16 maart 2015

Buddy Elias


89, Bazel, 16 maart, doodsoorzaak onbekend

In Duitsland geboren Zwitsers acteur en fondsbestuurder, eigenlijk Bernhard Elias. Volle neef van Anne Frank, voorzitter van het Anne Frank Fonds, dat onder de meer de auteursrechten van haar dagboek beheert. In Bazel opgeleid toneelspeler, veertien jaar de sterkomiek van de ijsrevue Holiday on Ice (1947-61). Filmdebuut in Gouden Beerwinnaar David (Peter Lilienthal, 1979). Voorts in The Magician of Lublin (Menahem Golan, 1979), Poliziotto solitudine e rabbia/Knallharte Profis (Stelvio Massi, 1980), Charlotte (Frans Weisz, 1981), Der Zauberberg (naar Thomas Mann; Hans W. Geissendörfer, 1982), Kassettenliebe (Rolf Lyssy, 1982), Peng! Du bist tot! (Adolf Winkelmann, 1987), Bronsteins Kinder (Jerzy Kawalerowicz, 1991), als rabbijn in My Mother’s Courage (Michael Verhoeven, 1995), Sunshine (István Szabó, 1999), Nobel (Fabio Carpi, 2001), de korte film Das Cello (top-billed; Thomas Isler, 2001) en Was nützt die Liebe in Gedanken/Love in Thoughts (Achim von Borries, 2004). Daarnaast vele tv-films en –series. Zijn laatste (bij)rol, van een rabbijn in The Monuments Men (George Clooney, 2014), sneuvelde in de eindmontage. Getuigde in veel documentaires over Anne Frank. Getrouwd met actrice Gertie Wiedner, vader van de acteurs Patrick en Oliver Elias.

13 maart 2015

Lucille Roberts


55, Nederland, 13 maart, na een ziekte

Surinaams actrice en radiomaker. Radio-omroepster van RP- The Hot One.  Speelde de hoofdrol van Hortense tegenover Kenneth Herdigein in Het geheim van de Saramaccarivier (Pim de la Parra, 2007), een documentaire fictiefilm van de Surinaamse Filmacademie. Ook te zien in Het laatste verlangen (De la Parra, 2007) en Wat de vrouw wil…is de wil van God (Arie Verkuijl, 2008). Ook chef de bureau van de Surinaamse Film Academie (2006). 


02 maart 2015

Rense Westra


68, Leeuwarden, 2 maart, hartproblemen

Nederlands acteur. Gezichtsbepalend acteur voor het Friese taalgebied, tot 1994 bij het toneelgezelschap Tryater, daarna in alle films van regisseur Steven de Jong en als hoofdpersoon  van de regionale televisieserie Baas Boppe Baas (De Jong, 2001-05). Speelde vaak autoritaire figuren, die herkend werden als karakteristiek voor de Friese identiteit. Gouden Kalfnominatie voor zijn rol van een visser in het verzet in De Fûke (De Jong, 2000). Filmdebuut in De Dream (Pieter Verhoeff, 1985). Ook in De gouden swipe (De Jong, 1999),
als veearts in Marie Antoinette is niet dood (Irma Achten, 1996), als de conservatieve dichter Japik de Jong in Nynke (Verhoeff, 2001), als veldwachter Zwart in De schippers van de Kameleon (De Jong, 2003) en Kameleon 2 (De Jong, 2005), de korte film Útgong (Dennis Boetes, 2003), als boer in De passievrucht (Maarten Treurniet, 2003) en Floris (Jean van de Velde, 2004), in Sportman van de Eeuw (Mischa Alexander, 2006), als Dove Nelis in De scheepsjongens van Bontekoe (De Jong, 2007), Snuf de Hond in oorlogstijd (De Jong, 2008), Snuf de Hond en de Jacht op Vliegende Volckert (De Jong, 2008), als Kerstman in de eindexamenfilm Avonturen in de avonduren (Leyla Everaers, 2008), de telefilm Taartman (Annemarie van de Mond, 2009), de eindexamenfilm Andere dagen (Eché Janga, 2009), uncredited in De storm (Ben Sombogaart, 2009), als voorzitter van de Vereniging De Friesche Elf Steden in De Hel van ’63 (De Jong, 2009),
Snuf de Hond en de ijsvogel (De Jong, 2010), Snuf de Hond en het spookslot (De Jong, 2010), de eindexamenfilm Elvis Leeft! (David van Wassem, 2011), Penny’s Shadow (De Jong, 2011), Bennie Stout (Johan Nijenhuis, 2011), New Kids Nitro (Steffen Haars en Flip van der Kuil, 2011), Leve Boerenliefde (De Jong, 2013) en Stuk! (De Jong, 2014). Op televisie ook in series als Goudkust (1996),  Westenwind (2001), en Dankert & Dankert (als rechter; De Jong. 2007). Sprak het commentaar bij de documentaire Doarp (Henk Penninga, 1995).

27 februari 2015

Leonard Nimoy



83, Los Angeles, 27 februari, COPD

Amerikaans acteur, regisseur, dichter, schrijver en fotograaf. De rol van Mr. Spock, half Vulcaniër half mens en wetenschapper aan boord van ruimteschip Enterprise, in tv-serie en filmreeks Star Trek was zo verkleefd met Nimoy, dat hij permanent worstelde met de behoefte een eigen identiteit te behouden. Zo noemde hij zijn eerste autobiografie I Am Not Spock (1975) en een latere toch I Am Spock (1995), tot grote vreugde van de fans. Het personage werd al geïntroduceerd in de eerste pilot van de serie, The Man Trap (Marc Daniels, 1966). Hoewel Spock sterft en een ruimtebegrafenis krijgt in de tweede speelfilm, Star Trek: The Wrath of Khan (Nicholas Meyer, 1982), waren er toch steeds ingenieuze scenariowendingen die toestonden hem mee te laten doen, in flashbacks of als oudere versie van zichzelf (The Future Begins, J.J. Abrams, 2009). Sommige van die Star Trek-films werden ook door Nimoy geregisseerd: The Search for Spock (1984) en The Voyage Home (1986). De overige films in de serie met Nimoy waren Star Trek: The Motion Picture (Robert Wise, 1979), The Final Frontier (William Shatner, 1989), The Undiscovered Country (Meyer, 1991) en Into Darkness (Abrams, 2013).
Nimoy was de zoon van Joodse immigranten uit Oekraïne, die een kapperszaak in Boston hadden. De jonge Leonard studeerde en ging in militaire dienst, maar voelde zich het meest aangetrokken tot acteren volgens de methode van Stanislavski. Hij debuteerde zeer nederig in de revuefilm Queen for a Day (Arthur Lubin, 1951). In zijn tweede film, het bescheiden Kid Monk Baroni (Harold Schuster, 1952) speelde Nimoy de titelrol, van een bokser uit Little Italy. Daarna onder meer in Zombies of the Stratosphere/Satan's Satellites (Fred C. Brannon, 1952), als Indiaans opperhoofd in Old Overland Trail (William Witney, 1953), de sciencefictionklassieker Them! (Gordon Douglas, 1954), als professor in The Brain Eaters (Bruno VeSota, 1958), The Balcony (naar Jean Genet; Joseph Strick, 1963) en Deathwatch (Vic Morrow, 1966), maar vooral toch in eindeloze hoeveelheden televisieseries en zelden prominent, met uitzondering van Mission: Impossible (1969-71).
Na het succes van Star Trek werden de schaarse filmrollen wel opvallender: Catlow (Sam Wanamaker, 1971), als niet te vertrouwen psychiater in de remake van Invasion of the Body Snatchers (Philip Kaufman, 1978) en tegenover Ingrid Bergman in de tv-film A Woman Called Golda (Alan Gibson, 1982). Ook stemacteur in bij voorbeeld The Transformers: The Movie (Nelson Shin, 1986), The Pagemaster (Maurice Hunt en Joe Johnston, 1994), Atlantis: The Lost Empire (Gary Trousdale en Kirk Wise, 2001), Land of the Lost (Brad Silberling, 2009), Transformers: Dark of the Moon (Michael Bay, 2011) en Zambezia (Wayne Thornley, 2012). Als regisseur debuteerde Nimoy met een televisieversie van de door hemzelf als Theo van Gogh uitgesproken monoloog Vincent (1981). Na de twee Star Trek-films maakte hij nog enkele films, waarvan 3 Men and a Baby (1987), de Amerikaanse remake van Trois hommes et un couffin (Coline Serreau, 1984), een dikke hit bleek.
Vervolgens het echtscheidingsdrama The Good Mother (met Diane Keaton en Liam Neeson; 1988), de korte film Body Wars (1989), die bedoeld was voor vertoning in een wetenschappelijk pretpark van Disney, en tot slot twee geflopte komedies: Funny about Love (met Gene Wilder; 1990) en het bij de Amish gesitueerde Holy Matrimony (met Patricia Arquette en Joseph Gordon-Levitt; 1994). Nimoy regisseerde drie videoclips, publiceerde zeven dichtbundels en vier fotoboeken. Gescheiden van actrice Sandra Zobel, getrouwd met actrice Susan Bay, een volle nicht van regisseur Michael Bay.




21 februari 2015

Sjoerd Didden


54, Rotterdam, 21 februari, gevolgen van kanker

Nederlands pruikenmaker en grimeur. Er zijn weinig acteurs in Nederland die nooit een pruik van Sjoerd Didden hebben gedragen. Tientallen jaren deed hij ‘haar’ voor musicals van Joop van den Ende en Albert Verlinde en eveneens voor vele andere theaterproducties, zowel gesubsidieerd als in de vrije sector. Daarnaast was hij gespecialiseerd in zogeheten ‘special make-up effects’, protheses en verwondingen, hele en halve kunstlichamen, de pop van Louis Couperus in het aan de schrijver gewijde Haagse Museum of Sneeuwwitje in de Efteling. In een interview met Phil van Tongeren in filmblad Skoop, geciteerd in het in memoriam van Schokkend Nieuws, wees Didden de betiteling van ‘artiest’ met klem af: hij zag zichzelf eerder als technicus, ‘’rommelend aan de keukentafel’’. De bijdragen van Atelier Didden aan film zijn bescheidener dan zijn theaterwerk, maar desondanks aanzienlijk. In de categorie ’haar’ werkte hij onder meer aan pruiken voor Drowning by Numbers (Peter Greenaway, 1988), Belle van Zuylen (Digna Sinke, 1993),
de tv-series 30 minuten (Pieter Kramer, 1995), naar Hella Haasses Charlotte Sophie Bentinck (Ben Verbong, 1996) en Het jaar van de opvolging (Frans Weisz, 1998), Alegría (met het Cirque du Soleil; Franco Dragone, 1999), The Delivery (Roel Reiné, 1999), De vriendschap (Nouchka van Brakel, 2001), Soul Assassin (Laurence Malkin, 2001), De grot (Martin Koolhoven, 2001), de serie De 9 dagen van de gier (Boris Paval Conen, 2001), Erik of het klein insectenboek (Gidi van Liempd, 2004), Zwartboek (Paul Verhoeven, 2006), de serie Waltz (Norbert ter Hall, 2006), Vox Populi (Eddy Terstall, 2008) en New Kids Nitro (Steffen Haars en Flip van der Kuil, 2011). Speciale make-up en effecten verzorgde Didden voor films als Amsterdamned (Dick Maas, 1988), De kassière (Verbong, 1989), The Cook, the Thief, His Wife and Her Lover (Greenaway, 1989), De avonden (Rudolf van den Berg, 1989), The Last Island (Marleen Gorris, 1990), Intensive Care (Dorna van Rouveroy, 1991),
De Johnsons (Van den Berg, 1992), De bunker (Gerard Soeteman, 1992), State of Mind (Reginald Adamson, 1992), De Vliegende Hollander (Jos Stelling, 1995), Antonia (Gorris, 1995), de telefilm Suzy Q (Koolhoven, 1999) en Down (Maas, 2001).

