16 februari 2015

Lesley Gore


68, New York, 16 februari, longkanker

Amerikaanse zangeres en songwriter, geboren als Lesley Sue Goldstein. Oscarnominatie voor het samen met haar jongere broer Michael Gore geschreven liedje Out Here on My Own uit de film Fame (Alan Parker, 1980). Was eerder veeleer bekend als zangeres van door Quincy Jones geproduceerde hits als It’s My Party  en het door de tweede feministische golf geadopteerde You Don’t Own Me (beide uit 1963). Speelde en zong als Pussycat in twee afleveringen van de tv-serie Batman (Oscar Rudolph, 1967), onder meer het liedje Maybe Now voor de door haar personage geadoreerde Robin (Burt Ward), maar ook haar hit California Nights.
Behalve in het legendarische televisie-evenement The T.A.M.I. Show (Steve Binder, 1964), was Gore ook te zien in twee tienerfilms: The Girls on the Beach (met the Beach Boys; William Witney, 1965) en Ski Party (Alan Rifkin, 1965), waarin ze de hit Sunshine, Lollipops and Rainbows zingt. In de film Grace of My Heart (Alison Anders, 1996) was het door Bridget Fonda gespeelde personage Kelly Porter, een bubblegumzangeres in de kast, gebaseerd op Gore.
Ze schreef voor dit personage ook met Larry Klein en David Baerwald het liedje My Secret Love, gezongen door Lizzie Cox. In werkelijkheid deed Gore al jaren niet meer zo geheimzinnig over haar geaardheid en presenteerde bij voorbeeld soms het LGBT-georiënteerde tv-magazine In the Life.


Lasse Braun


78, Rome, 16 februari, complicaties van diabetes

In Frans Algerije geboren Italiaans pornoregisseur en -producent, pseudoniem van Alberto Ferro, soms opererend onder andere namen: Stuart Falcon, Charles de Rossi, Al Harvey enz. Diplomatenzoon studeerde af in internationaal recht (Milaan, 1963) en was voorbestemd voor een diplomatieke carrière. Zijn verdediging van libertijnse waarden viel echter niet in goede aarde bij de Italiaanse autoriteiten. Een Deens parlementslid liet wel zijn doctoraalscriptie vertalen en zo droeg Ferro bij aan de legalisatie van pornografie in Denemarken (1969). Na eerste ervaringen met het zelf maken van pornofilms, vanaf 1961 in Spanje en Frankrijk, leerde hij technische vaardigheden in Zweden en begon een kleine studio in Kopenhagen. Twee jaar later, begin jaren 70 vestigde hij zich als Lasse Braun in Nederland, kocht een oude vleesfabriek in Breda en begon daar de productie van een lange reeks softcore, die internationaal wel werd benoemd als ‘porno chic’. Locaties (bij voorbeeld kasteel Groeneveld in Baarn of een Amsterdamse galerie), aankleding en props suggereerden luxe en lust, de feitelijke daad was meer bijzaak. Brauns grootste hit French Blue (1974) bevatte meerdere korte films, ook van andere (anonieme) regisseurs en een geanimeerde pre-creditsscène van de antisemitische en anticlericale Franse tekenaar Siné.
De film draaide in niet-gespecialiseerde bioscopen, zoals een half jaar in een zaal van City, Amsterdam. Dat was mede de aanleiding voor minister van Justitie Dries van Agt (CDA) om de strafbaarheid van pornofilms tijdelijk aan te scherpen. Braun werkte veel met dezelfde actrices (de Duits-Amerikaanse Brigitte Maier, de voluptueuze Nathalie Morin en de eveneens Franse Catherine Ringer) en ook soms met muziek van de Duitse elektronische componist Klaus Schulze.

