28 april 2012

Patricia Medina

92, Los Angeles, 28 april, natuurlijke dood

 

Oorspronkelijk Engels actrice. Geboren in Liverpool als dochter van een Spaanse advocaat en een Engelse moeder, werd Medina zowel in de Britse cinema als in Hollywood vooral gecast in mediterrane of Latijns-Amerikaanse rollen. Vooral bekend als de nachtclubdanseres die miljardair met geheugenverlies Orson Welles wil verleiden in Mr. Arkadin/Confidential Report (Welles, 1955). Debuteerde in de Elstree-studio’s, als figurant in Dinner at the Ritz (Harold D. Schuster, 1937) en met een kleine rol in Mr. Satan (Arthur B. Woods, 1938). Aanvankelijk vooral bekend door haar voluptueuze schoonheid, in titels als Double or Quits (Roy William Neill, 1938), The Day Will Dawn (Harold French, 1942), The First of the Few/Een van de weinigen (Leslie Howard, 1942), They Met in the Dark (Carl Lamac, 1943), Hotel Reserve (Lance Comfort, Max Greene en Victor Hanbury, 1944), Don’t Take It to Heart (tegenover haar eerste echtgenoot Richard Greene; Jeffrey Dell, 1944),

Kiss the Bride Goodbye (top-billed; Paul L. Stein, 1945) en Waltz Time (Stein, 1945). Volgde Greene naar Amerika en debuteerde daar voor MGM in The Secret Heart (Robert Z. Leonard, 1946). Gevarieerde rollen in studiofilms als Moss Rose (Gregory Ratoff, 1947), The Foxes of Harrow (John M. Stahl, 1947),The Three Musketeers (George Sidney, 1948), The Fighting O’Flynn (Arthur Pierson, 1949), top-billed in het Engelse Children of Chance (Luigi Zampa, 1949), tegenover Donald O’Connor en een sprekende muilezel in de hit Francis (Arthur Lubin, 1950), vier keer tegenover Louis Hayward, in Fortunes of Captain Blood (Gordon Douglas, 1950), The Lady and the Bandit (Ralph Murphy, 1951), Lady in the Iron Mask (Murphy, 1952) en Captain Pirate (Murphy, 1952),

maar ook in Abbott and Costello in the Foreign Legion (Charles Lamont, 1950), The Jackpot (Walter Lang, 1950), Valentino (Lewis Allen, 1951), The Magic Carpet (Lew Landers, 1951), Aladdin and his Lamp (Landers, 1952), Desperate Search (Joseph H. Lewis, 1952), Botany Bay (John Farrow, 1953), Siren of Bagdad (Richard Quine, 1953), Sangareee (Edward Ludwig, 1953), Plunder of the Sun (Farrow, 1953), Phantom of the Rue Morgue/Moord in de Rue Morgue (Roy Del Ruth, 1954), Drums of Tahiti (William Castle, 1954), The Black Knight (Tay Garnett, 1954), Pirates of Tripoli (Felix E. Feist, 1955), Duel on the Mississippi (Castle, 1955), top-billed in Il mantello rosso (Giuseppe Maria Scotese, 1955), Uranium Boom (Castle, 1956), Stranger at My Door (William Witney, 1956), The Beast of Hollow Mountain (Edward Nassour en Ismael Rodríquez, 1956), Miami Expose (Fred F. Sears, 1956), top-billed in The Buckskin Lady (Carl K. Hittleman, 1957), het Britse Battle of the V-1 (Vernon Sewell, 1958), Count Your Blessings (Jean Negulesco, 1959), Snow White and the Three Stooges (Lang, 1961), The Killing of Sister George (Robert Aldrich, 1968), Latitude Zero/Ido zero daisakusen (Ishiro Honda, 1969) en Timber Tramps (Garnett, 1975). Publiceerde haar memoires onder de titel Laid Back in Hollywood (1998). Gescheiden van Greene, weduwe van Welles’ vaste acteur Joseph Cotten.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen