19 juni 2014

Gerry Goffin


75, Los Angeles, 19 juni, doodsoorzaak onbekend

Amerikaans songwriter. Tekstschrijver van vele pophits, veelal op muziek van zijn eerste vrouw Carole King. Tot de meest in films gebruikte liedjes van Goffin & King behoren Will You Still Love Me Tomorrow? , The Loco-Motion, One Fine Day, Take Good Care of My Baby en A Natural Woman. Later schreef Goffin ook met anderen, onder wie Michael Masser.

Samen kregen ze een Oscarnominatie in de categorie beste originele song, voor het door hoofdrolspeelster Diana Ross vertolkte Love Theme from Mahogany: Do You Know Where You’re Going To? uit de film Mahogany (Berry Gordy Jr., 1975). Het personage Howard Cazsatt, gespeeld door Eric Stoltz, in Grace of My Heart (Allison Anders, 1996) lijkt gemodelleerd naar Goffin.

16 juni 2014

Vera Veroft


77, België, 16 juni, kanker

Belgisch actrice. Lang verbonden aan de Koninklijke Vlaamse Schouwburg (KVS) in Brussel. Werd vooral bekend door haar talloze tv-rollen, met name als de femme fatale Ariane Despinal in het BRT-jeugdfeuilleton Kapitein Zeppos (1964). Uiteindelijk trouwt ze met haar grootste tegenstander (Senne Rouffaer) en treedt in de vervolgserie (1968) dan ook op als mevrouw Zeppos. In werkelijkheid kreeg ze tijdens de opnamen ook een relatie met Rouffaer (1925-2006). Ook in tv-series als Axel Nort (1966), Het zwaard van Ardoewaan (Bert Struys, 1972), het Nederlandse Merijntje Gijzens jeugd (Kees van Iersel, 1974) en De Kollega’s (1980-81).

12 juni 2014

Carla Laemmle


104, Los Angeles, 12 juni, natuurlijke dood

Amerikaans actrice in stille films en vroege talkies, nichtje van Universals oprichter Carl Laemmle. Eigenlijk Rebekah Isabelle Laemmle. Sprak de eerste woorden, in een bijrol, in de klassieke griezelfilm Dracula (Tod Browning, 1931) en vertelde daarover in de korte jubileumdocumentaire The Road to Dracula (tevens presentatrice; David J. Skal, 1999).
Debuteerde onvermeld als 15-jarige prima ballerina in The Phantom of the Opera/Het Spook van de Opera (Rupert Julian, 1925).
Figureerde vervolgens in Topsy and Eva (Del Lord, 1927) en de nog steeds onovertroffen verfilming van Uncle Tom’s Cabin/De Negerhut van Oom Tom (Harry A. Pollard, 1927). Eerste officiële rol, onder de naam Beth Laemmle, in The Gate Crasher (William James Craft, 1928). Eerste sprekende rol in King of Jazz (John Murray Anderson, 1930). Daarna onder meer in Mystery of Edwin Drood (Stuart Walker, 1935), de korte film His Last Fling (Charles Lamont, 1935) en  het feuilleton The Adventures of Frank Merriwell (Clifford Smith, 1936). Ondanks haar bescheiden carrière voor de camera werd Carla Laemmle een soort ambassadrice van de rijke griezeltraditie van Universal Pictures. Ze schreef er een boek over (samen met Daniel Kinske): Growing Up with Monsters: My Times at Universal Studios in Rhymes (2009). Na haar 100ste verjaardag ook actief in cameo’s, zoals in Pooltime (Mike Donahue, 2010) en de nog uit te brengen films The Extra (Donohue, 2014) en Mansion of Blood (Donohue, 2014). Uiteraard veel te zien in documentaires over de geschiedenis van Hollywood, zoals Universal Horror (Kevin Brownlow, 1998) en Birth of Hollywood (Paul Merton, 2011).

05 juni 2014

Anny Andersen


75, Antwerpen-Deurne, 5 juni, na een lange ziekte

Belgisch actrice en zangeres, ook wel als Anni Anderson. Pseudoniem van Regina Hendrix. Bij een tv-talentenjacht (Ontdek de ster, 1956) ontdekte zangeres speelde een cruciale rol in twee vroege Vlaamse publieksfilms. Zo speelde ze in de succesvolle muzikale komedie Wat doen we met de liefde? (Jef Bruyninckx, 1957) de rol van Polly, zangeres op een cruise van Antwerpen naar Noord-Afrika, op wie alle leden van het jazzorkest verliefd worden. Vervolgens vertolkte ze de gelijknamige titelsong en speelde een rol in de iets minder renderende spionagekomedie Het geluk komt morgen (Bruyninckx, 1958), losjes gedrapeerd rond de Wereldtentoonstelling van Brussel. Had een platenhit met De accordeon (1959) en toerde door Engeland en stond vier jaar in Las Vegas, samen met haar eveneens zingende echtgenoot Maurice Dean.


Anny Andersen, Maurice Dean door Mediahouse

31 mei 2014

Benedict Schillemans


67, Harderwijk, 31 mei, na een lange ziekte

Nederlands art director, decorontwerper en beeldend kunstenaar. Roepnaam: Dick. Winnaar van twee Gouden Kalveren: een vakprijs in 1984 (voor de periode sinds 1979) en voor de production design van Pietje Bell (Maria Peters, 2002). In Zeeuws-Vlaanderen geboren ontwerper volgde kunstopleidingen in Breda (St. Joost) en Amsterdam. Debuteerde als production designer van Mira (Fons Rademakers, 1971) en was art dirtector, production designer of decorontwerper (de omschrijving wisselt) films als Lifespan (Alexander Whitelaw, 1975), Flanagan (Adriaan Ditvoorst, 1975), Keetje Tippel (samen met Roland de Groot; Paul Verhoeven, 1975), Max Havelaar (Rademakers, 1976), de Amsterdamse locaties van Barocco (André Téchiné, 1976),
Dokter Vlimmen (Guido Pieters, 1977), Mysteries (Paul de Lussanet, 1978), Doodzonde (René van Nie, 1978), Spetters (Verhoeven, 1980), Van de koele meren des doods (Nouchka van Brakel, 1982), De zwarte ruiter (Wim Verstappen, 1983), De Anna (Erik van Zuylen, 1983), Ciske de Rat (Pieters, 1984), De ijssalon (Dimitri Frenkel Frank, 1985), De deur van het huis (Heddy Honigmann en Angiola Janigro, 1985), Op hoop van zegen (Pieters, 1986),
Hersenschimmen (Honigmann, 1988), Amsterdamned (Dick Maas, 1988), Quatre mains (Hans Fels, 1989), Wings of Fame (Otakar Votocek, 1990), De onfatsoenlijke vrouw (Ben Verbong, 1991), The Hollywood Sign (Sönke Wortmann, 2001), The Discovery of Heaven/De ontdekking van de hemel (Jeroen Krabbé, 2001), Snapshots (Rudolf van den Berg, 2002), SuperTex (Jan Schütte, 2003), Deuce Bigalow: European Gigolo (Mike Bigelow,  2005), Amsterdam (Ivo Van Hove, 2009), Tirza (Van den Berg, 2010) en de telefilms De uitverkorene (Theu Boermans, 2006) en Taartman (Annemarie van de Mond, 2009). Vertelt over zijn vak en de pioniersfunctie die hij in Nederland vervulde, in het eerste deel van de documentaireserie Allemaal Film (Leo de Boer, 2007).


30 mei 2014

Hanna Maron


90, Tel Aviv, 30 mei, natuurlijke dood

In Duitsland geboren Israëlisch actrice, geboren als Hannele Meierzak. Een van de grootste Israëlische toneelspeelsters, vanaf 1940 bij het nationale Habima-theater. Speelde als kind onder eigen naam in twee Duitse films voor ze het land moest ontvluchten en via Frankrijk in het Britse mandaat Palestina terechtkwam. Ze was het meisje in de kring aan het begin van M , eine Stadt sucht einen Morder (Fritz Lang, 1931) 
en was te zien tegenover Hans Albers en Luise Rainer in de komedie Heut’ kommt’s drauf an (Kurt Gerron, 1933). Als bekend Israëlisch actrice zou ze curieus genoeg juist in Duitsland een been verliezen, bij een terroristische aanslag op een El-Alvliegtuig in München (1970). Het kostte haar ook haar kans op een hoofdrol in Fiddler on the Roof/Anatevka (Norman Jewison, 1970), die door Norma Crane zou worden gespeeld. Ook te zien in Israëlische producties als Doda Clara (top-billed; Avraham Heffner, 1977), het in 2010 door IFFR vertoonde Ha-ayit/The Vulture (Yaky Yosha, 1981), tegenover Gila Armagor in Kvish L’Lo Motzah/Dead End Street (Yosha, 1982), tegenover Assi Dayan in Z’man emet/The War After (Uri Barbash, 1991), Yom Yom (Amos Gitai, 1998) en Sof-shavua be-Galil/A Weekend in the Galilee (Moshe Mizrahi, 2007). In 2005 gekozen tot een van de honderd Grootste Israëliërs. Moeder van actrice Dafna Rechter.

Henning Carlsen


86, Kopenhagen, 30 mei, natuurlijke dood

Deens regisseur, scenarioschrijver, producent en editor. Kreeg internationaal grootste bekendheid door de realistische verfilming van Knut Hamsuns roman uit 1890 Sult/Hunger die in 1966 in Cannes Per Oscarsson de prijs voor beste acteur bezorgde.
Vier jaar won Carlsen in Mannheim de hoofdprijs voor zijn speelfilmdebuut, het deels illegaal in Zuid-Afrka opgenomen, semi-documentaire Dilemma/A World of Strangers (1962), naar een anti-apartheidsroman van Nadine Gordimer. De in Aalborg geboren regisseur schreef en monteerde zijn meeste films ook zelf en was vaak  de producent. Hij begon als assistent bij Minerva Film en was bioscoopdirecteur. Zijn eerste films waren documentaires in direct cinema-stijl, zoals de trilogie De gamle/The Elderly (1961), Familiebilleder/Family Pictures (1964) en Ung/Youth (1964), die mede opviel door de ritmische montage. Later maakte hij ook komedies, kostuumdrama’s, biografsche en romantische films. De bekendste van zijn lange speelfilms waren voorts het Zweedse Kattorna/The Cats (1965), de Deens-Zweedse romcom Mennesker mødes og sød musik opstår i hjertet/People Meet and Sweet Music Fills the Heart (1967),
Klabautermannen/We Are All Demons (competitie Berlijn 1969), Man sku være noget ved musikken/Oh, To be on the Bandwagon! (competitie Berlijn 1972),
 de Deens-Franse coproductie Un divorce heureux/En lykkelig skilsmisse (met Jean Rochefort, André Dussollier,  Bulle Ogier en Bernadette Lafont; 1975), de Deens-Franse biopic Oviri/Wolf at the Door (met Donald Sutherland als Paul Gauguin en Max von Sydow als August Strindberg; 1986), het Noors-Deens-Duitse Pan (weer naar Hamsun; 1995) en de Mexicaans-Spaans-Deens-Amerikaanse verfilming van Gabriel García Márquez’ Memorias de mis putas tristes/Erindring om mine bedrøvelige ludere (tevens scenario samen met Jean-Claude Carrière, met  Geraldine Chaplin en Ángela Molina; 2011). Carlsen monteerde het Noorse Arven/The Inheritance (Anja Breien, 1979).