28 juni 2012

Stephen Dwoskin

73, Londen, 28 juni, hartfalen

 

Amerikaans filmmaker, vanaf 1964 in Engeland. Kreeg op zijn negende polio en functioneerde sindsdien als invalide. Maakte een groot aantal min of meer experimentele films,  veelal met een autobiografisch karakter. Zelfmedelijden was voor Dwoskin een bron van inspiratie, die hij effectief thematiseerde in de meeste van zijn films. Vanaf de allereerste editie in 1972 stamgast van Film International/International Filmfestival Rotterdam, waar Huub Bals hem ook uitverkoos als een van de eerste filmauteurs die door het festival aan financiering van zijn volgende film geholpen werden.  Dwoskins wellicht meest geacheveerde film Outside In (1981) was een van de bestanddelen van de installatie in EYE Filmpoëtica (Kees Hin, 2012), waarin Dwoskins beelden werden geconfronteerd met die van andere “rechtvaardige” filmauteurs. Dwoskin was oorspronkelijk grafisch vormgever en begon in de jaren zestig korte films te maken. Naissant (1964) en Soliloquy (1967) werden bekroond op het destijds toonaangevende experimentele festival van Knokke.

Aanvankelijk protegé van filmmaker Emile de Antonio, die ook als zijn agent optrad. Rotterdam vertoonde onder meer Dwoskins Dyn Amo (1973), de Duitse tv-film Behindert (1974), Tod und Teufel (1974), Central Bazaar (1976),  Silent Cry (1977), de documentaire Shadow from Light (1983), Ballet Black (1986), Face of Our Fear (1992),  Trying to Kiss the Moon (1994), Pain Is… (1997), Oblivion (2006), The Sun and the Moon (2006) en het korte Ascolta! (2008). Postuum ging zijn laatste film Age Is (2012) in Locarno in première. Retrospectieven van zijn werk werden onder meer georganiseerd door het British Film Institute (2009) en het Berlijnse Arsenal (2010). Dwoskin doceerde film, onder meer aan het Londense Royal College of Art, en schreef het invloedrijke boek Film Is (1975).

Piet Ekel

90, Soest, 28 juni, long- en maagkanker

 

Nederlands acteur. Werkte vooral voor radio (in talloze hoorspelen) en televisie, met name voor de NCRV, voor welke omroep hij ook radioprogramma’s produceerde. Werd bekend als winkelier Malle Pietje in de populaire jeugdserie Swiebertje (1967-75). Sprak ook alle stemmen in de poppenserie Coco en de vliegende knorrepot (1959-63). Een kleine filmrol, in de komedie rond Wim Sonneveld Op de Hollandse toer (Harry Booth, 1973).

26 juni 2012

Nora Ephron

71, New York, 26 juni, longontsteking door myelodysplasie (voorstadium leukemie)

 

Amerikaans (scenario)schrijver, journalist en regisseur. Dochter van het scenaristenechtpaar Henry (1912-1992) en Phoebe (1914-1971) Ephron-Wolkind dat onder meer de musical Carousel (Henry King, 1956) en het Hepburn & Tracy-vehikel Desk Set (Walter Lang, 1957) schreef en produceerde. Dochter Nora was een succesvol journalist, vooral als auteur van essays en columns, toen ze haar eerste scenario schreef, Silkwood (Mike Nichols. 1983), over de anti-nucleaire activiste Karen Silkwood (Meryl Streep). Het bezorgde haar meteen de eerste van drie Oscarnominaties voor een origineel scenario. De volgende waren voor When Harry Met Sally…. (Rob Reiner, 1989) en het door haarzelf geregisseerde Sleepless in Seattle (1993). Beide waren toonaangevende romantische komedies met een cynische New-Yorkse ondertoon, een genre waar Ephron als geen ander (op misschien Woody Allen na) het patent op bezat. Een ander illuster voorbeeld was de door haarzelf tot scenario bewerkte, autobiografische roman Heartburn (Nichols, 1986): niet alleen de eerste roman waarin veel recepten werden verwerkt, maar ook een venijnige terugblik op Ephrons vechtscheiding met sterjournalist Carl Bernstein (All the President’s Men), in de film gespeeld door Jack Nicholson tegenover wederom Streep.

Voor andere regisseurs schreef Ephron voorts Cookie (samen met Alice Arlen; Susan Seidelman, 1989), My Blue Heaven (Herbert Ross, 1990) en Hanging Up (naar de roman van haar zuster Delia Ephron; Diane Keaton, 2000). Ook schreef en regisseerde ze This Is My Life (1992), Mixed Nuts (1994), het curieuze Michael (met John Travolta als aartsengel; 1996), een remake van The Shop around the Corner (Ernst Lubitsch, 1940) onder de titel You’ve Got Mail (1998), Bewitched (2005) en Julie & Julia (2009). Naast de meeste van haar eigen films produceerde Ephron Strike! (met een vroege rol van Kirsten Dunst; Sarah Kernochan, 1998) en de enige film die ze regisseerde maar niet schreef, Lucky Numbers (Ephron, 2000). Ephron deed twee cameo’s als gast op een feestje in films van Woody Allen: Crimes and Misdemeanors (1989) en Husbands and Wives (1992). Nora Ephron was achtereenvolgens getrouwd met schrijver Dan Greenburg (1967-76), journalist Carl Bernstein (1976-80) en scenarist van Goodfellas (Martin Scorsese, 1990) Nicholas Pileggin (vanaf 1987 tot haar dood).

25 juni 2012

Doris Schade

88, München, 25 juni, natuurlijke dood

 

Duits actrice. Was te zien in verschillende films van Margarethe von Trotta: als de moeder in Die bleierne Zeit (1981), in Heller Wahn (1983), als de oude Clara Zetkin in Rosa Luxemburg (1986) en in Rosenstrasse (2003). Daarnaast onder meer Piggies (Peter Zadek, 1970), Die Sehnsucht der Veronika Voss (Rainer Werner Fassbinder, 1982), Jenseits der Stille (Caroline Link, 1996), de Mengele-film Nichts als die Wahrheit (Roland Suso Richter, 1999), als de oma in Die wilden Hühner (Vivian Naefe, 2006) en twee vervolgfilms. Ook zeer veel televisiefilms en –series.

20 juni 2012

Andrew Sarris

83, New York, 20 juni, infectie na een val

 

Amerikaans filmcriticus. Schreef sinds 1960 voor The Village Voice, na in 1955 te hebben gedebuteerd in Film Culture, een blad opgericht door de film makende broers Jonas en Adolfas Mekas. Sarris was gedurende zeker drie decennia de meest gezaghebbende filmcriticus in Noord-Amerika, wiens positie alleen werd bedreigd door collega Pauline Kael, met wie hij voortdurend in polemiek verkeerde. Van de twee was Kael de meer emotionele en Sarris de meest cinefiele. Hij introduceerde in de VS de politique des auteurs, ontwikkeld door de critici van les Cahiers du cinéma, met wie Sarris tijdens een jaar in Parijs (1959) nauw bevriend was geraakt. Hij publiceerde in 1962 het essay Notes on the Auteur Theory en lanceerde in 1968 zijn pantheon in het zeer invloedrijke boek The American Cinema: Directors and Directions 1929-1968. Daarin figureerden grofweg dezelfde namen als in de Cahiers, dus Welles, Ford, Hawks, Hitchcock, Ray maar geen Huston, Kubrick, Wyler, Wilder, hoewel de laatste in een later stadium door Sarris uitgebreid gerehabiliteerd zou worden. Zou officieuze scenariobijdragen hebben geleverd aan Justine (George Cukor, 1969) en Promise at Dawn/Promesse à l’aube (Jules Dassin, 1970). Getrouwd met collega Molly Haskell, die hij ontmoette bij een persvoorstelling van Scorpio Rising (Kenneth Anger, 1964).

19 juni 2012

Richard Lynch

72, Palm Springs CA, 19 juni, doodsoorzaak onbekend, stoffelijk overschot thuis gevonden

 

Amerikaans acteur, vooral bekend door zijn stil dreigende rollen in griezel- en actiefilms. Door brandwonden getekend gezicht nadat hij in 1967 bij een lsd-trip zichzelf had aangestoken. Opgeleid als method actor door Uta Hagen en Lee Strasberg, maakte zijn filmdebuut tegenover Al Pacino en Gene Hackman in Gouden-Palmwinnaar Scarecrow (Jerry Schatzberg, 1973). Ook in The Seven-Ups (Philip D’Antoni, 1973), Open Season (Peter Collinson, 1974), The Happy Hooker (naar Xaviera Hollander; Nicholas Sgarro, 1975), God Told Me To (Larry Cohen, 1976), Stunts (Mark L. Lester, 1977), Deathsport (Allan Arkush en Henry Suso, 1978), tv-serie en bioscoopfilm Battlestar Galactica (Glen A. Larson, 1978), Steel (Steve Carver, 1979), The Ninth Configuration (William Peter Blatty, 1980), The Formula (John G. Avildsen, 1980), The Sword and the Sorcerer/De wraak der barbaren (Albert Pyun, 1982), Inferno in diretta/Cut and Run (Ruggero Deodato, 1984), tegenover  Chuck Norris in Invasion U.S.A. (Joseph Zito, 1985), I barbari/The Barbarians (Deodato, 1987), Little Nikita (Richard Benjamin, 1988), Bad Dreams (Andrew Fleming, 1988), High Stakes (Amos Kollek, 1989), Lockdown (top-billed; Frank Harris, 1990). Alligator II: The Mutation (Jon Hess, 1991),

Necronomicon (episode van Christophe Gans, 1993), Dragon Fury (top-billed; David Heavener, 1995), Werewolf (Tony Zarindast, 1996), Armstrong (Menahem Golan, 1998), Lima: Breaking the Silence (Golan, 1999), Crime and Punishment (Golan, 2002), Halloween (Rob Zombie, 2007), Laid to Rest (Robert Hall, 2009) en Lewisburg(top-billed; William James Kennedy, 2010). Laatste film: het nog uit te brengen The Lords of Salem (Zombie, 2012).

18 juni 2012

Victor Spinetti


82, Monmouth, 18 juni, prostaatkanker

 

Welsh acteur van Italiaanse afkomst. Werd vooral bekend door zijn vriendschap met the Beatles en komische sleutelrollen in hun films A Hard Day’s Night (Richard Lester, 1964), Help! (Lester, 1965) en hun tv-film Magical Mystery Tour (Beatles en Bernard Knowles, 1967). Eerste echte filmrol in The Gentle Terror (Frank Marshall, 1961). Voorts onder meer Sparrows Can’t Sing (Joan Littlewood, 1963), The Wild Affair (John Krish, 1963), Becket (Peter Glenville, 1964), The Taming of the Shrew/De getemde feeks (Franco Zeffirelli, 1967), The Biggest Bundle of Them All (Ken Annakin, 1968), Can Heironymus Merke Ever Forget Mercy Humppe and Find True Happiness? (Anthony Newley, 1969), Start the Revolution without Me (Bud Yorkin, 1970), A Promise of Bed (top-billed; Derek Ford, 1970), Scacco alla maffia (top-billed; Lorenzo Sabatini, 1970), Under Milk Wood (Andrew Sinclair, 1972), Digby, the Biggest Dog in the World (Joseph McGrath, 1973), The Great McGonagall (McGrath, 1974), The Little Prince (Stanley Donen, 1974), als hotelconciërge in The Return of the Pink Panther (Blake Edwards, 1975), Voyage of the Damned (Stuart Rosenberg, 1976), Casanova & Co. (Franz Antel, 1977), Under the Cherry Moon (Prince, 1986) en The Krays (Peter Medak, 1990). Ook conferencier, theater- en televisieacteur.