24 augustus 2014

Lord Richard Attenborough


90, Londen, 24 augustus, na een ziekte

Engels acteur, regisseur, producent en filantroop. Winnaar van twee Oscars, als regisseur en producent van Gandhi (1982), zijn jarenlang gekoesterde droomproject. Regisseerde elf andere films, veelal met een spectaculair uiterlijk en een humanitaire boodschap, waarvan hij er acht ook zelf produceerde. Begon zijn lange filmcarrière als acteur, maar werd vooral in beeld herinnerd door zijn late rol als de professor die dinosauriërs tot leven wekt in Jurassic Park (Steven Spielberg, 1993) en het vervolg The Lost World (Spielberg, 1997).
Werd in 1976 in de adelstand verheven en in 1993 benoemd tot baron van Richmond-upon-Thames en derhalve voor het leven lid van het Hogerhuis, op instigatie van de Labourpartij. Net als zijn broer, David, maker van talloze natuurdocumentaires voor de BBC, zoon van een vooraanstaand jurist en universiteitsbestuurder in Cambridge. Was piloot in de Royal Air Force, volgde een opleiding aan de Royal Academy of Dramatic Arts (RADA) en maakte als 17-jarige al  zijn filmdebuut in In Which We Serve/Het schip waarop wij vochten (Noel Coward en David Lean, 1942). Na kleine rollen in Schweik’s New Adventures (Karel Lamac, 1943), The Hundred Pound Window (Brian Desmond Hurst, 1944) en A Matter of Life and Death (Michael Powell en Emeric Pressburger, 1945), speelde Dickie Attenborough zijn eerste hoofdrol in de vliegeniersfilm Journey Together (top-billed; John Boulting, 1945). Groeide snel uit tot publiekslieveling, in films als School for Secrets (Peter Ustinov, 1946), The Man Within (Bernard Knowles, 1947), Dancing with Crime (top-billed; John Paddy Carstairs, 1947),  zijn echte doorbraakfilm Brighton Rock (top-billed als jonge bendeleider; J. Boulting, 1947),
London Belongs to Me (top-billed; Sidney Gilliat, 1948), The Guinea Pig (top-billed; Roy Boulting, 1948), The Lost People (Knowles en Muriel Box, 1949), Boys in Brown (Montgomery Tully, 1949), een gastrol tegenover zijn boezemvriend John Mills in Morning Departure (Roy Ward Baker, 1950), Hell Is Sold Out (Michael Anderson, 1951), The Magic Box (J. Boulting, 1951), Gift Horse/Glory at Sea (Compton Bennett, 1952), Father’s Doing Fine (top-billed; Henry Cass, 1952), Eight O’Clock Walk (top-billed; Lance Comfort, 1954), The Ship That Died of Shame/Bloedgeld (top-billed; Basil Dearden, 1955), Private’s Progress (gastrol; J. Boulting, 1956), The Baby and the Battleship (tegenover Mills; Jay Lewis, 1956), Brothers in Law (top-billed; R. Boulting, 1957), The Scamp (top-billed; Wolf Rilla, 1957), Dunkirk/Duinkerken (tegenover Mills; Leslie Norman, 1958), The Man Upstairs (titelrol; Don Chaffey, 1958), Sea of Sand (top-billed; Guy Green, 1958), Danger Within/Het complot der 400 (Chaffey, 1959), als werkgever in de vakbondsfilm I’m All Right Jack (J. Boulting, 1959), Jet Storm (top-billed; Cy Endfield, 1959) en SOS Pacific (top-billed; Green, 1960). Ontevreden met de mate van controle over zijn films richtte Attenborough in 1959 samen met regisseur Bryan Forbes een productiemaatschappij op, Beaver Films. Hij speelde ook de hoofdrol in de eerste twee producties, The League of Gentlemen (Dearden, 1960) en The Angry Silence (Green, 1960), alsmede in Seance on a Wet Afternoon (Forbes, 1964), waarna Beaver ophield te bestaan.
Onverdroten ging Attenborough voort met het spelen van overwegend kleinere rollen in andermans films: All Night Long (Dearden, 1962), The Dock Brief/Trial and Error (tegenover Peter Sellers; James Hill, 1962), The Great Escape (John Sturges, 1963), The Third Secret (Charles Crichton, 1964), Guns at Batasi (top-billed; John Guillermin, 1964), The Flight of the Phoenix (tegenover James Stewart; Robert Aldrich, 1965), The Sand Pebbles (Robert Wise, 1966), Doctor Dolittle (Richard Fleischer, 1967), Only When I Larf (top-billed; Dearden, 1968), The Bliss of Mrs. Blossom (tegenover Shirley MacLaine; Joseph McGrath, 1968), The Magic Christian (McGrath, 1969), Loot (Silvio Narizzzano, 1970), A Severed Head (Dick Clement, 1970), briljant als seriemoordenaar in 10 Rillington Place (top-billed; Fleischer, 1971),
Ten Little Indians/Ein Unbekannter rechnet ab (Peter Collinson, 1974), tegenover John Wayne in Brannigan (Douglas Hickox, 1975), Rosebud (Otto Preminger, 1975), Conduct Unbecoming (Anderson, 1975), Shatranj ke khilari/The Chess Players (Satyajit Ray, 1977), The Human Factor (top-billed; Preminger, 1979), als de kerstman in Miracle on 34th Street (top-billed; Les Mayfield, 1994), Hamlet (Kenneth Branagh, 1996), Elizabeth (Shekhar Kapur, 1998) en Puckoon (Terence Ryan, 2002). Als producent verdiende Attenborough zijn sporen met films als Whistle Down the Wind (Forbes, 1961) en The L-Shaped Room (Forbes, 1962), zodat hij beslagen ten ijs kwam met zijn regiedebuut: Oh! What a Lovely War (1969), gebaseerd op een pacifistische revue over de Eerste Wereldoorlog, met een all-star-cast, waarin we onder meer Mills. Dirk Bogarde, John Gielgud, Laurence Olivier, Maggie Smith en de hele familie Redgrave tegenkomen.  Daarna regisseerde Attenborough twee grootscheepse kostuumfilms, Young Winston (1972) over de vlegeljaren van Churchill en het in Nederland (bij Deventer) opgenomen A Bridge Too Far/Een brug te ver (1977) over de slag om Arnhem in 1944. Een van zijn weinige contemporaine projecten was het geflopte en dus onderschatte Magic (1978), met Anthony Hopkins als buikspreker.
Na het met in totaal 8 Oscars onderscheiden Gandhi maakte Attenborough een ambachtelijk geslaagde verfilming van de musical A Chorus Line (1985), Cry Freedom (1987) over Steve Biko en het Zuid-Afrikaanse apartheidsregime, de meer dan adequate biopic Chaplin (1992), naar het boek van David Robinson en met Robert Downey Jr. in de titelrol, Shadowlands (met Hopkins als schrijver C.S. Lewis; 1995), In Love and War (over Ernest Hemingway in de Eerste Wereldoorlog; 1996), het in Nederland niet uitgebrachte Grey Owl (met Pierce Brosnan als indiaan; 1999) en Closing the Ring (met MacLaine en Christopher Plummer;2007).  Hoofdpersoon van de documentaire Richard Attenborough: A Life in Film (Sally Norris, 2014). Was bestuurder of toezichthouder van onder meer RADA, National Fillm and Television School (Beaconsfield), Channel 4 TV, de Tate Gallery, BAFTA, de Actors’ Charitable Trust, de universiteit van Sussex, Goldcrest Film, Capital Radio en voor het leven vicevoorzitter van voetbalclub Chelsea. Getrouwd met actrice Sheila Sim.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen