14 mei 2015

B. B. King


89, Las Vegas, 14 mei, complicaties van diabetes

Amerikaans bluesgitarist, singer-songwriter en gelegenheidsacteur, eigenlijk Riley Ben King. De initialen zijn een afkorting van zijn bijnaam Blues Boy. Katoenplukker uit Mississippi nam zijn eerste plaat op in 1949. Groeide uit tot een legende, waarvan de populariteit alleen maar toenam naarmate hij ouder werd. Zijn muziek werd gebruikt op de soundtrack van vele films, het meest prominent in Into the Night (John Landis, 1985). Zelf trad hij als acteur op in Spies Like Us (Landis, 1985), het segment Blacks without Soul in Amazon Women on the Moon (Landis, 1987),
Mr. Bluesman (Sönke Wortmann, 1993), Hearts and Soul (met zijn band; Ron Underwood, 1993), Blues Brothers 2000 (Landis, 1998) en de tv-film Shake, Rattle and Roll: An American Love Story (Mike Robe, 1999). Hij was de hoofdpersoon van de documentaire B. B. King: The Life of Riley (Jon Brewer, 2012) en was ook te zien in zulke uiteenlopende non-fictiefilms als Medicine Ball Caravan (François Reichenbach, 1971), Black Rodeo (Jeff Kanew, 1972), Le blues entre les dents/Blues under the Skin (Robert Manthoulis, 1973), het gevangenisconcert Sing Sing Thanksgiving (David Hoffman en Harry Willard, 1974),
B.B. King: Live in Africa (Leon Gast, 1974), U2: Rattle and Hum (Phil Joanou, 1988), When We Were Kings (Gast, 1996), Genghis Blues (Roko Belic, 1999), de IMAX-productie All Access: Front Row. Backstage. Live! (Martyn Atkins, 2001), Live by Request: BB King (Lawrence Jordan, 2003), An Evening with B.B. King (Ron Weiner, 2003), Lightning in a Bottle (Antoine Fuqua, 2004), Antone’s: Home of the Blues (Dan Karlok, 2004), A.K.A. Doc Pomus (William Hechter en Peter Miller, 2012), Music for Mandela (Jason Bourque, 2013), John Mayer: Someday I’ll Fly (Eastwood Allen, 2014) en het nog niet uitgebrachte Born in Chicago (John Anderson, 2015) en Lead Belly: Life, Legend, Legacy (Curt Hahn, 2015).

30 april 2015

Nigel Terry


69, St. Ives (Cornwall), 30 april, emfyseem

Engels acteur, voluit Peter Nigel Terry. Klassiek toneelspeler, met lange staat van dienst bij verschillende gezelschappen, waaronder de Royal Shakespeare Company. Speelde na een opvallend filmdebuut als prins Jan in The Lion in Winter (Anthony Harvey, 1968) vooral kostuumrollen, waarvan de bekendste die waren van koning Arthur in Excalibur (John Boorman, 1981) en de renaissanceschilder Caravaggio in de gelijknamige film (Derek Jarman, 1986).
Voorts onder meer in Sylvia (Michael Firth, 1985), Déjà Vu (Anthony B. Richmond, 1985), The Last of England (Jarman, 1988), War Requiem (Jarman, 1989), Edward II (Jarman, 1991), Christopher Columbus: The Discovery (John Glen, 1992), de tv-serie Covington Cross (top-billed; 1992), Gengis Khan (Ken Annakin, 1992, in een nieuwe bewerking opnieuw uitgebracht in 2010), Blue (alleen stem; Jarman, 1993), als de profeet Zarathustra in On Wings of Fire (Cyrus Bharucha, 2001), The Emperor’s New Clothes (Alan Taylor, 2001), The Search for John Gissing (Mike Binder, 2001), Feardotcom (William Malone, 2002), The Tulse Luper Suitcases, Part 1: The Moab Story (Peter Greenaway, 2003), The Tulse Luper Suitcases: Antwerp (Greenaway, 2003), Troy (Wolfgang Petersen, 2004) en Red Mercury (Roy Battersby, 2005). Ook te zien in de documentaires Derek Jarman: Life as Art (Andy Kimpton-Nye, 2004), The Gospel According to St Derek (Kimpton-Nye, 2014) en het nog uit te brengen Behind the Sword in the Stone (over de totstandkoming van Excalibur; Alec Moore en Mark Wright, 2015).

Patachou


96, Neuilly (Haut-de-Seine), 30 april, doodsoorzaak onbekend

Frans zangeres en actrice, pseudoniem van Henriette Ragon. Haar artiestennaam is afgeleid van pâte à choux, een soort deeg voor soesjes en tevens de naam van het cabaret-restaurant in Montmartre (oorspronkelijk een banketbakkerij), dat ze met haar man Jean Billon in 1948 overnam. Het werd de bakermat van menig debuterend chansonnier, onder wie Georges Brassens, met wie Patachou ook duetten zong. Vanaf 1952 succesvol platenartiest. Enkele films: ze zong Brassens’ Brave Margot in Femmes de Paris (Jean Boyer, 1953)
en speelde rollen in French Cancan (Jean Renoir, 1954), als Madame Sans-gêne in Napoléon (Sacha Guitry, 1955), als hotelhoudster in Faubourg St Martin (Jean-Claude Guiguet, 1986), top-billed in dezelfde rol, tegenover haar zoon, componist Pierre Billon, in de korte film Avec sentiment (Pierre Vecchiali, 1987), La Rumba (Roger Hanin, 1987), Le champignon des Carpathes (Jean-Claude Biette, 1990), Chasse gardée (Biette, 1992), Cible émouvante (Pierre Salvadori, 1993), als Margherite in Pola X (Leos Carax, 1999), Drôle de Félix (Olivier Ducastel en Jacques Martineau, 2000), Les acteurs (Bertrand Blier, 2000), Belphégor – Le fantôme du Louvre (Jean-Paul Salomé, 2001) en San Antonio (Frédéric Auburtin, 2004). Officier in het Legioen van Eer (2009).

29 april 2015

Ronald Nadorp


65, Den Haag, 29 april, prostaatkanker

Nederlands geluidsmixer. Werkte vanaf 1973 bij de Haagse Bob Kommer Studios als geluidsbewerker. Na twee jaar bij Omniversum, nam hij in 1996 met zijn zoon Jeroen Nadorp de leiding van Bob Kommer Studios v2 over. Zijn specialisme was het construeren van een kunstmatige soundtrack bij korte animatiefilms, met name die van Paul Driessen: Te land, ter zee en in de lucht (Zilveren Beer; 1980), Het treinhuisje (1981), Oh, What a Knight (tevens montage; 1982),

Het scheppen van een koe (competitie Cannes; 1983), Spiegeleiland (1985), De schrijver en de dood (1987),  Uncles & Aunts 1 (1989), The Water People (1992), 3 Misses (Oscarnominatie; 1998) en 2D or Not 2D (2003). Andere animatiefilms waarvoor Nadorp het setgeluid of sound design verzorgde: No Showbo (Hans Richter en Wilbert Plijnaar, 1991), Uncles & Aunts II (tevens montage; Michaela Pavlátová, 1991), Back to the Inkwell (Ronald Bijlsma, 1992), Gouden Kalfwinnaar Sientje (Christa Moesker, 1997),
Run of the Mill (Børge Ring, 1999), de documentaire Paul Driessen Inside Out (Guus van Waveren, 2002), De olifant en de slak (Moesker, 2002), L.A.T. (Nicole Van Goethem, 2002), DICHT/VORM – Koppig (Oerd van Cuijlenborg, 2002), Wie de schoen past (Thomas Coltof, 2004), Hart van een aap (Sahand Sahebdivani, Stijn Windig, Michiel Krop en Mickey Smid, 2004), Phantom of the Cinema (Erik van Schaaik, 2008), The Heart of Amos Klein (Michal en Uri Kranot, 2008), Eekhoorn en olifant (Digna van der Put, 2009), Little Quentin (Albert ’t Hooft en Paco Vink, 2010),
Auditie (Udo Prinsen, 2011) en Murphy Was Here (Geoffrey Armfield, 2012) en de lange animatiefilm Trippel Trappel Dierensinterklaas ('t Hooft en Vink, 2014). Ook deden Nadorp sr. en jr. de geluidseffecten voor de kinderserie Woezel en Pip (2014).  



24 april 2015

Sid Tepper


96, Miami Beach FL, 24 april, natuurlijke dood

Amerikaans songwriter. Schreef samen met zijn buurman Roy C. Bennett tussen 1945 en 1970 meer dan 300 liedjes, waaronder Red Roses for a Blue Lady en Glad All Over. Drie films kregen een van hun liedjes als titelsong: het Cliff Richard-vehikel The Young Ones (Sidney J. Furie, 1961) en de Elvis Presley-films G.I. Blues (Norman Taurog, 1960) en Stay Away, Joe (Pete Tewkesbury, 1968). In totaal 43 songs voor Elvis en 21 voor Cliff, die hij geen van beiden ooit ontmoette.

10 april 2015

Judith Malina


88, Englewood NJ, 10 april, longaandoening

Oorspronkelijk Duits actrice en theaterregisseur van Poolse afkomst, sinds 1928 in de VS. In Kiel geboren als dochter van een rabbijn. Richtte samen met haar latere man Julian Beck (1948-85) in 1947 Living Theatre op, een vernieuwend en internationaal invloedrijk toneelgezelschap. Werd in Nederland bekend door legendarische voorstellingen in het Mickery Theater. Anarchist en pacifist. Bleef tot haar dood  een inspirator en goeroe van het experimentele theater.
Opvallende bijrollen in films: als de moeder van Al Pacino in Dog Day Afternoon (Sidney Lumet, 1975), de moeder van Lena Olin in de verfilming van Isaac Bashevis Singers Enemies; A Love Story (Paul Mazursy, 1989), als Rose, een patiënt van Oliver Sacks, in Awakenings (Penny Marshall, 1990) en als de grootmoeder van The Addams Family (Barry Sonnenfeld, 1991).
Was ook Aunt Dotty, de non die op haar sterfbed bekent Pauly’s biologische moeder te zijn, in een aflevering van The Sopranos (Alan Taylor, 2006). Overige films: The Bachelor Party (Delbert Mann, 1957), de undergroundklassieker Flaming Creatures (als The Fascinating Woman; Jack Smith, 1963), The Queen of Sheba Meets the Atom Man (Ron Rice, 1963), de korte film Visa de censure N° X (Pierre Clémenti, 1967), Après la Passion selon Sade (Alfredo Leonardi, 1968), edelfiguratie in Candy (Christian Marquand, 1968), het korte Emergency (Gwen Brown, 1968), het segment Agonia in Amore e Rabbia (Bernardo Bertolucci, 1969), Wheel of Ashes (Peter Emmanuel Goldman, 1969), No Picnic (Philip Hartman, 1986), Radio Days (Woody Allen, 1987), The Secret of My Success (Herbert Ross, 1987), China Girl (Abel Ferrara, 1987), Histoires d’Amérique (Chantal Akerman, 1989), Household Saints (Nancy Savoca, 1993), Men Lie (John Andrew Gallagher, 1994), The Deli (Gallagher, 1997), Music from Another Room (Charlie Peters, 1998), Snow Days (Adam Marcus, 1999), als overlevende van de holocaust Nothing Really Happens: Memories of Aging Strippers (Fred Newman, 2003),
de korte film Katalog (top-billed; Rania Ajami, 2005), When in Rome (Mark Steven Johnson, 2010) en de tv-film Over/Under (Bronwen Hughes, 2013). Daarnaast te zien in documentaires als Living Ang Glorious (Leonardi, 1968), Diaries, Notes and Sketches (Jonas Mekas, 1969), Signals through the Flames (Sheldon Rochlin, 1983), Looking for Richard (Pacino, 1996), How to Draw a Bunny (over Ray Johnson; John Walter, 2002), Im Spiegel der Maya Deren (Martina Kudlácek, 2002), Resist!: To Be with the Living (Dirk Suszies en Karin Kaper, 2004), Jack Smith and the Destruction of Atlantis (Mary Jordan, 2006), Operation Lysistrata (Michael Patrick Kelly, 2006), Another Glorious Day (over een nieuwe voorstelling van The Brig; Szuszies en Kaper, 2009), The Wake-Up Call of a Poet: Anne Waldman (Alexander Oey, 2009), New York Memories (Rosa von Praunheim, 2010) en het geheel aan Malina gewijde Love and Politics (Azad Jafarian, 2011). Na Becks dood hertrouwd met collega-regisseur Hanon Reznikov.




Judith Malina: The Lower East Side Biography Project, excerpt from 28 minute biography from Steve Zehentner on Vimeo.

