30 november 2013

Joeri (Vasiljevitsj) Jakovlev


85, Moskou, 30 november, doodsoorzaak onbekend

Russisch acteur. Opgeleid aan de Sjtsjoekin Dramaschool en sinds 1952 verbonden aan het Vachtangovtheater in Moskou. Kreeg grootste bekendheid als filmacteur, met name door de spreekwoordelijk geworden rol van een humorloze huzaar, luitenant Rzjevski, in Goesarskaja ballada/Huzarenballade (Eldar Rjazanov, 1962),
maar eerder ook al door zijn vertolking van prins Mysjkin in de verfilming van Dostojewski’s Idiot/De idioot (Ivan Pyrjev, 1958). Filmdebuut in Na podmostkach stseny/Behind the Footlights (Konstantin Joedin, 1956). Ook in films als Veter/The Wind (Aleksandr Alov en Vladimir Naoemov, 1958), Tsjelovek njotkoeda/Nowhere Man (Rjazanov, 1961), Bolsjaja doroga/The Great Road (Joeri Ozerov, 1962), Ljogkaja zjizn/An Easy Life (top-billed; Venjamin Dorman, 1964), de Poesjkin-verfilming Vystrel/A Pistol Shot (Naoem Trachtenberg, 1966), als Oblonski in Anna Karenina  (Aleksandr Zarchi, 1967), Korol-olen/The Deer King (top-billed; Pavel Arsjonov, 1969), Tsjaika/De meeuw (Joeli Karasik, 1972), als tsaar Ivan de Verschrikkelijke en zijn dubbelganger in de tijdreiskomedie Ivan Vasiljevitsj menjajet professijoe/Ivan Vasilyevich Changes Occupation(top-billed; Leonid Gajdaj, 1973),
in de Oscar Wildeverfilming Idealnyj moezj/An Ideal Husband (top-billed; Viktor Georgijev, 1980), Karnaval (Tatjana Ljoznova, 1982), Kin-dza-dza! (Georgi Danelia, 1986), Ostrov sokrovisjtsj/Treasure Island (David Tsjerkasskij, 1988), Deti tsjoegoennych bogov/Kinderen van gietijzeren goden (Tamás Tóth, 1993), Est-Ouest (Régis Wargnier, 1999) en Ironia soedby, prodolzjenie/The Irony of Fate, the Sequel (Timoer Bekmambetov, 2007).

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen