29 juli 2012

Chris. Marker

91, Parijs, 29 juli, natuurlijke dood

 

Frans filmmaker, essayist en activist, pseudoniem van Christian Hypolyte François Georges Bouche-Villeneuve.  Van invloedrijk documentair essayist Marker bestaan alleen zeer oude foto’s. Hij schuwde de publiciteit, gaf bijna nooit interviews en liet zich in catalogi en dergelijke doorgaans representeren door een avatar van een grijnzende kat. Minstens twee van zijn talloze films zijn klassiekers: de middellange geheel uit foto’s opgebouwde science-fictionfilm La jetée (1962) leidde tot een grootscheepse Engelstalige remake van Terry Gilliam (Twelve Monkeys, 1995) en zijn impressionistische voorspelling van een globaliserende wereld Sans soleil (1982) fascineert nog steeds studenten die voor het eerst het slimme universum van Marker met zijn dubbele bodems en verwijzingen betreden.

Marker was journalist en beginnend schrijver toen hij in 1952 met bescheiden middelen een 16mm-documentaire maakte over de Olympische Spelen in Helsinki, Olympia 52. Hij raakte gefascineerd door de technische mogelijkheden van de lichte, draagbare camera’s en werd co-regisseur van Alain Resnais en commentaarschrijver bij de korte documentaire Les statues meurent aussi (1953).

Daarna assisteerde hij bij de regie van de klassieke Holocaust-documentaire Nuit et brouillard (Resnais, 1955). Al snel verwierf Marker een positie als linksbuiten van de ‘nouvelle vague’, dankzij korte films als Dimanche à Pékin (1956), Lettre de Sibérie (1957), Description d’un combat (1960) en Cuba si! (1962). Daarna volgden Le joli mai (met Pierre Lhomme; 1962) over de akkoorden van Evian, Le mystère Koumiko (1965) en Si j’avais quatre dromadaires (1966).

Meegesleept in de revolutionaire geest van de tijd richtte Marker de Société pour le Lancement des Oeuvres Nouvelles (SLON) op, een collectief dat politieke doelgroepenfilms en revolutionaire pamfletten moest gaan produceren. Het eerste resultaat was de omnibusfilm Loin du Vietnam (Resnais, William Klein, Joris Ivens, Agnès Varda, Claude Lelouch en Jean-Luc Godard, 1967). In de jaren zeventig was de eigen productie van Marker beperkt en in feite betekende de vier uur durende terugblik op de SLON-periode Le fond de l’air est rouge (1977) een soort van comeback.

Wel assisteerde hij bij de regie van de op het werk van Arthur London gebaseerde anticommunistische speelfilm L’aveu (Costa-Gavras, 1970) en draaide hij onder meer in Cuba en Brazilië. Tot zijn latere films behoren een eigenzinnig portret van regisseur Akira Kurosawa tijdens de opnamen van Ran, getiteld A.K. (1984), 2084 (1984), de tv-serie L’héritage de la chouette (1989), An Owl Is an Owl Is an Owl (1990), Le tombeau d’Alexandre (1993), Casque bleu (1995), Level Five (1996), Une journée de Andrei Arsenevitch (over Tarkovski; 1999), Le souvenir d’un avenir (2001) en Chats perchés (2004). Nog steeds pionier als het gaat om gebruikmaking van nieuwe media en vormen, construeerde Marker de cd-rom Immemory (1998) en distribueerde hij zijn laatste ultrakorte film Leila Attacks (2007) exclusief via internet.

In verschillende creatieve ‘vermommingen’ kwam Marker aan het woord in bij voorbeeld Tokyo Ga (Wim Wenders, 1985) en Agnès de ci de Varda (Varda, 2011). Marker schreef commentaar of dialogen voor films als L’Amérique insolite (François Reichenbach, 1960), A Valparaiso (Ivens, 1965) en Rotterdam-Europoort (Ivens, 1966). Hij produceerde het drieluik Batalla de Chile (Patricio Guzmán, 1977-80). Als meester van de creatieve montage sneed Marker al zijn eigen films. Het omnibusproject Ten Minutes Older: The Cello (Godard, Bernardo Bertolucci, Claire Denis, Mike Figgis, Jiri Menzel, Michael Radford, Volker Schlöndorff en István Szabó, 2002) werd aan Marker opgedragen. Hij overleed op zijn 91ste verjaardag.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen