersentuin in de Koninklijke Schouwburg (2001-08). Werd vooral bekend door zijn televisiewerk voor de VARA, als eindredacteur van De Verbeelding (1981-85), de boekenprogramma’s Büchs Boeken (1985) en Büch (1985-86) en als verslaggever en eindredacteur van het door Ageeth Scherphuis gepresenteerde filmprogramma Uitkijk (1983-84). Publiceerde een neerslag van 40 jaar kunstjournalistiek onder de titel Jaren van Verbeelding (2002), de verhalenbundel Het verdriet van Eline  (2011) en postuum verschijnt de brievenroman Sara@Berkenhart.nl (2015). Getrouwd met collega-journalist Ineke Hillen.

19 juni 2015

James Salter


90, Sag Harbor NY, 19 juni, natuurlijke dood

Amerikaans (scenario)schrijver en regisseur, geboren als James Arnold Horowitz. Veranderde in de jaren 60 ook officieel zijn achternaam in het pseudoniem Salter. Op hoge leeftijd succesauteur van de roman All That Is (2013), na een lange loopbaan als vooral door andere schrijvers gewaardeerd romancier. Aanvankelijk vooral werkzaam als scenarioschrijver. Zo werd zijn script voor de documentaire Team Team Team (samen met regisseur Lane Slate, 1962) bekroond in Venetië en bewerkte hij het verhaal van Leonviola voor de in Cannes in competitie vertoonde speelfilm The Appointment (met Omar Sharif en Anouk Aimée; Sidney Lumet, 1969). Bekendste script was voor de allegorische sportfilm Downhill Racer (met Robert Redford en Gene Hackman; regiedebuut van Michael Ritchie, 1969).

Een ander speciaal voor Redford geschreven script werd niet gefilmd, maar vormde de basis voor zijn roman Solo Faces (1979). Wel schreef Salter nog de film Threshold (met Donald Sutherland; Richard Pearce, 1981). The Hunters (met Robert Mitchum en Robert Wagner; Dick Powell, 1958) was gebaseerd op Salters gelijknamige roman over zijn avonturen als oorlogspiloot.
Ook was Boys (met Winona Ryder; Stacy Cochran, 1996) gebaseerd op de novelle Twenty Minutes en de korte film Last Night (Sean Mewshaw, 2004) op een ander verhaal van Salter. In zijn Hollywoodperiode, die de schrijver later betreurde, regisseerde hij zelfs een lange speelfilm. Three (1969), geschreven door Irwin Shaw, speelt zich af in Italië en aan de Franse Rivièra en gaat over twee mannen die dingen naar de hand van een mysterieuze vrouw (Charlotte Rampling).

06 juni 2015

Pierre Brice


86, Parijs, 6 juni, longontsteking

Frans acteur, eigenlijk Pierre Louis baron de Bris. Speelde elf keer de rol van de tot het Christendom bekeerde indiaan Winnetou in de reeks in Kroatië opgenomen cevapciciwesterns naar de boeken van Karl May. Niet alleen in de Duitstalige wereld, maar in heel Europa waren de Winnetou-films een begrip en maakten een ster van de in Bretagne geboren ‘rode baron’. Na een militaire loopbaan als marineman in de Indo-Chinaoorlog en parachutist in de Algerijnse oorlog, ging hij rolletjes spelen in Franse, Italiaanse en Spaanse films. Zijn succes was kleiner dan dat van zijn sterk op hem lijkende goede vriend Alain Delon. Debuut tegenover Eddie Constantine in Ça va barder (John Berry, 1955). Daarna onder meer Le septième ciel (Raymond Bernard, 1958), Les tricheurs/Zondaars in spijkerbroek (Marcel Carné, 1958), Le miroir à deux faces (André Cayatte, 1958), I cosacchi (Viktor Tourjansky en Giorgio Rivalta alias Giorgio Venturini, 1960), Il rossetto/Lipstick/Gewaagd spel (top-billed; Damiano Damiani, 1960), I piaceri del sabato notte/Call Girls of Rome (Daniele d’Anza, 1960), het in Nederland gesitueerde Il mulino delle donne di pietra/Horror of the Stone Women (top-billed; Giorgio Ferroni, 1960), L’homme à femmes (Jacques-Gérard Cornu, 1960), La donna dei faraoni (Tourjansky, 1960), als Dionysus in Le baccanti (Ferroni, 1961), Akiko (Luigi Filippo d’Amico, 1961) en Douce violence (Max Pécas, 1962).
Met de film Los atracadores/The Robbers (top-billed; Rovira-Beleta, 1962) nam Brice deel aan de competitie in Berlijn, waar hij werd gespot door producent Horst Wendlandt, die zocht naar een vertolker van Winnetou voor zijn West-Duits-Joegoslavische coproductie Der Schatz im Silbersee/Schat in het Zilvermeer (Harald Reinl, 1962). Brice had zijn bedenkingen, want hij kon niet zo goed paardrijden en vond bovendien indianen doorgaans verliezers. Toch stemde hij toe en het werd de eerste van een reeks van elf, waarin hij het Apache-opperhoofd speelde: Winnetou – 1. Teil/Winnetou (Reinl, 1963), Old Shatterhand (Hugo Fregonese, 1964), Winnetou – 2. Teil/Winnetou: The Red Gentleman (Reinl, 1964), Unter Geiern/Winnetou in de Dodenvallei (Alfred Vohrer, 1964), Der Ölprinz/The Oil Prince (Harald Philipp, 1965), Winnetou – 3. Teil/Winnetou: The Last Shot (Reinl, 1965), Old Surehand (Vohrer, 1965), Winnetou und das Halbblut Apanatschi/Winnetou and the Crossbreed (Philipp, 1966), Winnetou und sein Freund Old Firehand/Winnetou and Old Firehand (Vohrer, 1966), en Winnetou und Shatterhand im Tal der Toten/The Valley of Death (Reinl, 1968).
Op tv verscheen Brice nog als Winnetou in de Franse tv-serie Winnetou le Mescalero (Marcel Camus, 1980) en in de tv-film Winnetous Rückkehr (Marijan D. David, 1998). Tot Brices overige filmwerk behoren rollen in Col ferro e col fuoco/Invasion 1700 (Fernando Cerchio, 1962), L’invincibile cavaliere mascherato/Robin Hood in der Stadt des Todes (top-billed; Umberto Lenzi, 1963), Zorro contro Maciste/Samson and the Slave Queen (top-billed; Lenzi, 1963), Die goldene Göttin vom Rio Beni/De blonde godin van Rio Beni (top-billed; Franz Eichhorn en Eugenio Martín, 1964), Schüsse im ¾ Takt (top-billed; Alfred Weidenmann, 1964), de paellawestern Die Hölle von Manitoba/Un ugar llamado Glory/Glory City (tegenover Barker; Ralph Gideon alias Sheldon Reynolds, 1965), de Roemeense kostuumfilm Dacii (top-billed als Septimius Severus; Sergiu Nicolaescu, 1966), Erika (top-billed tegenover Bernard de Vries; Peter Rush alias Filippo Walter Ratti, 1971), La notte dei dannati/Night of the Damned (top-billed; Rush alias Ratti, 1971), Féminin-féminin (Henri Calef en João Correa, 1973), de paellawestern Una cuerda al amanecer/The Federal Man (top-billed; Manuel Esteba, 1974), tegenover Sophia Loren en Marcello Mastroianni in La pupa del gangster (Giorgio Capitani, 1975) en Zärtliche Chaoten (als Winnetou; Franz Josef Gottlieb, 1987). Brice bracht verschillende zing-zeg singles uit. Sprak openlijk steun uit voor de christen-democratische partij CDU-CSU.


04 juni 2015

Kurt Weber


87, Mainz, 4 juni, doodsoorzaak onbekend

Pools cameraman. Vooral bekend door zijn werk voor regisseur Tadeusz Konwicki: Zaduszki/Allerzielen (1961), Salto (1965) en het segment Matura in Les rideaux blancs (1965). Debuteerde na de korte documentaire Spacerek staromiejski/A Walk in the Old City of Warsaw (Andrzej Munk, 1958) met de lange speelfilm Baza ludzi umarlych/The Depot of the Dead (Czeslaw Petelski, 1959). Daarna onder meer Kamienne niebo/The Stone Sky (Petelski en Ewa Petelska, 1959), Spotkania w mroku/Encounters in the Dark (Wanda Jakubowska, 1960), het in Locarno bekroonde Ludzie z pociagu/Night Train/People from the Train (Kazimierz Kutz, 1961),
de korte film Szpital/The Hospital (Janusz Majewski, 1962), Jutro premiera/Opening Tomorrow (Janusz Morgenstern, 1962), Czarne skrzydla/Black Wings (Petelska en Petelski, 1963), Wiano/Dowry (Jan Lomnicki, 1964), Sublokator/The Lodger (Majewski, 1966), Pieklo i niebo/Heaven and Hell (Stanislaw Rozewicz, 1966), Morderca zostawia slad/The Killer Leaves a Trace (Aleksander Scibor-Rylski, 1967), Pozne popoludnie/Late Afternoon (Scibor-Rylski, 1967) en Sasiedzi/The Neighbours (Scibor-Rylski, 1969). Daarna in Duitsland het arbeidersepos Schneeglöckchen blühen im September (Christian Ziewer, 1974), de kostuumfilm Hauptlehrer Hofer (Peter Lilienthal, 1975), Winterspelt (Eberhard Fechner, 1979) en Der Mond ist nur a nackerte Kugel (Jörg Graser, 1981). Niet te verwarren  met de gelijknamige Zwitsers-Amerikaanse componist.

02 juni 2015

Alberto De Martino


85, Rome, 2 juni, natuurlijke dood

Italiaans regisseur en scenarioschrijver, soms vermeld als Martin Herbert. Maakte 28 films in uiteenlopende genres, doorgaans Engelstalig, waarvan L’anticristo/The Tempter (met Carla Gravina en Mel Ferrer; 1974) de bekendste was.
Ander voor ons zichtbaar succes was de in Brugge en Oostende, met geld van distributeur Belga, gedraaide ‘giallo’ L’assassino…è al telefono/The Killer Is on the Phone/De dader is aan de lijn (met Telly Savalas, Anne Heywood, ‘Willeke von Ammelroy’ en ‘Roger von Hool’; 1972). Zoon van filmgrimeur Romolo De Martino, figureerde als 8-jarige in de rol van de zoon van Scipio in Scipione l’Africano (Carmine Gallone, 1937). Werkte als jazzpianist en assistent-regisseur, bij voorbeeld aan Giu’ la testa/Once upon a Time the Revolution/Duck You Sucker! (Sergio Leone,  1971). Regiedebuut Il gladiatore invincibile/Hero of Rome (ook productie; samen met Antonio Momplet, 1961). Voorts onder meer Due contro tutti/Terrible Sheriff (samen met Momplet, 1962), Perseo l’invincibile/Medusa against the Son of Hercules (1963), Horror/The Blancheville Monster (1963), Gli invincibili sette/The Invincible Seven/The Secret Seven (1963),
Il trionfo di Ercole/Hercules vs. the Giant Warriors (1964), La rivolta dei sette/Gladiatoren in de aanval (1964), Gli eroi di Fort Worth/Charge of the Seventh Cavalry (1965), 100.000 dollari per Ringo (1965), de James Bond-kloon Upperseven, l’uomo da uccidere/Upperseven, The Man to Kill (1966), de Tarantino-favoriet Missione speciale Lady Chaplin/Special Operation Lady Chaplin (samen met Sergio Grieco alias Terence Hathaway, 1966), de spaghettiwestern Django spara per primo/Django Shoots First (1966), de volgens sommige bronnen in Nederland opgenomen oorlogsfilm Dalle Ardenne all’inferno/Dirty Heroes (1967), de rip-off OK Connery/Double 007/Operation Kid Brother (met Seans broer Neil Connery; 1967),
Roma come Chicago (met John Cassavetes; 1968), Femmine insaziabili/Carnal Circuit/Spel der verdorvenen (met Dorothy Malone; 1969), L’uomo dagli occhi di ghiaccio/The Man with Icy Eyes (1971), I familiari delle vittime non saranno avvertiti/Crime Boss (met Savalas; 1972), Il consigliori (met Martin Balsam; 1973), de komsiche western Ci risiamo, vero Provvidenza? (1973), nog een Tarantino-favoriet, het in Canada opgenomen Una Magnum Special per Tony Saitta/.44 Special/Strange Shadows in an Empty Room (1976), Holocaust 2000 (met Kirk Douglas; 1977), de culthit L’uomo puma/The Puma Man (1980), Blood Link (1982), Miami Golem (1985) en 7 Hyden Park: la casa maledetta (1985). Schreef (mee aan) zijn meeste eigen films.

30 mei 2015

Julie Harris


94, Londen, 30 mei, borstinfectie

Engels kostuumontwerpster. Won een Oscar voor de swinging sixties outfit van Julie Christie in Darling (John Schlesinger, 1965) en een BAFTA voor The Wrong Box (Bryan Forbes, 1966). Kleedde ook de acteurs in twee Beatles-films, A Hard Day’s Night (behalve de Beatles zelf; Richard Lester, 1964) en Help! (Lester, 1965) en twee James Bond-films, het apocriefe Casino Royale (Ken Hughes, John Huston, Joseph McGrath en Robert Parrish, 1967) en Live and Let Die (Guy Hamilton, 1973). Begon haar lange carrière als kleedster bij de Gainsborough-studio, waar ze ook haar eerste credit als ontwerpster kreeg, voor Holiday Camp (Ken Annakin, 1947).
Voorts onder meer Broken Journey (Annakin en Michael C. Chorlton, 1948), Good-Time Girl (David MacDonald, 1948), Quartet (Annakin, Arthur Crabtree, Harold French en Ralph Smart, 1948), Trio (Annakin en French, 1950), Traveller’s Joy (Ralph Thomas, 1950), Mister Drake’s Duck (Val Guest, 1951), Hotel Sahara (Annakin, 1951), Encore (French, Pat Jackson en Anthony Pelissier, 1951), Another Man’s Poison (met Bette Davis; Irving Rapper, 1951),
So Little Time (Compton Bennett, 1952), Made in Heaven (John Paddy Carstairs, 1952), The Net/M7 verlaat de aarde (Anthony Asquith, 1953), South of Algiers (Jack Lee, 1953), Desperate Moment (Bennett, 1953), Turn the Key Softly (Lee, 1953), Always a Bride (Smart, 1953), The Red Beret (Terence Young, 1953),  You Know What Sailors Are/Honderd meisjes en een zeeman (Annakin, 1954), The Seekers (Annakin, 1954), The Prisoner (Peter Glenville, 1955), Value for Money (Annakin, 1955), Cast a Dark Shadow (Lewis Gilbert, 1955), Simon and Laura (Muriel Box, 1955), House of Secrets (Guy Green, 1956), Miracle in Soho (Julian Amyes, 1957), The Story of Esther Costello (met Joan Crawford; David Miller, 1957), Seven Thunders (Hugo Fregonese, 1957), The Gypsy and the Gentleman (met Melina Mercouri; Joseph Losey, 1958),
The Big Money (Carstairs, 1958), The Sheriff of Fractured Jaw (met Jayne Mansfield; Raoul Walsh, 1958), Sapphire (Basil Dearden, 1959), The Rough and the Smooth (Robert Siodmak, 1959), North West Frontier/Flame over India (alleen voor Lauren Bacall; J. Lee-Thompson, 1959), de Disney-hit Swiss Family Robinson (Annakin, 1960), The Greengage Summer (Gilbert, 1961), The Naked Edge/De schaduw (met Gary Cooper; Michael Anderson, 1961), All Night Long/De onruststoker (Dearden, 1962), The War Lover/De man die doorvocht (met Steve McQueen; Philip Leacock, 1962), Kali Yug, la dea della vendetta (Mario Camerini, 1963), The Chalk Garden (Ronald Neame, 1964), Psyche 59 (Alexander Singer, 1964), Carry on Cleo (Gerald Thomas, 1964),
Eye of the Devil (alleen voor Deborah Kerr; Lee-Thompson, 1966), The Whisperers/De fluisteraars (Forbes, 1967), Prudence and the Pill (Fielder Cook, 1968), Deadfall (Forbes, 1968), Goodbye, Mr. Chips (Herbert Ross, 1969), The Private Life of Sherlock Holmes (Billy Wilder, 1970), Frenzy (Alfred Hitchcock, 1972), Follow Me! (Carol Reed, 1972), Rollerball (Norman Jewison, 1975), The Land That Time Forgot (Kevin Connor, 1975), The Slipper and the Rose: The Story of Cinderella (Forbes, 1976), Candleshoe/De schat van kasteel Candleshoe (Norman Tokar, 1977), The Sailor’s Return (Jack Gold, 1978), Lost and Found (Melvin Frank, 1979), Dracula (John Badham, 1979) en The Great Muppet Caper (Jim Henson, 1981). Niet te verwarren met de gelijknamige Amerikaanse actrice.