Andere films onder meer Sensations (1975), Love Inferno (1977), Body Love (1977) en verschillende compilaties. Onder de naam van Stuart regisseerde hij The Happy Necrophiliacs in de eveneens in de gewone bioscoop uitgebrachte episodenfilm Wet Dreams (1974). Zelf is hij als figurant te zien in een ander segment van dezelfde film, Nicholas Rays The Janitor. Ook maakte hij een groot aantal zogeheten ‘ loops’, doorlopende hardcore van tien minuten, vooral bedoeld voor Amerikaanse peepshowautomaten. Veel van Brauns werk is verloren gegaan, vernietigd uit angst voor veroordelingen. Hij is de hoofdpersoon van de documentaire I, the King of Porn – The Adventurous Life of Lasse Braun (Thorsten Schütte, 2003).
MALCOMXXX - LASSE BRAUN from shootv on Vimeo.

14 februari 2015

Alan Howard


77, Londen-Hampstead, 14 februari, longontsteking

Engels acteur, voluit Alan Mackenzie Howard. Zoon van komisch acteur Arthur Howard, neef van steracteur Leslie Howard. Vooraanstaand toneelspeler, vooral bij de Royal Shakespeare Company. Enkele filmrollen, bij voorbeeld als Michael in The Cook, the Thief, His Wife and Her Lover (Peter Greenaway, 1989) en als de stem van de Ring in de trilogie naar The Lord of the Rings/In de ban van de ring (Peter Jackson, 2001-03). Filmdebuut met rolletje in Victim (Basil Dearden, 1961). Voorts onder meer The V.I.P.s (Anthony Asquith, 1963), The Americanization of Emily (Arthur Hiller, 1964), The Heroes of Telemark (Anthony Mann, 1965), als dominee in Work Is a 4-Letter Word (Peter Hall, 1968), Oxford Blues (Robert Boris, 1984), de tv-serie A Perfect Spy (1987), als Oliver Cromwell in The Return of the Musketeers (Richard Lester, 1989), Strapless (David Hare, 1989), Dakota Road (Nick Ward, 1993), The Secret Rapture (geschreven door Hare; Howard Davies, 1993), als God in de korte film Soup (George Tiffin, 1996) en de miniserie Parade’s End (Susanna White, 2012). Getrouwd met journaliste Sally Beauman.

11 januari 2015

Anita Ekberg


83, Rocca di Papa (prov. Rome), 11 januari, natuurlijke dood

Zweeds fotomodel en filmactrice, voluit Kerstin Anita Marianne Ekberg. Diva die in La dolce vita (Federico Fellini, 1960) ten overstaan van Marcello Mastroianni het water van de Trevifontein inliep, had een veel langere en bredere filmcarrière dan deze ene, iconische scène. Ze zou er wel een leven lang roem aan ontlenen, die mede resulteerde in drie andere rollen in Fellini-films: als meer dan levensgroot reclamebord voor melkconsumptie in de episode Le tentazioni del dottor Antonio van Boccaccio ’70 (1962) en als zichzelf in I clowns (1970) en Intervista (1987).
De voluptueuze blondine uit Malmö beantwoordde volledig aan het schoonheidsideaal van de jaren ’50. Ze was als Miss Sweden in 1950 naar de VS gekomen, waar ze de Miss Universe verkiezing niet won, maar wel dankzij Howard Hughes een filmcontract bij RKO. Dat zou niet tot films leiden, maar ze debuteerde wel tegenover haar latere minnaar Tyrone Power met een kleine rol in de Universal-productie The Mississippi Gambler (Rudolph Maté,1953). Ekbergs Hollywoodperiode werd vooral gekenmerkt door min of meer grappig bedoelde verschijningen als seksbom: Abbott and Costello Go to Mars (Charles Lamont, 1953), als Chinese (sic!) in  de western Blood Alley (William A. Wellman, 1955), tegenover het duo Dean Martin en Jerry Lewis in Artists and Models (Frank Tashli, 1955), een hoofdrol tegenover Robert Ryan en Rod Steiger in Back to Eternity (John Farrow, 1956), weer met Martin & Lewis in Hollywood or Bust (Tashlin, 1956) en Man in the Vault (Andrew V. McLaglen, 1956). Terug in Europa draaide Ekberg voor het eerst in de studio’s van Cinecittà voor de superproductie naar Lev Tolstojs War and Peace (King Vidor, 1956). Daarna twee Engelse films met Victor Mature, Zarak (Terence Young, 1956) en Interpol/Pickup Alley (John Gilling, 1957),
terug in Hollywood de titelrol in Valerie (tegenover Sterling Hayden en haar latere eerste echtgenoot, Anthony Steel; Gerd Oswald, 1957), tegenover Bob Hope en Fernandel in Paris Holiday (Oswald, 1958), voor het eerst top-billed, met een dubbelrol in Screaming Mimi (Oswald, 1958) en tegenover Jack Palance in The Man Inside/De blauwe tiara (Gilling, 1958). Sindsdien zou Ekbergs filmloopbaan zich voornamelijk in Italië concentreren, waar ze zich in 1964 permanent vestigde. Ze behield wel haar Zweedse paspoort. Top-billed in de peplumfilm Nel segno di Roma (Guido Brignone, 1959) en daarna onder meer in de anticommunistische propagandafilm Apocalisse sul Fiume Giallo/Last Train to Shanghai (top-billed; Renzo Merusi, 1961), I mongoli/De Mongolen (tegenover Palance; André De Toth en Leopoldo Savona, 1961), A porte chiuse/Behind Closed Doors (top-billed; Dino Risi, 1962), Call Me Bwana (tegenover Hope; Gordon Douglas, 1963), 4 for Texas (tegenover Martin, Frank Sinatra, Charles Bronson en Ursula Andress; Robert Aldrich, 1963),
The Alphabet Murders/Hercule Poirot en het ABC mysterie (Tashlin, 1965), het segment Lolita in Das Liebeskarussell (Axel von Ambesser, 1965), Way... Way Out (tegenover Lewis; Douglas, 1966), Scusi, lei è favorevole o contrario? (Alberto Sordi, 1966), Woman Times Seven/Sette volte donna/Zeven maal vrouw (tegenover Shirley MacLaine, Michael Caine en Philippe Noiret; Vittorio de Sica, 1967), If It’s Tuesday, This Must Be Belgium (Mel Stuart, 1969),  top-billed in de titelrol van de horrorfilm Malenka (Armando de Ossorio, 1969), top-billed in Casa d’appuntamento/Murder on 17th Avenue (F.L. Morris alias Ferdinando Merighi, 1972), Northeast of Seoul (top-billed; David Lowell Rich, 1972), Suor Omicidi/Killer Nun (top-billed; Giulio Berruti, 1979), S+H+E: Security Hazards Expert (Robert Michael Lewis, 1980), Bámbola (Bigas Luna, 1996) en Le nain rouge (Yvan le Moine, 1998). Volgens de legende liep Ekberg twee cruciale rollen mis: die van Honey Rider in de eerste James Bondfilm Dr. No (vervangen door Andress; Young, 1962) en haar beoogde Zweedse debuut, Kärlek 65/Love 65 (Bo Widerberg, 1965). Widerberg zou haar hebben ontslagen wegens compleet gebrek aan talent. Gescheiden van de acteurs Anthony Steel en Rik Van Nutter.

07 januari 2015

Rod Taylor


84, Los Angeles, 7 januari, hartaanval

Australisch steracteur, voluit Rodney Sturt Taylor. Vooral actief in Hollywood, bij voorbeeld als de uitvinder in The Time Machine (voor het eerst top-billed; George Pal, 1960) of in de mannelijke hoofdrol tegenover Tippi Hedren in The Birds (Alfred Hitchcock, 1963).
Robuuste en viriele filmheld, die zijn carrière begon als etaleur en hoorspelacteur. Hij maakte zijn filmdebuut als een Amerikaan in de Australische productie King of the Coral Sea (Lee Robinson, 1953). Daarna onder meer in Long John Silver (Byron Haskin, 1954), voor het eerst in Hollywood met een piepklein rolletje in The Virgin Queen (Henry Koster, 1955), in de low-budgetwestern Top Gun (Ray Nazarro, 1955), Hell on Frisco Bay/Jacht zonder genade (Frank Tuttle, 1955), World without End (Edward Bernds, 1956), The Catered Affair (Richard Brooks, 1956), als Sir David Karfrey in Giant (George Stevens, 1956), zonder credit in The Rack (tegenover Paul Newman; Arnold Laven, 1956), Raintree County/De goudenregen van het geluk (Edward Dmytryk, 1957), Step Down to Terror (Harry Keller, 1958), Separate Tables (Delbert Mann, 1958), Ask Any Girl (Charles Walters, 1959), La regina delle Amazzoni/Colossus and the Amazon Queen (top-billed; Vittorio Sala, 1960), als Sir Francis Drake in Il dominatore dei 7 mari/Seven Seas to Calais (top-billed; Rudolph Maté en Primo Zeglio, 1962),
The V.I.P.s (Anthony Asquith, 1963), tegenover Rock Hudson in A Gathering of Eagles/Alarm voor squadron 904! (Mann, 1963), tegenover Jane Fonda in Sunday in New York (Peter Tewskbury, 1963), Fate is the Hunter (Ralph Nelson, 1964), 36 Hours (George Seaton, 1964), top-billed in de titelrol van Young Cassidy (Jack Cardiff, 1965), The Liquidator/Code nummer L (top-billed; Cardiff, 1965), tegenover Doris Day in Do Not Disturb/Gelieve niet te storen (Ralph Levy, 1965) en The Glass Bottom Boat (Frank Tashlin, 1966), top-billed in Hotel (Richard Quine, 1967), de titelrol van Chuka (top-billed, tevens productie; Gordon Douglas, 1967),
The Mercenaries (top-billed; Cardiff, 1968), top-billed tegenover Christopher Plummer in Nobody Runs Forever (Ralph Thomas, 1968), The Hell with Heroes (top-billed tegenover Claudia Cardinale; Joseph Sargent, 1968), Zabriskie Point (Michelangelo Antonioni, 1970), Darker than Amber/Moorden in crescendo (top-billed; Robert Clouse, 1970), The Man Who Had Power over Women (top-billed; John Krish, 1970), tegenover John Wayne in The Train Robbers (Burt Kennedy, 1973), Gli eroi/The Heroes (Duccio Tessari, 1973), Trader Horn (top-billed; Reza Badiyi, 1973), Partizani/Partisan Captain/Moordend spervuur (top-billed; Stole Jankovic, 1974) en top-billed tegenover Bibi Andersson in Blondy/Vortex/Germicide (Sergio Gobbi, 1976). Terug in Australië speelde Taylor een hoofdrol in The Picture Show Man (John Power, 1977), over een rondreizende filmvertoner.
Daarna nog in The Treasure Seekers (top-billed, tevens scenario; Henry Levin, 1979), het deels in Nederland opgenomen Seven Graves for Rogan/A Time to Die (Matt Cimber en Joe Tornatore, 1982), het in Australië gedraaide On the Run (top-billed; Mende Brown, 1983), top-billed in Marbella, un golpe de cinco estrellas (tegenover Britt Ekland; Miguel Hermoso, 1985), het Zweeds-Canadese Mask of Murder (top-billed; Arne Mattsson, 1988), The Point of Betrayal (top-billed; Richard Martini, 1995), het Australische Welcome to Woop Woop (Stephan Elliott, 1997), Kaw (Sheldon Wilson, 2007) en ten slotte als Winston Churchill in Inglourious Basterds (Quentin Tarantino, 2009). Veel televisie, onder meer in de soap Falcon Crest (1988-90).




22 december 2014

Joe Cocker


70, Crawford CO, 22 december, longkanker

Engels rockzanger, geboren als John Robert Cocker. Uit Sheffield afkomstige zanger met karakteristieke raspende stem en spastisch aandoende motoriek. Werd een wereldster door zijn vertolking van het Beatles-nummer With a Little Help from My Friends, ook in de festivaldocumentaire Woodstock (Michael Wadleigh, 1970). Zijn gelijknamige tournee vormde de aanleiding tot de muziekdocumentaire Mad Dogs & Englishmen (Pierre Adidge, 1971), gedraaid tijdens een concert in Berlijn.
Ook zong Cocker als dakloze, pooier en hippie Come Together de door Beatles-songs geïnspireerde musical Across the Universe (Julie Taymor, 2007).
Samen met Jennifer Warren zong Cocker het met een Oscar bekroonde duet Up Where We Belong uit de film An Officer and a Gentleman (Taylor Hackford, 1982). Cockers songs doken ook vaak als niet-originele nummers in soundtracks op, bij voorbeeld de klassieker voor stripteases You Can Leave Your Hat On in 9 ½ Weeks (Adrian Lyne, 1986), de cover van When a Man Loves a Woman in Bull Durham (Ron Shelton, 1988) en You Are So Beautiful in Carlito’s Way (Brian De Palma, 1993). Woonde op een ranch in Colorado.



21 december 2014

Billie Whitelaw


82, Londen-Northwood, 21 december, natuurlijke dood

Engels actrice. In het theater vooral bekend als vertolker van het werk van Samuel Beckett, die haar “de volmaakte actrice’ noemde en de enige rol liet spelen in zijn korte film Not I (1973). Door een breder publiek herinnerd als de duivelse gouvernante in The Omen (Richard Donner, 1976) en tal van andere, ook minder angstaanjagende filmrollen. BAFTA voor beste bijrolactrice in twee films, Charlie Bubbles (Albert Finney, 1967) en Twisted Nerve (Roy Boulting, 1968).
Vanaf haar elfde op de radio te horen, filmdebuut in The Fake (Godfrey Grayson, 1953). Voorts onder meer The Sleeping Tiger (Joseph Losey, 1954), Miracle in Soho (Julian Amyes, 1957), Small Hotel (David MacDonald, 1957), Carve Her Name with Pride (Lewis Gilbert, 1958), Breakout (Peter Graham Scott, 1959), Bobbikins (Robert Day, 1959), The Flesh and the Fiends (John Gilling, 1960), Hell Is a City (Val Guest, 1960), Make Mine Mink (Robert Asher, 1960), Payroll (Sidney Hayers, 1961), No Love for Johnnie (Ralph Thomas, 1961), Mr. Topaze (Peter Sellers, 1961), The Devil’s Agent (John Paddy Carstairs, 1962), The Comedy Man (Alvin Rakoff, 1964), The Adding Machine (Jerome Epstein, 1969), als koningin Marie Antoinette in Start the Revolution without Me (Bud Yorkin, 1970),
tegenover Marcello Mastroianni in Leo the Last (John Boorman, 1970), Gumshoe (Stephen Frears, 1971), Eagle in a Cage (Fielder Cook, 1972), Frenzy (Alfred Hitchcock, 1972), tegenover Elizabeth Taylor in Night Watch (Brian G. Hutton, 1973), Leopard in the Snow (Gerry O’Hara, 1978), top-billed in An Unsuitable Job for a Woman (Christopher Petit, 1982), Slayground (Terry Bedford, 1983), The Chain (Jack Gold, 1984), Murder Elite (Claude Whatham, 1985), Maurice (James Ivory, 1987), The Dressmaker (Jim O’Brien, 1988), The Krays (Peter Medak, 1990), Deadly Advice (Mandie Fletcher, 1994), Jane Eyre (Franco Zeffirelli, 1996), The Lost Son (Chris Menges, 1999), Quills (Philip Kaufman, 2000) en Hot Fuzz (Edgar Wright, 2007). Leende haar stem onder meer aan The Water Babies (Lionel Jeffries, 1978) en Aughra in The Dark Crystal (Jim Henson en Frank Oz, 1982). Jurylid in Berlijn (1970). Gescheiden van acteur Peter Vaughan, weduwe van schrijver en toneelcriticus Robert Muller.