24 maart 2012

Tonino Guerra

92, Santarcangelo di Romagna (prov. Rimini), 21 maart, natuurlijke dood

Italiaans (scenario)schrijver. Een van de grote schrijvers voor de naoorlogse Europese auteurscinema. Wie denkt dat Amarcord (Federico Fellini, 1973) geheel is opgebouwd uit persoonlijke herinneringen van de regisseur aan zijn jeugd in Rimini, rekent buiten diens coscenarist Tonino Guerra, die een paar kilometer verderop werd geboren, in Santarcangelo di Romagna. Guerra kreeg er de laatste van drie Oscarnominaties voor, na Casanova ’70 (Mario Monicelli, 1965) en Blowup (Michelangelo Antononi, 1966).

Het was de eerste samenwerking met Guerra’s oude vriend Fellini, maar ook in hun latere films E la nave va (1983) en Ginger e Fred (1986) zit veel nostalgie naar de Romagna in de fascistische periode. Guerra schreef zijn eerste gedichten in dialect, toen hij in een Duits kamp voor politieke gevangenen zat. Na de oorlog werd hij onderwijzer en trok in 1952 naar Rome, waar hij bevriend raakte met de latere regisseur Elio Petri. Ze kregen de opdracht om research te doen naar wolven in de Abruzzen, hetgeen resulteerde in Guerra’s eerste geproduceerd script, Uomini e lupi (met Silvana Mangano en Yves Montand; Giuseppe de Santis en Leopoldo Savona, 1957). Er zouden ruim honderd films volgen, waarvan de bekendste wellicht die van Antonioni zouden worden: de trilogie L’avventura (1960), La notte (1961) en L’eclisse (1962),

gevolgd door Il deserto rosso (1964), Zabriskie Point (1970), Il mistero di Oberwald (1981), Identificazione di una donna (1982), Al di delle nuvole/Beyond the Clouds (1995) en een episode van Eros (2004). Behalve met Fellini en Antonioni had Guerra ook een trouwe relatie met Theo Angelopoulos, die hem “mijn psychoanalyticus gedurende twintig jaar” noemde. Hun eerste film Taxidi sti Kythira/Voyage en Cythère (1984) won de scenarioprijs in Cannes,

daarna schreef Guerra voor de iets eerder overleden Griekse meester O melissokomos/The Beekeeper (1986), Topio stin omichli/Landscape in the Mist (1988), To meteora vima tou pelargou/The Suspended Step of the Stork (1991), To vlemma tou Odyssea/UlyssesGaze (1995), Gouden Palmwinnaar Mia ainiotita kai mia mera/L’éternité et un jour (1998), Trilogia: to livadi pou dakryzei/The Weeping Meadow (2001) en Trilogia II: I skoni tou chronou/The Dust of Time (2008). Tot de bekendste overige films die Guerra schreef behoren L’assassino (Petri, 1961),

La noia (naar Alberto Moravia; Damiano Damiani, 1963), Matrimonio all’Italiana/Marriage Italian Style (Vittorio de Sica, 1964), Le fate (episode van Monicelli, 1966), C’era una volta…/Cinderella Italian Style (Francesco Rosi, 1967), I girasoli/Sunflower (De Sica, 1970), Uomini contro (Rosi, 1970), Gouden Palmwinnaar Il caso Mattei (Rosi, 1972), Lucky Luciano (Rosi, 1973), Cadaveri eccellenti (Rosi, 1976), Caro Michele (Monicelli, 1976), Un papillon sur l’épaule (Jacques Deray, 1978), Cristo si è fermato a Eboli (naar Carlo Levi; Rosi, 1979), Tre fratelli (Rosi, 1981), Nostalghia (Andrei Tarkovski, 1983),

Carmen (Rosi, 1984), Kaos (naar Luigi Pirandello; Paolo en Vittorio Taviani, 1984), Cronaca di una morte annunciata/Kroniek van een aangekondigde dood (naar Gabriel García Márquez; Rosi, 1987), Good Morning Babilonia (Taviani’s, 1987), Il frullo del passero (Gianfranco Mingozzi, 1988), Dimenticare Palermo (Rosi, 1990), Il sole anche di notte (naar Leo Tolstoj; Taviani’s, 1990), Stanno tutti bene (Giuseppe Tornatore, 1990), Golem, le jardin pétrifié (Amos Gitaj, 1993) en La tregua/The Truce (naar Primo Levi; Rosi, 1997). Hoofdpersoon van de documentaire Tonino Guerra: A Poet in the Movies (Nicola Tranquillino, 2008).

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen