23 juni 2015

Magali Noël


83, Châteauneuf-Grasse. 23 juni, in haar slaap

In Turkije geboren Frans actrice en zangeres, pseudoniem van Magali Françoise Noëlle Camille Guiffray. Dochter van Franse diplomaten in Izmir, kwam in 1951 naar Parijs. Speelde in Franse en internationale films, ook als een favoriet van Federico Fellini, die haar castte als Fanny in La dolce vita (1960), Fortunata in Satyricon (1969) en als de kapster en vedette Gradisca in Amarcord (1973).

Als zangeres inspireerde ze Boris Vian, die voor haar de door de radio geboycotte hit Fais-moi mal Johhny (1956) schreef. Filmdebuut in Demain nous divorçons (Louis Cuny, 1951). Voorts onder meer in Seul dans Paris (hoofdrol tegenover Bourvil; Hervé Bromberger, 1951), Razzia sur la chnouf (Henri Decoin, 1955), Du rififi chez les hommes (tevens titelsong; Jules Dassin, 1955), Les grandes manoeuvres (René Clair, 1955), Les possédées/Het eiland der verleiding (Charles Brabant, 1955), Elena et les hommes (Jean Renoir, 1956), Assassins et voleurs (Sacha Guitry, 1957), O.S.S. 117 n’est pas mort (Jean Sacha, 1957), Le désir mène les hommes (top-billed; Mick Roussel, 1958), Le piège (Brabant, 1958), È arrivata la parigina/La loi de l’homme (top-billed; Camillo Mastrocinque, 1958), L’île du bout du monde/Eiland der liefde (top-billed; Edmond T. Gréville, 1959), Des femmes disparaissent (Édouard Molinaro, 1959), Oh! Que mambo (top-billed; John Berry, 1959), Noi siamo due evasi (Giorgio Simonelli, 1959),
Boulevard (Julien Duvivier, 1960), Gastone (Mario Bonnard, 1960), A qualcuna piace calvo/Some Like It Bald (top-billed; Mario Amendola, 1960), het op de Amsterdamse Wallen gedraaide La ragazza in vetrina (Luciano Emmer, 1961),
Legge di guerra (Bruno Paolinelli, 1961), tegenover Eddie Constantine in Mani in alto/En pleine bagarre (Giorgio Bianchi, 1961), Mörderspiel (top-billed; Helmuth Ashley, 1961), Il colpo segreto di d’Artagnan (Siro Marcellini, 1962), tegenover Lex Barker in Das Todesauge von Ceylon (Gerd Oswald en Giovanni Roccardi, 1963), L’accident (Gréville, 1963), in de titelrol van Totò e Cleopatra (Fernando Cerchio, 1963),  I marziani hanno 12 mani (Castellano & Pipolo, 1964), Requiem pour un caïd (Maurice Cloche, 1964), La traite des blanches/Sluikhandel in meisjes (Georges Combret, 1965), L’astragale (Guy Casaril, 1968), Z (Costa-Gavras, 1969), als de prinses in Tropic of Cancer (Joseph Strick, 1970), als gravin in de Zweedse pikanterie Kyrkoherden/De pastoor kan geen bloot meer zien (Torgny Wickman, 1970), The Man Who Had Power over Women (John Krish, 1970), Il prete sposato/De getrouwde priester (Marco Vicario, 1970), Il tempo degli assassini/Days of Terror (Marcello Andrei, 1975), Les rendez-vous d’Anna (Chantal Akerman, 1978), Le chemin perdu (Patricia Moraz, 1980), Qu’est-ce qui fait courir David? (Élie Chouraqui, 1982), La mort de Mario Ricci (Claude Goretta, 1983), Les années 80 (Akerman, 1983), Diesel (Robert Kramer, 1985), Vertiges (top-billed; Christine Laurent, 1985), het Belgische Exit-exil (Luc Monheim, 1986), Pentimento (Tonie Marshall, 1989), als de moeder van Sophie Marceau in La fidélité (Andrzej Zulawski, 2000), Regina Coeli (top-billed; Nico D’Alessandria, 2000) en een cameo in The Truth about Charlie (Jonathan Demme, 2002). Gescheiden van acteur Jean-Pierre Bernard.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen