03 juni 2016

Muhammad Ali


74, Phoenix AZ, 3 juni, septische shock na ademhalingsproblemen bij ziekte van Parkinson

Amerikaans profbokser en showman, geboren als Cassius Clay. Legendarisch wereldkampioen zwaargewicht (1964-80, met onderbrekingen nadat de titel hem ontnomen was wegens dienstweigering voor de Vietnamoorlog en een nederlaag tegen uitdager Joe Frazier in 1971). Rolmodel voor de Afro-Amerikaanse gemeenschap en voor de maatschappelijke onrust in de jaren 60 en 70. Veranderde zijn “slavennaam” Cassius Clay in 1964, na een bekering tot de islam. Voor die tijd had hij onder zijn oorspronkelijke naam als soulzanger een album opgenomen met producent Sam Cooke, I Am the Greatest. Die zelfgekozen bijnaam was ook de titel van de biografische speelfilm The Greatest (Tom Gries, 1977), waarin Ali zichzelf speelde. Ook was hij als acteur te zien in de tv-film Freedom Road (Ján Kadár, 1979), in de rol van de ex-slaaf Gideon Jackson, die later senator wordt. In Europa kwam een bewerkte versie van de film in de bioscoop.

Ali trad in meer speelfilms op, als zichzelf: Requiem for a Heavyweight (Ralph Nelson, 1962), The Super Fight (in een fictieve match met Rocky Marciano; Murray Woroner, 1970), Body and Soul (George Bowers, 1981) en Doin’ Time (George Mendeluk, 1985). Voor de titelrol in de biografische speelfilm Ali (Michael Mann, 2001) kreeg Will Smith een Oscarnominatie. Over de mythische titelmatch Rumble in the Jungle in Kinshasa, 1974, waar Ali zijn titel heroverde op George Foreman, maakte Leon Gast de documentaire When We Were Kings (1996), die ook een Oscar won. Er waren veel meer documentaires over Clay/Ali, te beginnen met het korte Cassius le Grand (William Klein, 1964) en het lange Muhammad Ali, The Greatest (Klein, 1969).

Voorts onder meer in de non-fictiefilms Something’s Happening (Edgar Beatty, 1967), A.k.a. Cassius Clay (Jim Jacobs, 1970), Black Rodeo (Jeff Kanew, 1972), Money Talks (met verborgen camera; Allen Funt, 1972), The Fighters (Rick Baxter en Allen Greaves, 1974), het korte Muhammad and Larry (Albert en David Maysles, 1980), Champions Forever (Dimitri Logothetis, 1989), Muhammad Ali: The Whole Story (Joseph en Sandra Consentino, 1996), Fidel (Estela Bravo, 2001), Norman Mailer: The American (Joseph Mantegna, 2010), I Am Ali (Clare Lewins, 2014) en The Three Hikers (Natalie Avital, 2015).


31 mei 2016

Corry Brokken


83, Laren (NH), 31 mei, doodsoorzaak onbekend

Nederlands zangeres en juriste. Was in 1957 de tweede winnares van het Eurovisie songfestival, met het door Guus Jansen en Willy van Hemert geschreven Net als toen. Deed opnieuw mee in 1958 (Heel de wereld) en scoorde in de jaren 60 hits met Nederlandstalige covers van onder meer Edith Piaf, Charles Aznavour en Frank Sinatra. Begon op 42-jarige leeftijd aan een rechtenstudie, werd advocaat in Breda en later rechter in ’s-Hertogenbosch. Trad op in de eerste Nederlandse speelfilm in kleur, Jenny (Van Hemert, 1958). Gescheiden van drummer Cees See en revueproducent René Sleeswijk.

11 mei 2016

Adrian Brine


80, Amsterdam, 11 mei, hartfalen

Engels acteur en regisseur. Kwam na een opleiding in Oxford en ruime ervaring als theater- en televisieregisseur in 1965 naar België en Nederland, waar hij onder meer stukken regisseerde voor het Brusselse Théâtre de Poche en Théâtre National de Belqique en toneelgroep Globe in Eindhoven. Speelde ook in talloze Nederlandse en internationale filmproducties, te beginnen met de korte film Festival of Love (Wim Verstappen, 1966). Daarna in de thriller Obsessions/Bezeten – Het gat in de muur (Pim de la Parra, 1969), Rubia’s Jungle (De la Parra, 1970), Lifespan (Alexander Whitelaw, 1975), Max Havelaar (Fons Rademakers, 1976), Barocco (André Téchiné, 1976), Het debuut (Nouchka van Brakel, 1977), Une page d’amour (Maurice Rabinowicz, 1978), als aborteur in De mantel der liefde (Adriaan Ditvoorst, 1978), Mysteries (Paul de Lussanet, 1978), Les sœurs Brontë (Téchiné, 1979), Twee vrouwen/Twice a Woman (George Sluizer, 1979),

La mémoire courte (Eduardo de Gregorio, 1979), Een vrouw tussen hond en wolf (André Delvaux, 1979), Gossamer (top-billed; Anton Kothuis, 1980), Een vlucht regenwulpen (Ate de Jong, 1981), Het meisje met het rode haar (Ben Verbong, 1981), De schorpioen (Verbong, 1984), De Dream (Pieter Verhoeff, 1985), Pervola, sporen in de sneeuw (Orlow Seunke, 1985), Blonde Dolly (Gerrit van Elst, 1987), Zoeken naar Eileen (Rudolf van den Berg, 1987), de gespeelde documentaire Victim of the Brain (Piet Hoenderdos, 1988), De kassière (Verbong, 1989), Vincent & Theo (Robert Altman, 1990), Luba (Alejandro Agresti, 1990), Everybody Wants to Help Ernest (Agresti, 1991), Modern Crimes (Agresti, 1992), De drie beste dingen in het leven (Ger Poppelaars, 1992), Hoffman’s honger (Leon de Winter, 1993), Between the Devil and the Deep Blue Sea (Marion Hänsel, 1995), The Commissioner (Sluizer, 1998), Het 14e kippetje (Hany Abu-Assad, 1998), Madelief: Krassen in het tafelblad (Ineke Houtman, 1998),
Farewell Pavel (top-billed; Rosemarie Blank, 1999), An Amsterdam Tale (Dorna van Rouveroy, 1999), het tv-drama De zeven deugden: Wodan (Norbert ter Hall, 1999), de telefilm De ordening (Pieter Kuijpers, 2003), de Italiaanse korte film Lukas (top-billed; Alessandro Nico Savino, 2005), Oorlogsrust (Doesjka van Hoogdalem, 2006), Dennis P. (Kuijpers, 2007) en de korte films X-Ray Eyes (trailer voor IDFA; Mike van Diem, 2005), The Old Windmill Shop (top-billed; Pieter-Rim de Kroon, 2006), La tristesse riche (Erwin Olaf, 2010) en de eindexamenfilm The Space between Us (Marc S. Nollkaemper, 2015). Vertaalde twee originele scenario’s van Wim T. Schippers in het Engels, Cross Now (Andrew Wilson, 1977) en Ramp Ahead (Schippers, 1980). Levenspartner van casting director Hans Kemna.

01 mei 2016

Madeleine Lebeau


92, Estepona (Málaga), 1 mei, na een dijbeenbreuk

Frans actrice, van wie in Hollywood de naam werd gespeld als LeBeau. Laatst overlevende acteur uit de Hollywoodklassieker Casablanca (Michael Curtiz, 1942), waarin ze Yvonne, de Franse maîtresse van Humphrey Bogart, speelde en de Marseillaise zong - in close-up en met echte tranen. In werkelijkheid was ze op 16-jarige leeftijd (1939) getrouwd met de 24 jaar oudere Joodse acteur Marcel Dalio (de croupier in Casablanca) met wie ze op een vervalst Chileens paspoort via Portugal, Mexico en Canada de VS had weten te bereiken.

Vooroorlogs filmdebuut als edelfigurante in Jeunes filles en détresse/De heilige wet (G.W. Pabst, 1939). Eerste Hollywoodrolletje in Hold Back the Dawn (Mitchell Leisen, 1941). Vervolgens tegenover Errol Flynn in de boksfilm Gentleman Jim (Raoul Walsh, 1942), in Paris after Dark (Léonide Moguy, 1943) en Music for Millions (Henry Koster, 1944). Het huwelijk met Dalio strandde in 1942 en Lebeau keerde terug naar Europa, waar ze onder meer te zien was in Les chouans (Henri Calef, 1947), Le secret de Monte-Cristo (Albert Valentin, 1948), het Engelse Cage of Gold (Basil Dearden, 1950), Et moi j’te dis qu’elle t’a fait d’l’œil (hoofdrol; Maurice Gleize, 1950), als prostituee in Dupont Barbès (top-billed; Henri Lepage, 1951), Paris chante toujours! (Pierre Montazel, 1951), Fortuné de Marseille (Lepage en Pierre Méré, 1952), L’étrange amazone (top-billed; Jean Vallée, 1953), Mandat d’amener (Pierre-Louis, 1953), Légère et court vêtue (top-billed,tegenover Louis de Funès; Jean Laviron, 1953),
Cadet Rousselle (André Hunebelle, 1954), Napoléon (Sacha Guitry, 1955), het Spaanse La pícara molinera (Léon Klimovsky, 1955), Le pays d’où je viens (Marcel Carné, 1956), tegenover Brigitte Bardot in Une parisienne (Michel Boisrond, 1957), in de allstar-cast van La vie à deux (Clément Duhour, 1958), Vous n’avez rien à déclarer? (Duhour, 1959) en Le chemin des écoliers (Boisrond, 1959). In 8 ½ (Federico Fellini, 1963), mede geschreven door haar latere echtgenoot Tullio Pinelli, speelde Lebeau ‘de Franse actrice Madeleine’. Daarna in de paellawestern Desafío en Río Bravo/Duel at Rio Bravo (Tulio Demicheli, 1964), als ‘la grande demoiselle’ in Angélique Marquise des Anges/Angelique, keizerin der engelen (Bernard Borderie, 1964) en La vuelta (José Luis Madrid, 1965).


16 april 2016

Rod Daniel


73, Chicago, 16 april, ziekte van Parkinson

Amerikaans regisseur en fotograaf, voluit Rollin Augustus Daniel III. Vanaf 1979 regisseur van afleveringen van tv-series. Drie Emmy-nominaties voor de serie WKRP in  Cincinnati (1978). Bioscoopdebuut met de succesvolle low-budget genrefilm Teenwolf (1985), met Michael J. Fox als een basketballende weerwolf. Daarna maakte Daniel de bovennatuurlijke komedie Like Father, Like Son (met Dudley Moore; 1987), K-9 (over een politiehond; 1989), de komedie The Super (met Joe Pesci; 1991) en de vervolgfilm Beethoven’s 2d (weer met honden; 1993). Daarna weer uitsluitend televisie, bij voorbeeld Home Alone 4 (2002). Vietnamveteraan met een grote passie voor fotografie had geen hoge pet op van zijn eigen werk in Hollywood. Hij zei eens in een interview dat hij er zelf nooit een kaartje voor zou kopen.

02 april 2016

Gato Barbieri


83, New York, 2 april, longontsteking

Argentijns alt- en tenorsaxofonist, klarinettist, bandleader en jazzcomponist, eigenlijk Leandro José Barbieri. Speelde in de jaren 50 samen met de eveneens Argentijnse pianist en latere filmcomponist Lalo Schifrin, daarna onder meer in Rome met trompettist Don Cherry. Zijn muziek was onder meer te horen in Prima della rivoluzione (Bernardo Bertolucci, 1964) en als componist van de soundtrack van de Argentijnse producties Dar la cara (José A. Martínez Suárez, 1962) en El perseguidor (naar Julio Cortázar; Osias Wilenski, 1965). Werd een wereldster door zijn zwoele, meeslepende soundtrack voor de controversiële, in veel landen verboden film Ultimo tango a Parigi/Last Tango in Paris (met Marlon Brando en Maria Schneider; Bertolucci, 1972), onder meer hergebruikt in Je, tu, il, elle (Chantal Akerman, 1974) en Eat Pray Love (Ryan Murphy, 2010).

Het succes leverde Barbieri ook een platencontract op bij A&M Records. Hij schreef voor nog enkele films de soundtrack: de documentaire Appunti per un’ orestiade africana (Pier Paolo Pasolini,1970), het Braziliaanse O rei dos milagres (Joel Barcellos, 1971) en Na boca da noite (Walter Lima Jr, 1971), het Argentijnse La guerra del cerdo/Diary of a Pig War (Leopoldo Torre Nilsson, 1975), de internationale actiefilm Firepower (met Sophia Loren; Michael Winner, 1979), Strangers Kiss (een speelfilm over de totstandkoming van Stanley Kubricks Killer’s Kiss; Matthew Chapman, 1983),
Manhattan by Numbers (Amir Naderi, 1993) en de Duitse productie Seven Servants (met Anthony Quinn; Daryush Shokof, 1996), die op het festival van Locarno in première ging. Speelde saxofoonsolo in L’harem (Marco Ferreri, 1967) en Diario di un vizio (Ferreri, 1994). Gastrol in La patota (Daniel Tinayre, 1960), een van de hoofdpersonen in de muziekdocumentaire over latin jazz Calle 54 (Fernando Trueba, 2000).

31 maart 2016

Martha De Wachter


96, Beveren, 31 maart, doodsoorzaak onbekend

Belgisch actrice, soms als Martha Dewachter. Maakte deel uit van het gezelschap van de Koninklijke Nederlandse Schouwburg (KNS) in Antwerpen en speelde veel televisierollen, bij voorbeeld als Rozelien in Wij, Heren van Zichem (Maurits Balfoort, 1969) en als pastoorsmeid in Merijntje Gijzens jeugd (Bram van Erkel, 1973). Drie speelfilms: Het meisje en de madonna (Edith Kiel, 1958), als boerin in Louisa, een woord van liefde (Paul Collet en Pierre Drouot, 1972) en De Witte van Sichem/De Witte (opnieuw als Rozelien; Robbe de Hert, 1980).