23 mei 2015

Anne Meara


85, New York, 23 mei, natuurlijke dood

Amerikaans actrice en komiek. Vormde een komisch duo met haar echtgenoot Jerry Stiller. Hun nummers gingen (naar het leven) vaak over de ongemakkelijke relatie tussen een Iers meisje en een Joodse jongen. Ze traden op in nachtclubs en tv-shows, en maakten deel uit van de improvisatiegroep The Compass Players in Chicago, die later Second City ging heten.
Ook zijn ze de ouders van de acteurs Ben en Amy Stiller. De vrouwelijke helft van Stiller & Meara speelde ook veel kleine en een enkele wat grotere filmrollen. Ze debuteerde als ‘vrouw in politiebureau’ in Neil Simons The Out-of-Towners (Arthur Hiller, 1970).  Voorts onder meer in Lovers and Other Strangers (Cy Howard, 1970), als non in Nasty Habits (Michael Lindsay-Hogg, 1977), The Boys from Brazil (Franklin J. Schaffner, 1978), als docent Engels in Fame (Alan Parker, 1980),
The Longshot (Paul Bartel, 1986), My Little Girl (Connie Kaiserman, 1986), tegenover Jerry Stiller in de mockumentary That’s Adequate (Harry Hurwitz, 1989), Awakenings (Penny Marshall, 1990), de korte film Through an Open Window (Eric Mendelsohn, 1992), als de serveerster Medea in Highway to Hell (Ate de Jong, 1992), een cameo in Reality Bites (regiedebuut van B. Stiller, 1994), The Search for One-Eye Jimmy (Sam Henry Kass, 1994), Heavyweights (tegenover J. Stiller; Steven Brill, 1995), als de moeder van Helen Hunt in Kiss of Death (Barbet Schroeder, 1995), The Daytrippers (Greg Mottola, 1996),
Southie (John Shea, 1999), Judy Berlin (Mendelsohn, 1999), A Fish in the Bathtub (top-billed tegenover J. Stiller; Joan Micklin Silver, 1999), de korte film Amy Stiller’s Breast (tegenover A. en J. Stiller; Becky Neiman, 2000), de mockumentary The Independent (tegenover J. Stiller; Stephen Kessler, 2000), een cameo in Zoolander (B. Stiller, 2001), Get Well Soon (Justin McCarthy, 2001), als zuster Theresa in Like Mike (John Schultz, 2002), tegenover B. Stiller in Night at the Museum (Shawn Levy, 2006), een cameo in Sex and the City: The Movie (Michael Patrick King, 2008) en Another Harvest Moon (Greg Swartz, 2010).