05 juli 2014

Noel Black


77, Santa Barbara CA, 5 juli, bacteriële longontsteking

Amerikaans-Iers televisie- en filmregisseur, scenarist en producent. Studeerde af als filmregisseur aan de UCLA. Zijn korte film Skaterdater (1966) won een Gouden Palm en de technische prijs in Cannes, alsmede een Oscarnominatie.

Blacks speelfilmdebuut Pretty Poison/De engel met het moordcomplex (1968) kreeg ook veel aandacht, en prijzen van de New-Yorkse filmcritici voor scenarist Lorenzo Semple Jr. en actrice Tuesday Weld. Beide films die erop volgden, Cover Me Babe (1970) en Jennifer on My Mind (1971), stelden teleur en Black vervolgde zijn loopbaan hoofdzakelijk met televisieproducties en enkele uitstapjes naar de bioscoop: Mirrors (1978), het charmante, Canadese A Man, A Woman and a Bank/A Very Big Withdrawal (met Paul Mazursky; 1979) en Private School (1983). Verkreeg ook de Ierse nationaliteit.

30 juni 2014

Paul Mazursky


84, Los Angeles, 30 juni, hartstilstand

Amerikaans acteur, regisseur, scenarioschrijver en producent, eigenlijk Irwin Mazursky. Auteur van een reeks sfeervolle, vaak zeer New-Yorkse films over aspecten van het moderne leven. De vijf Oscarnominaties die Mazursky ervoor ontving doen ten onrechte vermoeden dat regie niet zijn sterkste kant was. Hij kreeg er immers vier voor de scenario’s van respectievelijk zijn debuutfilm over partnerruil, de hit Bob & Carol & Ted & Alice (samen met Larry Tucker; 1969), Harry and Tonto over een oude privédetective en zijn kat (samen met Josh Greenfeld; 1974), An Unmarried Woman (tevens in competitie Cannes; 1978) en de bewerking van Isaac Bashevis Singers roman Enemies: A Love Story (samen met Roger L. Simon; 1989). De vijfde betrof de productie van An Unmarried Woman (samen met Anthony Ray). Toch zijn het juist eerder de vormgeving en de acteerprestaties die van Mazursky’s films in de herinnering beklijven, eerder dan de vaak wat oppervlakkige plots. Hij regisseerde zes acteurs die voor die rol een Oscarnominatie kregen. Alleen Art Carney won voor Harry and Tonto. Jill Clayburgh werd in 1978 beste actrice in Cannes voor An Unmarried Woman (ex aequo met Isabelle Huppert voor Chabrols Violette Nozière).
De zoon van een Joods-Russische krantendrukker uit Brooklyn raakte in de jaren 50 gefascineerd door het theater. Zijn oversteek naar de bohème van Manhattan documenteerde hij later in de autobiografische film Next Stop, Greenwich Village (1979).
Hij volgde lessen bij de Actors Studio en speelde enkele filmrollen, bijvoorbeeld in Fear and Desire (Stanley Kubrick, 1953), Blackboard Jungle (Richard Brooks, 1955), Deathwatch (Vic Morrow, 1966) en een lange reeks televisieproducties in Hollywood. Daar schreef hij ook, samen met Tucker, materiaal voor The Danny Kaye Show (1963-66) en het scenario van de Peter Sellers-komedie I Love You, Alice B. Toklas! (Hy Averback, 1968). Ook was hij een van de bedenkers van de tv-serie The Monkees (1966-68). Na het succesvolle regiedebuut in 1969 zou Mazursky bijna al zijn eigen films schrijven: het Felliniaanse zelfportret van een regisseur Alex in Wonderland (1970), de bitterzoete echtscheidingskomedie Blume in Love (1973), een Amerikaanse remake van Jules et Jim (François Truffaut, 1961) onder de titel Willie and Phil (1980), de Shakespearevariatie Tempest (1982), Moscow on the Hudson (met Robin Williams als Russische asielzoeker; 1984),
een remake van Boudu sauvé des eaux (Jean Renoir, 1932) onder de titel Down and Out in Beverly Hills (met Bette Midler en Nick Nolte; 1986), de operettevariant Moon over Parador (1988), Scenes from a Mall (met Midler en Woody Allen; 1991) en The Pickle (1993). Alleen Faithful (Mazursky, 1996) werd geschreven door hoofdrolspeler Chazz Palminteri. De laatste film die Mazursky regisseerde was de documentaire Yippee (2006), over een religieus festijn van chassidische joden in Oeman, Oekraïne.
Behalve in sommige van zijn eigen films speelde Mazursky in onder meer in The Other Side of the Wind (Orson Welles, 1972). A Star Is Born (Frank Pierson, 1976),  A Man, a Woman and a Bank (Noel Black, 1979), An Almost Perfect Affair (Michael Ritchie, 1979), als Romeins officier in History of the World: Part I (Mel Brooks, 1981), Into the Night (John Landis, 1985), Punchline (David Seltzer, 1988),  Scenes from the Class Struggle in Beverly Hills (Paul Bartel, 1989), Man Trouble (Bob Rafelson, 1992), Carlito’s Way (Brian De Palma, 1993), Love Affair (Glenn Gordon Caron, 1994), Miami Rhapsody (David Frankel, 1995), 2 Days in the Valley (John Herzfeld, 1996), Touch (Paul Schrader, 1997), Bulworth (Warren Beatty, 1998), Why Do Fools Fall in Love (Gregory Nava, 1998),  Crazy in Alabama (Antonio Banderas, 1999), twee afleveringen van de tv-serie The Sopranos (2000-01), het Chinese Da wan/Big Shot’s Funeral (Feng Xiaogang, 2001), I Want Someone to Eat Cheese With (Jeff Garlin, 2006) en als Norm in de comedyserie Curb Your Enthusiasm (2004-09). Ook sprak Mazursky stemmen in voor verschillende animatiefilms, waaronder die van de psycholoog in Antz  (Eric Darnell en Tim Johnson, 1998). Getrouwd met Elizabeth A. Purdy, die als Betsy Mazursky in verschillende van zijn films speelde.




28 juni 2014

Meshach Taylor


67, Altadena CA, 28 juni, kanker

Anerikaans bijrol- en televisieacteur. Ster van de tv-serie Designing Women (1986-93). Filmdebuut in Damien: Omen II (Don Taylor, 1978). Ook in films als The Howling (joe Dante, 1981), The Beast Within (Philippe Mora, 1982), Explorers (Dante, 1985), Mannequin (Michael Gottlieb, 1987), House of Games (David Mamet, 1987), Ultra Warrior (Augusto Tamayo San Román en Kevin Tent, 1990), Mannequin: On the Move (Stewart Raffill, 1991), en Class Act (Randall Miller, 1992). Getrouwd met actrice Bianca Ferguson.

27 juni 2014

Greg Coote


71, Los Angeles, 27 juni, kanker

Australisch producent en entertainmentondernemer. Selfmade zakenman, die zich opwerkte van een baantje in de postkamer tot directeur van de grootste onafhankelijke filmdistributeur in Australië, Village Roadshow Pictures. Emigreerde later naar Hollywood, waar hij een leidinggevende functie vervulde bij Columbia Pictures, als hoofd internationale acquisitie, marketing en distributie. Oprichter in 2007 en eigenaar van filminvesteringsmaatschappij Dune Entertainment, die onder meer een cruciale rol speelde in de financiering van Avatar (James Cameron, 2009). Produceerde op eigen naam, als executive producer voor Village Roadshow of later Latitude Entertainment, films als The Delinquents (met Kylie Minogue; Chris Thomson, 1989),
Blood Oath (Stephen Wallace, 1990), Turtle Beach (Wallace, 1992), The Power of One (John G. Avildsen, 1992), Fortress (Stuart Gordon, 1992), Lightning Jack (met Paul Hogan; Simon Wincer, 1994), de flop The Phantom (Wincer, 1996), Bullet (Julien Tample, 1996), Paradise Road (over een Indisch jappenkamp; Bruce Beresford, 1997), de kangoeroefilm Joey (Ian Barry, 1997), Tarzan and the Lost City (Carl Schenkel, 1998), A Walk on the Moon (Tony Goldwyn, 1999) en Girl in Progress (Patricia Riggen, 2012).

26 juni 2014

Wolf Koenig


86, Toronto, 26 juni, doodsoorzaak onbekend

Oorspronkelijk Duits producent, regisseur en cameraman, vooral van documentaires. Vluchtte als 10-jarige voor de nazi’s naar Canada, waar hij zich later liet naturaliseren. Drie Oscarnominaties in opeenvolgende jaren, als producent van de korte animatiefilms The Drag (samen met Robert Verrall; Carlos Marchiori, 1966), What on Earth! (samen met Verrall; Les Drew en Kaj Pindal, 1967) en La maison de Jean-Jacques/The House that Jack Built (samen met Jim Mackay; Ron Tunis, 1968). Werkte tussen 1948 en 1995 in vele hoedanigheden voor de National Film Board of Canada (NFB), onder meer als pionier van ‘direct cinema’ in de functie van producent van de serie Candid Eye (1958). Hij regisseerde onder meer de korte documentaires City of Gold (samen met Colin Low, 1957), het tweeluik Glenn Gould: On & Off the Record (samen met Roman Kroitor, 1959), I Was a Ninety-Pound Weakling (samen met Georges Dufaux, 1960),
  Lonely Boy (over zanger Paul Anka; samen met Kroitor, 1962) en Stravinsky (samen met Kroitor, 1965), naast korte animatiefilms als Sur le pont d’Avignon (samen met Jean Paul Ladouceur, 1951) en It’s a Crime (1957). Ook was hij de cameraman van de klassieke experimentele animatiefilm Neighbours (Norman McLaren, 1952) en animator van het voor een Oscar genomineerde The Romance of Transportation in Canada (Low, 1952). Leidde verschillende perioden de Engelstalige animatieafdeling van NFB. Volgens IMDB produceerde Koenig in totaal 174 titels.

Michael Henry Wilson


67, Westlake CA, 26 juni, longkanker

In Frankrijk als zoon van een Amerikaanse vader en een Franse moeder geboren Frans-Amerikaans criticus, filmdocent, scenarioschrijver, documentaireregisseur en producent. Doceerde als volgeling van Christian Metz semiotische filmanalyse aan drie Parijse universiteiten (1969-82). Schreef en regisseerde enkele invloedrijke documentaires over film: A Personal Journey with Martin Scorsese through American Movies (samen met Scorsese, 1995), À la recherche de Kundun avec Martin Scorsese/In Search of Kundun (tevens productie; 1998) en Clint Eastwood, le franc-tireur (2007), alsmede Reconciliation: Mandela’s Miracle (tevens productie; 2010).
Een van de hoofdpersonen in de reeks tv-documentaires Cinéphiles de notre temps (Laurent Chollet, 2012). Schreef samen met de regisseur de speelfilm Investigating Sex/Intimate Affairs (Alan Rudolph, 2002) en samen met Todd McCarthy de documentaire Hollywood Mavericks (Florence Dauman en Dale Ann Stieber, 1990). Auteur van monografieën over Scorsese, Eastwood, Frank Borzage, Jacques Tourneur, Raoul Walsh en Duitse expressionistische film. Laatste en meest ambitieuze boek At the Gate of Paradise/À la porte du paradis (2014) portretteert 58 Amerikaanse regisseurs, van D.W. Griffith tot David Lynch. Was redacteur van filmblad Positif  en assistent van producent Anatole Dauman bij Argos Film.

24 juni 2014

Eli Wallach


98, New York, 24 juni, natuurlijke dood

Amerikaans acteur. In Brooklyn geboren zoon van Poolse immigranten, kreeg zijn eerste acteerlessen van Erwin Piscator en behoorde later tot de oprichters van de Actors Studio, de bakermat van ‘method acting’. Maakte in 1945 zijn debuut op Broadway en was daar zeer succesvol, vooral in stukken van Tennessee Williams en tegenover zijn echtgenote Anne Jackson. De filmrollen die hem aangeboden werden, wees hij aanvankelijk af, omdat hij toneel oneindig veel interessanter vond dan cinema: ,,Vergelijk het verschil met dat tussen kalenderkunst en echt goede schilderijen.’’ Uiteindelijk ging hij toch overstag en debuteerde imposant tegenover Carroll Baker in het erotisch geladen Baby Doll (Elia Kazan, 1956). Hij kreeg voor de rol een BAFTA als meest belovende nieuwkomer en een Golden Globe-nominatie. Het werd het begin van een lange filmloopbaan, met zeer gevarieerde rollen, van gangster tot rabbijn. Wallach werd om zijn kameleontisch talent wel eens “de beste karakterspeler in Hollywood” genoemd, wat net iets anders is dan een bijrolacteur. De bekendste rol was waarschijnlijk die van Tuco in de spaghettiwestern Il buono, il brutto e il cattivo/The Good, the Bad and the Ugly (Sergio Leone, 1965).
Pas in 2010 kreeg Wallach een Oscar voor zijn hele oeuvre. Dat bevatte films als The Lineup (top-billed; Don Siegel, 1958), Seven Thieves (Henry Hathaway, 1960), als Mexicaans bandiet in The Magnificent Seven (John Sturges, 1961), tegenover huisvriendin Marilyn Monroe in The Misfits (John Huston, 1961), Hemingway’s Adventures of a Young Man (Martin Ritt, 1962), als outlaw in How the West Was Won (segment Hathaway, 1962), The Victors/De overwinnaars (Carl Foreman, 1963), Act One (Dore Schary, 1963), als Griek tegenover Hayley Mills in de Disneyfilm The Moon-Spinners (James Neilson, 1964), Kisses for My President (Curtis Bernhardt, 1964), als de Generaal in Lord Jim (Richard Brooks, 1965), als sjah in Genghis Khan (Henry Levin, 1965), Poppies Are Also Flowers (Terence Young, 1966), tegenover Audrey Hepburn in How to Steal a Million (William Wyler, 1966),
The Tiger Makes Out (top-billed tegenover Jackson; Arthur Hiller, 1967), tegenover Dean Martin How to Save a Marriage and Ruin Your Life (Fielder Cook, 1968), tegenover Terence Hill en Bud Spencer in I quattro dell’Ave Maria/Ace High (Giuseppe Colizzi, 1968), Le cerveau/The Brain (Gérard Oury, 1969), Mackenna’s Gold (J. Lee Thompson, 1969), Zig Zag (Richard A. Colla, 1970), als Napoleon in The Adventures of Gerard (Jerzy Skolimowski, 1970), top-billed in The People Next Door (David Greene, 1970), het Joegoslavische Romansa konjokradice/Romance of a Horse Thief (Abraham Polonsky, 1971), Viva la muerte…tua!/Don’t Turn the Other Cheek (Duccio Tessari, 1971), Cinderella Liberty (Mark Rydell, 1973), top-billed tegenover Ursula Andress in L’ultima chance/Stateline Motel (Maurizio Lucidi, 1973),
Crazy Joe (Carlo Lizzani, 1974), Il bianco il giallo il nero (Sergio Corbucci, 1975), The Sentinel (Michael Winner, 1977), als bisschop in Nasty Habits (Michael Lindsay-Hogg, 1977), The Domino Principle (Stanley Kramer, 1977), The Deep (Peter Yates, 1977), Circle of Iron (Richard Moore, 1978), als rabbi in Girlfriends (Claudia Weill, 1978), Movie Movie (Stanley Donen,. 1978), The Pirate (Ken Annakin, 1978), Firepower (Winner, 1979), Winter Kills (William Richert, 1979), tegenover Steve McQueen in The Hunter (Buzz Kulik, 1980), Sam’s Son (top-billed tegenover Jackson; Michael Landon, 1984), Tough Guys (Jeff Kanew, 1986), Nuts (Ritt, 1987), The Two Jakes (Jack Nicholson, 1990), The Godfather: Part III (Francis Ford Coppola, 1990), Night and the City (Irwin Winkler, 1992), Two Much (Fernando Trueba, 1995), The Associate (Donald Petrie, 1996), als rabbijn in Keeping the Faith (Edward Norton, 2000), Mystic River (Clint Eastwood, 2003), The Hoax (Lasse Hallström, 2006), The Holiday (Nancy Meyers, 2006), New York, I Love You (segment Joshua Marston, 2008), The Ghost Writer (Roman Polanski, 2010) en Wall Street: Money Never Sleeps (Oliver Stone, 2010). Publiceerde memoires The Good, the Bad and Me: In My Anecdotage (2005). Oudoom van A.O. Scott, filmcriticus van The New York Times.