09 mei 2013

Alfredo Landa

80, Madrid, 9 mei, natuurlijke dood

 

Spaans acteur, voluit Alfredo Landa Areta. Won in 1984 prijs voor beste acteur in Cannes, wegens zijn rol in Los santos inocentes (samen met tegenspeler Francisco Rabal; Mario Camus, 1984).

Speelde groot aantal rollen in komedies, veelal als seksueel verkrampte man; zijn stijl van acteren werd zelfs soms landismo genoemd. In laatste deel van zijn carrière ook gewaardeerd als serieus acteur. Won drie keer een Goya, als beste acteur in El bosque animado (tevens nominatie Europese Filmprijs; José Maria Forqué, 1987) en in La marrana (José Luis Cuerda, 1992) en voor zijn hele oeuvre in 2008. Filmdebuut in El puente de la paz (Rafael J. Salvia, 1958), eerste opvallende rol in Atraco a las tres/Overval om drie uur (Forqué, 1962). Van zijn meer dan honderd films zijn internationaal de bekendste titels El verdugo/De beul (Luis García Berlanga, 1963), I marziani hanno dodici mani/Llegaron los marcianos (Franco Castellano en Giuseppe Moccia,

1964), La ciudad no es para /City Life Is Not for Me (Pedro Lazaga, 1966), Las que tienen que servir (Forqué. 1967), Los subdesarrollados (Fernando Merino, 1968), Cateto a babor (top-billed; Ramón Fernández, 1970), No desearás al vecino del quinto/Thou Shall Not Covet Thy Fifth Floor Neighbour (top-billed; Fernández, 1970), Vente a Alemania, Pepe/Pepe, komm nach Deutschland (top-billed; Lazaga, 1971), El puente/The Long Weekend (top-billed; Juan Antonio Bardem, 1977),

Las verdes praderas/The Green Pastures (top-billed; José Luis Garci, 1979), Paco l’infaillible/Paco el Seguro (top-billed; Didier Haudepin, 1979), El crack (top-billed; Garci, 1981),

El crack II (top-billed; Garci, 1983), La vaquilla (top-billed; García Berlanga, 1985), Tata mía/My Dear Nanny (José Luis Borau, 1986), Sinatra (top-billed; Francesc Betriu, 1988), Marcellino (Luigi Comencini, 1991), Canción de cuna/Cradle Song (Garci, 1994), El rey del río/King of the River (Manuel Gutiérrez Aragón, 1995), Historia de un beso (top-billed; Garci, 2002), La luz prodigiosa/The End of a Mystery (top-billed; Miguel Hermoso, 2003), El oro de Moscú/Moscow Gold (Jesús Bonilla, 2003), Tiovivo c. 1950 (Garci, 2004) en Luz de domingo (top-billed; Garci, 2007).

08 mei 2013

Taylor Mead

88, Denver, 8 mei, beroerte

 

Amerikaans beeldend kunstenaar, acteur en regisseur. Performancekunstenaar was actief in de Andy Warhol Factory en speelde grote en kleine rollen in vele experimentele films, zoals Tarzan and Jane Regained….Sort of (tevens geluid en montage; Warhol, 1963), Taylor Mead’s Ass (70 minuten durende close-up van naakte billen; Warhol, 1964)

en Coffee and Cigarettes (Jim Jarmusch, 2003). ‘Speelde’ zijn eerste hoofdrol in San Francisco, in de beat poets film The Flower Thief (Ron Rice, 1960). Voorts onder meer in Hallelujah the Hills (Adolfas Mekas, 1963), Queen of Sheba Meets the Atom Man (Rice, 1963; na diens dood voltooid door Mead, 1981),

Babo 73 (Robert Downey Sr., 1964), Couch (Warhol, 1964), The Illiac Passion (Gregory Markopoulos, 1967), European Diary (Mead, 1967), The Nude Restaurant (Warhol, 1968), Lonesome Cowboys (Warhol, 1968), San Diego Surf (Warhol, 1968), Imitation of Christ (Warhol, 1969), Underground U.S.A. (Eric Mitchell, 1980), C’est vrai! (Robert Frank, 1990), Last Supper (Frank, 1992), Taylor Mead Unleashed (Sebastian Piras, 1996), Excavating Taylor Mead (waarin hij de zwerfkatten op een begraafplaats voedert; William A. Kirkley, 2005)

en The Party in Taylor Mead’s Kitchen (Jeffrey Wengrofsky, 2011). Ook te zien in de documentaires Leidenschaften (Rosa von Praunheim, 1972), Tally Brown, New York (Von Praunheim, 1979), Superstar: The Life and Times of Andy Warhol (Chuck Workman, 1990), Jonas in the Desert (over Jonas Mekas; Peter Sempel, 1994) en Superstar in a Housedress (Craig Highberger, 2003).

Cameo op een feestje in Midnight Cowboy (John Schlesinger, 1969) en in Squadra antifurto/Hit Squad (Bruno Corbucci, 1976), Messalina, Messalina!/Caligula II (Corbucci, 1977), La banda del gobbo/Brothers Till We Die (Umberto Lenzi, 1978), Union City (Marcus Reichert, 1980), Buster’s Bedroom (Rebecca Horn, 1991), Frogs for Snakes (Amos Poe, 1998) en Citizen Toxie: The Toxic Avenger IV (Lloyd Kaufman, 2000).

Bryan Forbes

86, Virginia Water (Surrey), 8 mei, na een lange ziekte

 

Engels regisseur, scenarioschrijver, producent en acteur, pseudoniem van John Theobald Clarke. Invloedrijke sleutelfiguur in de Britse filmindustrie, die onder meer korte tijd de EMI-Elstree studio leidde (1969-71). Kreeg zijn enige Oscarnominatie voor het scenario van The Angry Silence (Guy Green, 1961), waarin Richard Attenborough eigenhandig een staking breekt. Zijn bekendste eigen film was The Stepford Wives (1975), gebaseerd op een roman van Ira Levin over een voorstadje waar de mannen hun vrouwen willen vervangen door volgzame robots.

Forbes, legerkameraad van Roger Moore, was een aanhanger van de Conservatieve partij en speechschrijver van premier Edward Heath. Hij begon zijn loopbaan als acteur, met de sterfscène van een kanonnier in The Small Back Room (Michael Powell en Emeric Pressburger, 1949). Zou vaak geüniformeerde rollen spelen. Te zien in films als All over the Town (Derek N. Twist, 1949),  The Wooden Horse (Jack Lee, 1950), The World in His Arms (Raoul Walsh, 1952), Appointment in London (Philip Leacock, 1953), Sea Devils (Walsh, 1953), Wheel of Fate (Francis Searle, 1953), The Million Pound Note (Ronald Neame, 1954),

An Inspector Calls (Guy Hamilton, 1954), The Colditz Story (Hamilton, 1955), Passage Home (Roy Ward Baker, 1955), The Baby and the Battleship (Jay Lewis, 1956), Satellite in the Sky (Paul Dickson, 1956), It’s Great to Be Young! (Cyril Frankel, 1956), Quatermass 2 (Val Guest, 1957), The Key (naar Jan de Hartog; Carol Reed, 1958), Yesterday’s Enemy (Guest, 1959), The League of Gentlemen (tevens scenario; Basil Dearden, 1960)

en The Guns of Navarone (J. Lee Thompson, 1961). Latere gastrollen speelde hij onder het pseudoniem Turk Thrust als kampbewaarder in A Shot in the Dark/Inspecteur Clouseau slaat weer toe (Blake Edwards, 1964) en tegenover zijn echtgenote Nanette Newman in het Schotse Restless Natives (Michael Hoffman, 1985). Forbes’ eerste scenariobijdrage betrof aanvullende dialogen in de avonturenfilm The Black Knight (met Alan Ladd; Tay Garnett, 1954). Eerste eigen geproduceerde scenario: The Cockleshell Heroes/Operatie Kajak (José Ferrer, 1955). Naast veel van zijn eigen films schreef Forbes het woestijndrama The Black Tent (Brian Desmond Hurst, 1956), House of Secrets (Green, 1956), I Was Monty’s Double (John Guillermin, 1958), The Captain’s Table (Lee, 1959), Danger Within (Don Chaffey, 1959), Man in the Moon (Dearden, 1960), Only Two Can Play (naar Kingsley Amis; Sidney Gilliat, 1962),

Station Six-Sahara (Seth Holt, 1962), Of Human Bondage (naar William Somerset Maugham; Ken Hughes en Henry Hathaway, 1964), The Man Who Haunted Himself (Dearden, 1970), Hopscotch (Neame, 1980) en de biopic Chaplin (samen met William Boyd en William Goldman; Attenborough, 1992). Forbes schreef niet zijn eigen regiedebuut, het hoog gewaardeerde Whistle down the Wind (1961), gebaseerd op een roman van Mary Hayley Bell, de moeder van hoofdrolspeelster Hayley Mills. Daarna volgden het gootsteenrealisme van The L-Shaped Room (met de voor een Oscar genomineerde Leslie Caron; 1962), zijn eigen favoriet Seance on a Wet Afternoon (met de voor een Oscar genomineerde Kim Stanley; 1964), King Rat (naar James Clavell; 1965), The Wrong Box (1966),