07 april 2015

Georffey Lewis


79, Woodland Hills CA, 7 april, hartaanval

Amerikaans bijrolacteur. Vooral bekend geworden door zijn rollen in films van en met Clint Eastwood: High Plains Drifter/De vreemdeling zonder naam (Eastwoord, 1973), Thunderbolt and Lightfoot (Michael Cimino, 1974),  Every Which Way But Loose (James Fargo, 1978), Bronco Billy (Eastwood, 1980), Any Which Way You Can (Buddy Van Horn, 1980), Pink Cadillac (Van Horn, 1989) en Midnight in the Garden of Good and Evil (Eastwood, 1997).
Na een korte periode in de jaren 50 als theateracteur off-Broadway en een langere periode van rondreizen, vanaf de jaren 70 regelmatig op televisie en in films, vaak als een beetje ruige, excentrieke bewoner van platteland of Wilde Westen. Officieel filmdebuut als moteleigenaar in de onafhankelijke film over geflipte Vietnamveteranen Welcome Home, Soldier Boys (Richard Compton, 1971). Voorts onder meer The Culpepper Cattle Co. (Dick Richards, 1972), Bad Company (Robert Benton, 1972), Dillinger (John Milius, 1973), Il mio nome è Nessuno/My Name Is Nobody (Tonino Valerii, 1973), Macon County Line (Compton, 1974), The Great Waldo Pepper (tegenover Robert Redford; George Roy Hill, 1975), The Wind and the Lion (Milius, 1975), Smile (Michael Ritchie, 1975), Lucky Lady (Stanley Donen, 1975), The Return of a Man Called Horse (Irvin Kershner, 1976), Shoot the Sun Down (David Leeds, 1978), Sella d’argento/Silver Saddle (Lucio Fulci, 1978), Human Experiments (Gregory Goodell, 1979), de tv-film naar Stephen King Salem’s Lot (Tobe Hooper, 1979),
Tom Horn (William Wiard, 1980), als pelsjager in Heaven’s Gate (Cimino, 1980), I, the Jury (Richard T. Heffron, 1982), de tv-film The Shadow Riders (Andrew V. McLaglen, 1982), 10 to Midnight (J. Lee-Thompson, 1983), Night of the Comet (Thom Eberhardt, 1984), Lust in the Dust (Paul Bartel, 1985), Stitches (Alan Smithee alias Rod Holcomb, 1985), Time Out (Jon Bang Carlsen, 1988), Out of the Dark (Michael Schroeder, 1988), Fletch Lives (Ritchie, 1989), Catch Me If You Can (Stephen Sommers, 1989), Tango & Cash (Andrei Konchalovsky, 1989), Disturbed (Charles Winkler, 1990), cultklassieker The Lawnmower Man (Brett Leonard, 1992), als de geest van Hitchcock in Wishman (Michael Marvin, 1992), Point of No Return/The Assassin (John Badham, 1993), Joshua Tree (Vic Armstrong, 1993), The Man without a Face (Mel Gibson, 1993), Only the Strong (Sheldon Littich, 1993), White Fang 2: Myth of the White Wolf (Ken Olin, 1994), Maverick (Richard Donner, 1994), de stem van Gods conciërge in de korte animatiefilm The Janitor (tevens scenario, top-biled; Vanessa Schwartz, 1995),
janitor small from Vanessa Schwartz on Vimeo.
American Perfekt (Paul Chart, 1997), Five Aces (David Michael O’Neill, 1999), The Way of the Gun (Christopher McQuarrie, 2000), als schooldirecteur in The New Guy (Ed Decter, 2002), Mind Games (Adrian Carr, 2003), Blueberry/Renegade (Jan Kounen, 2004), Down in the Valley (David Jacobson, 2005), The Devil’s Rejects (Rob Zombie, 2005), de korte film Old Man Music (top-billed; Scott Slone, 2005), Fingerprints (Harry Basil, 2006), Wicked Little Things (J.S. Cardone, 2006), Moving McAllister (Andrew Black, 2007), Christmas Cottage (Michael Campus, 2008), The Butcher (Jesse V. Johnson, 2009), Miss Nobody (Tim Cox, 2010), Retreat! (top-billed; Slone, 2012) en het nog uit te brengen High and Outside (Evald Johnson, 2016). Nominatie voor een Golden Globe (beste mannelijke bijrol in een tv-serie) voor Flo (als barman in Texas; 1980-81). Actieve volgeling van Scientology. Vader van actrice Juliette Lewis en negen andere kinderen.