16 februari 2015

Lesley Gore


68, New York, 16 februari, longkanker

Amerikaanse zangeres en songwriter, geboren als Lesley Sue Goldstein. Oscarnominatie voor het samen met haar jongere broer Michael Gore geschreven liedje Out Here on My Own uit de film Fame (Alan Parker, 1980). Was eerder veeleer bekend als zangeres van door Quincy Jones geproduceerde hits als It’s My Party  en het door de tweede feministische golf geadopteerde You Don’t Own Me (beide uit 1963). Speelde en zong als Pussycat in twee afleveringen van de tv-serie Batman (Oscar Rudolph, 1967), onder meer het liedje Maybe Now voor de door haar personage geadoreerde Robin (Burt Ward), maar ook haar hit California Nights.
Behalve in het legendarische televisie-evenement The T.A.M.I. Show (Steve Binder, 1964), was Gore ook te zien in twee tienerfilms: The Girls on the Beach (met the Beach Boys; William Witney, 1965) en Ski Party (Alan Rifkin, 1965), waarin ze de hit Sunshine, Lollipops and Rainbows zingt. In de film Grace of My Heart (Alison Anders, 1996) was het door Bridget Fonda gespeelde personage Kelly Porter, een bubblegumzangeres in de kast, gebaseerd op Gore.
Ze schreef voor dit personage ook met Larry Klein en David Baerwald het liedje My Secret Love, gezongen door Lizzie Cox. In werkelijkheid deed Gore al jaren niet meer zo geheimzinnig over haar geaardheid en presenteerde bij voorbeeld soms het LGBT-georiënteerde tv-magazine In the Life.


Lasse Braun


78, Rome, 16 februari, complicaties van diabetes

In Frans Algerije geboren Italiaans pornoregisseur en -producent, pseudoniem van Alberto Ferro, soms opererend onder andere namen: Stuart Falcon, Charles de Rossi, Al Harvey enz. Diplomatenzoon studeerde af in internationaal recht (Milaan, 1963) en was voorbestemd voor een diplomatieke carrière. Zijn verdediging van libertijnse waarden viel echter niet in goede aarde bij de Italiaanse autoriteiten. Een Deens parlementslid liet wel zijn doctoraalscriptie vertalen en zo droeg Ferro bij aan de legalisatie van pornografie in Denemarken (1969). Na eerste ervaringen met het zelf maken van pornofilms, vanaf 1961 in Spanje en Frankrijk, leerde hij technische vaardigheden in Zweden en begon een kleine studio in Kopenhagen. Twee jaar later, begin jaren 70 vestigde hij zich als Lasse Braun in Nederland, kocht een oude vleesfabriek in Breda en begon daar de productie van een lange reeks softcore, die internationaal wel werd benoemd als ‘porno chic’. Locaties (bij voorbeeld kasteel Groeneveld in Baarn of een Amsterdamse galerie), aankleding en props suggereerden luxe en lust, de feitelijke daad was meer bijzaak. Brauns grootste hit French Blue (1974) bevatte meerdere korte films, ook van andere (anonieme) regisseurs en een geanimeerde pre-creditsscène van de antisemitische en anticlericale Franse tekenaar Siné.
De film draaide in niet-gespecialiseerde bioscopen, zoals een half jaar in een zaal van City, Amsterdam. Dat was mede de aanleiding voor minister van Justitie Dries van Agt (CDA) om de strafbaarheid van pornofilms tijdelijk aan te scherpen. Braun werkte veel met dezelfde actrices (de Duits-Amerikaanse Brigitte Maier, de voluptueuze Nathalie Morin en de eveneens Franse Catherine Ringer) en ook soms met muziek van de Duitse elektronische componist Klaus Schulze.

Andere films onder meer Sensations (1975), Love Inferno (1977), Body Love (1977) en verschillende compilaties. Onder de naam van Stuart regisseerde hij The Happy Necrophiliacs in de eveneens in de gewone bioscoop uitgebrachte episodenfilm Wet Dreams (1974). Zelf is hij als figurant te zien in een ander segment van dezelfde film, Nicholas Rays The Janitor. Ook maakte hij een groot aantal zogeheten ‘ loops’, doorlopende hardcore van tien minuten, vooral bedoeld voor Amerikaanse peepshowautomaten. Veel van Brauns werk is verloren gegaan, vernietigd uit angst voor veroordelingen. Hij is de hoofdpersoon van de documentaire I, the King of Porn – The Adventurous Life of Lasse Braun (Thorsten Schütte, 2003).
MALCOMXXX - LASSE BRAUN from shootv on Vimeo.