The Whisperers/De fluisteraars (met de voor een Oscar genomineerde Edith Evans; 1967), Deadfall (met Michael Caine als meester-inbreker; 1968), The Madwoman of Chaillot (gespeeld door Katharine Hepburn; 1969), The Raging Moon (1971), The Slipper and the Rose: The Story of Cinderella (1976), International Velvet (1978), een segment van Sunday Lovers (1980), Better Late than Never (met David Niven, Maggie Smith en Art Carney; 1983) en The Naked Face (naar Sidney Sheldon; 1984). Forbes zou het aanbod om de eerste James Bondfilm Dr, No (Terence Young, 1962) te regisseren, van de hand hebben gewezen als “just another bang bang movie”. Schreef verschillende romans en non-fictieboeken. Gescheiden van de Ierse actrice Constance Smith.

Jeanne Cooper

84, Los Angeles, 8 mei, na een korte ziekte

 

Amerikaans televisie- en filmactrice, voluit Wilma Jeanne Cooper. Speelde tot haar dood hoofdpersoon Kay Chancellor in 1005 afleveringen van de soap The Young and the Restless (1973-2013); een facelift in de jaren 80 maakte deel uit van de handeling en beelden van de operatie haalden de serie. Won Daytime Emmy in 2008 en een Lifetime Achievement Award in 2004. Eerste rollen in westerns: The Redhead from Wyoming (Lee Sholem, 1953) en The Man from the Alamo (Budd Boetticher, 1963) voor Universal en de Republic-titel Shadows of Tombstone (William Witney, 1953). Daarna vooral in televisieseries en –films, maar toch ook een flink aantal (veelal onafhankelijke) bioscoopproducties: The Naked Street (zonder credit; Maxwell Shane, 1955), The Houston Story (William Castle, 1956), Over-Exposed (zonder credit; Lewis Seiler, 1956), Calling Homicide (Edward Bernds, 1956), 5 Steps to Danger (Henry S. Kesler, 1957), Rock All Night (Roger Corman, 1957),

  Plunder Road (Hubert Cornfield, 1957), Screaming Mimi (zonder credit; Gerd Oswald, 1957), Unwed Mother (Walter Doniger, 1958), Let No Man Write My Epitaph (Philip Leacock, 1960), de gevangenisfilm House of Women (Doniger, 1962), 13 West Street (Leacock, 1962), The Intruder (Corman, 1962), Black Zoo (Robert Gordon, 1963), The Glory Guys (Arnold Laven, 1965), Tony Rome (Gordon Douglas, 1967), The Boston Strangler (Richard Fleischer, 1968), als prostituee in de western There Was a Crooked Man… (Joseph L. Mankiewicz, 1970), als rolschaatstrainer van Raquel Welch in Kansas City Bomber (Jerrold Freedman, 1972), The All-American Boy (Charles Eastman, 1973), Lethal Justice (Christopher Reynolds, 1991), Frozen Assets (George Miller, 1992), Carpool Guy (Corbin Bernsen, 2005), Donna on Demand (Bernsen, 2009) en Dead Air (Bernsen, 2009). Gescheiden van producent Harry Bernsen Jr., moeder van acteurs Corbin en Collin Bernsen.

07 mei 2013

Ray Harryhausen

 

Amerikaans specialeffects-ontwerper, animator, producent en gelegenheidsacteur. Raakte als tiener geobsedeerd door de trucages in King Kong (Ernest B. Schoedsack en Merian C. Cooper, 1933), uitgevoerd door stopmotion-pionier Willis H. O”Brien. Harryhausen nam contact op met O’Brien om hem zijn eigen werk te laten zien, en zou hem later assisteren bij de met een Oscar bekroonde special effects van de vervolgfilm Mighty Joe Young (Schoedsack, 1949).

Harryhausen evolueerde vervolgens tot de meest bewonderde specialist op het gebied van de stop motion, de techniek waarmee beweging wordt gesuggereerd door levenloze objecten beeld voor beeld lichtjes te veranderen. Uiteindelijk zou de naar Engeland geëmigreerde Harryhausen in 1992 de Gordon Sawyer Award winnen, een speciale technische Oscar voor een heel oeuvre. Na studies beeldhouwen en kunst in Los Angeles, werkte Harryhausen als animator aan korte producties van poppenfilmer George Pal, zoals het in Nederland gesitueerde Tulips Shall Grow (Pal, 1942), bedoeld om geld in te zamelen voor het Nederlandse verzet.

Ook regisseerde hij enkele korte animatiesprookjes. Ook animeerde hij de effecten in The Beast from 20,000 Fathoms/Het monster uit vervlogen tijden (Eugène Lourié, 1953). Zijn eerste credit voor visual effects betrof de reuzeninktvis in It Came from Beneath the Sea (Robert Gordon, 1955), gevolgd door de animatie van speciale effecten in Earth vs. the Flying Saucers (Fred F. Sears, 1956) en de visual effects in de documentaire The Animal World (Irwin Allen, 1956). Met 20 Million Miles to Earth/Het monster van Venus (Nathan Juran, 1957) begon een lange samenwerking met producent Charles H. Schneer, verantwoordelijk voor Harryhausens beste werk. De animator wordt veelal gezien als de eigenlijke auteur van een reeks fantastische avonturenfilms: The 7th Voyage of Sinbad (Juran, 1958), The 3 Worlds of Gulliver (Jack Sher, 1960), Mysterious Island (Cy Endfield, 1961), Jason and the Argonauts (Don Chaffey, 1963),

First Men in the Moon (Juran, 1964), One Million Years B.C. (Chaffey, 1966), The Valley of Gwangi (Jim O’Connolly, 1969),

The Golden Voyage of Sinbad (Gordon Hessler, 1973), Sinbad and the Eye of the Tiger (Sam Wanamaker, 1977) en ten slotte Clash of the Titans (Desmond Davis, 1981). Harryhausens reputatie nam mythische vormen aan en hij werd veel gevraagd als gast in tv-shows, op conventies en in filmhistorische documentaires. Ook speelde hij gastrollen in films als Spies Like Us (John Landis, 1985), Beverly Hills Cop III (Landis, 1994), de remake van Mighty Joe Young (Ron Underwood, 1998) en Burke and Hare (Landis, 2010).

06 mei 2013

Steve Martland

53, Engeland?, 6 mei, hartaanval

 

Engels componist. Leerling van Louis Andriessen aan het Haags Conservatorium, over wie hij voor de BBC en NOS in 1992 het televisieportret A Temporary Arrangement with the Sea regisseerde (samen met Peter West). Vier van  Martlands Street Songs (uitgevoerd door The King’s Singers; 1997) vormen de soundtrack van de korte film Songs for Dead Children (Quay Brothers, 2003). Ook schreef hij de muziek voor de experimentele mozaïekfilm Kapital (Greg Hall en Rebecca Finlay-Hall). Het tweede deel uit zijn Dance Works (1993) doet dienst als tune van het televisieprogramma Buitenhof.

05 mei 2013

Rossella Falk

85, Rome, 5 mei, natuurlijke dood

 

Italiaans actrice, pseudoniem van Rosa Antonia Falzacappa. “Rossella” was een van de vrouwen (naast Claudia Cardinale, Anouk Aimée, Sandra Milo, Barbara Steele en anderen) in de entourage van filmregisseur Guido (Marcello Mastroianni), in het autobiografische meesterwerk Otto e mezzo/81/2 (Federico Fellini, 1963). Toneelactrice Falk trad in nog enkele films op: Guarany (Riccardo Freda, 1948), Donne proibite/Verboden vrouwen (Giuseppe Amato, 1954), als zus van Cardinale in de maffiafilm Vento del Sud (Enzo Provenzale, 1959), tegenover Alberto Sordi in een episode van Made in Italy (Nanni Loy, 1965), tegenover Monica Vitti in de spionagespoof Modesty Blaise (Joseph Losey, 1966), tegenover Kim Novak en Peter Finch in The Legend of Lylah Clare (Robert Aldrich, 1968) en tegenover Jane Birkin in Alba pagana/May Morning (Ugo Liberatore, 1970). Daarna in een handvol zogeheten ‘gialli’: La tarantola dal ventre nero/The Black Belly of the Spider (met Giancarlo Giannini; Paolo Cavara, 1971),

Giornata nera per l’ariete/Evil Fingers/The Fifth Cord (Luigi Bazzoni, 1971), Sette orchidee macchiate di rosso/Seven Blood Strained Orchids/Puzzle of the Silver Half Moons (Umberto Lenzi, 1972)

en tegenover Roger van Hool en Willeke van Ammelrooy in het in Brugge en Oostende gedraaide L’assassino….è al telefono/De doder is aan de telefoon (Alberto De Martino, 1972).

Ten slotte in I giorni del commissario Ambrosio (Sergio Corbucci, 1988) en tegenover Max von Sydow in Non ho sonno/I Can’t Sleep (Dario Argento, 2001).