01 februari 2014

Maximilian Schell


83, Innsbruck, 1 februari, acute longontsteking

In Oostenrijk geboren Zwitsers acteur, regisseur en scenarioschrijver. Zoon van de Zwitserse schrijver Hermann Schell en de Oostenrijkse actrice Margarethe Noé, met wie het gezin voor de nazi’s naar Zwitserland vluchtte, waar Maximilian zijn opleiding volgde. Zou een van de meest gevraagde Duitstalige acteurs in de internationale cinema worden, veelal als Duits officier of oorlogsmisdadiger. Zijn oudere zus Maria Schell was al eerder een internationale ster en door een persoonsverwarring met haar in de correspondentie, maakte Maximilian zijn Hollywooddebuut in The Young Lions (Edward Dmytryk, 1958), na eerder in enkele Duitstalige films te hebben gespeeld: als deserteur in Kinder, Mütter und ein General (Laslo Benedek, 1955), Der 20. Juli (Falk Harnack, 1955), Reifende Jugend (Ulrich Erfurth, 1955), Ein Madchen aus Flandern (Helmut Käutner, 1956),
Die Ehe des Dr. med. Danwitz (Arthur Maria Rabenalt, 1956), Ein Herz kehrt Heim (Eugen York, 1956), Die Letzten werden die Ersten sein (Rolf Hansen, 1957) en Kinder der Berge (Georg Tressler, 1958). Zijn eerste grote Amerikaanse rol, als de advocaat van nazirechters in Judgment at Nuremberg/Oordeel te Neurenberg (Stanley Kramer, 1961), bezorgde Schell de Oscar voor beste acteur. Hij zou nog twee keer genomineerd worden, voor The Man in the Glass Booth (Arthur Hiller, 1975) en voor zijn bijrol in Julia (Fred Zinnemann, 1977). Ook zouden drie van de door Schell geregisseerde films een Oscarnominatie krijgen (voor de producenten): zijn speelfilmdebuut Erste Liebe (naar een novelle van Toergenjew, tevens scenariobewerking en acteur; 1970) voor Zwitserland en  Der Fußgänger (tevens scenario en hoofdrol; 1973), over een zich schuil houdende ex-oorlogsmisdadiger, voor Duitsland, beide als beste niet-Engelstalige film, alsmede de documentaire Marlene (1984), een wonderlijk portret van Marlene Dietrich, als beste lange documentaire.
De acteur Schell was aanvankelijk enige tijd geliefd als Europese jeune premier, maar werd toch vooral steeds weer gevraagd als charmante nazi met kille blauwe ogen, hoewel hij ook chassidische joden, keizers en kunstenaars speelde. Onder meer in Five Finger Exercise (Daniel Mann, 1962), tegenover Sophia Loren in de verfilming van Sartres I sequestrati di Altona/De gevangene van Altona (Vittorio de Sica, 1962), als heilig verklaarde dorpsidioot in The Reluctant Saint (top-billed; Dmytryk, 1962), als juwelendief in Topkapi (Jules Dassin, 1964), als Poolse charlatan in Return from the Ashes (J. Lee Thompson, 1965), The Deadly Affair (naar John Le Carré; Sidney Lumet, 1966), The Desperate Ones (top-billed; Alexander Ramati, 1967), tegenover Charlton Heston in Counterpoint (Ralph Nelson, 1967), als ‘K’ in Kafka’s Das Schloß (top-billed; Rudolf Noelte, 1968), de rampenfilm Krakatoa: East of Java (top-billed; Bernard L. Kowalski, 1969), in de titelrol van Simón Bolívar (Alessandro Blasetti, 1969), Paulina 1880 (Jean-Louis Bertuccelli, 1972), Pope Joan (Michael Anderson, 1972), The Odessa File (Ronald Neame, 1974), The Rehearsal (Dassin, 1974), Sarajevski attentat/The Day That Shook the World (Veljko Bulajic, 1975), St. Ives (tegenover Charles Bronson; Thompson, 1976), Cross of Iron/Das eiserne Kreuz (Sam Peckinpah, 1977), A Bridge Too Far (Richard Attenborough, 1977), Players (Anthony Harvey, 1979), de rampenfilm Avalanche Express (Mark Robson, 1979), Disneys The Black Hole (top-billed; Gary Nelson, 1979), de verfilming van Chaim Potoks The Chosen (top-billed; Jeremy Paul Kagan, 1981), Les îles (top-billed; Iradj Azimi, 1983), Morgen in Alabama (top-billed; Norbert Kückelmann, 1984), The Assisi Underground (Ramati, 1985),

The Rose Garden (Fons Rademakers, 1989), The Freshman (Andrew Bergman, 1990), als Lenin in de televisiefilm Stalin (Ivan Passer, 1992), A Far Off Place (Mikael Salomon, 1993), Justiz (top-billed; Hans W. Geissendörfer, 1993), Little Odessa (James Gray, 1994), Telling Lies in America (Guy Ferland, 1997), Left Luggage (Jeroen Krabbé, 1998), als kardinaal in Vampires (John Carpenter, 1998), de rampenfilm Deep Impact (Mimi Leder, 1998), Wer liebt, dem wachsen Flügel/On the Wings of Love (Gabriel Barylli, 1998), Festival in Cannes (Henry Jaglom, 2001), Das Haus der schlafenden Schönen (naar Kawabata; Vadim Glowna, 2006), The Brothers Bloom (Rian Johnson, 2008) en het Tsjechische T.M.A. (Juraj Herz, 2009). Ook regisseerde en schreef Schell Der Richter und sein Henker/Endgame (naar Friedrich Dürrenmatt; 1975), Geschichten aus dem Wienerwald (naar Ödön von Horvath; 1978), An American Place (over schilderes Georgia O’Keeffe en de door Schell gespeelde fotograaf Alfred Stieglitz; 1998) en de documentaire over Maria Schell (1926-2005) Meine Schwester Maria (2002). Gescheiden van Russisch actrice Natalja Andreitsjenko, peetvader van Amerikaans actrice Angelina Jolie.



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen