07 juni 2014

Jacques Herlin


86, Parijs,  7 juni, natuurlijke dood

Frans bijrolacteur, pseudoniem van Jacques de Jouette. Figurant sinds 1958 (Et ta soeur, Maurice Delbez), eerste sprekende rol als ober in Boulevard (Julien Duvivier, 1960). Werd pas tegen het einde van een lange filmloopbaan (vooral in Italië en Duitsland) op waarde geschat, bijvoorbeeld door de rol van broeder Amédée in Des hommes et des dieux (Xavier Beauvois, 2010).
Onder meer in Le jour et l’heure (René Clément, 1963), als Fenicisch koopman in Maciste, l’eroe più grande/Goliath and the Sins of Babylon (Michele Lupo, 1963), als priester in La frusta e il corpo/The Whip and the Body (Mario Bava, 1963), Il compagno Don Camillo/Don Camillo in Moskou (Luigi Comencini, 1965), Giulietta degli spiriti (als Fransman op een feestje; Federico Fellini, 1965), La decima vittima (Elio Petri, 1965), als filosoof in Yankee (Tinto Brass, 1966),
als bisschop in Il tigre (Dino Risi, 1967), Lo straniero/The Stranger (Luchino Visconti, 1967), als dierenarts in La ragazza e il generale (Pasquale Festa Campanile, 1967), een hoofdrol in Le due facce del dollaro (Roberto Bianchi Montero, 1967), Susanne, die Wirtin von der Lahn (Franz Antel, 1967) en meerdere vervolgfilms, zoals Frau Wirtin hat auch einen Grafen (Antel, 1968), als koning van Frankrijk in Der Turm der verbotenen Liebe/De toren der lusten (Antel, 1968), Infanzia, vocazione e prime esperienze di Giacomo Casanova, veneziano (Comencini, 1969), tegenover Rudi Carrell in de klucht Die tollen Tanten schlagen zu (Franz Josef Gottlieb, 1971), Sbatti il mostro in prima pagina/Het monster staat op de voorpagina (Marco Bellocchio, 1972), Mordi e fuggi/Dirty Weekend (Risi, 1973), La proprietà non è più un furto (Petri, 1973), als CIA-agent in Shaft in Africa (John Guillermin, 1973),
Rappresaglia/Massacre in Rome (George P. Cosmatos, 1973), Tough Guys (Duccio Tessari, 1974), Porgi l’altra guancia/The Two Missionaries/Vier vuisten voor het geloof (Franco Rossi, 1974), Mondo candido (Gualtiero Jacopetti en Franco Prosperi, 1975), Casanova & Co. (Antel, 1977), Hurra – Die Schwedinnen sind da/Vrolijke vluggertjes in Tirol (Gottlieb, 1978),
Il marchese del Grillo (Mario Monicelli, 1981), La lune dans le caniveau (jean-Jacques Beineix, 1983), Rive droite, rive gauche (Philippe Labro, 1984), als hotelreceptionist in National Lampoon’s European Vacation (Amy Heckerling, 1985), als koster in La petite voleuse (Claude Miller, 1988), Torrents of Spring (Jerzy Skolimowski, 1989), als de man met de haakneus in The Favour, the Watch and the Very big Fish (Ben Lewin, 1991), Tout le monde n’a pas eu la chance d’avoir des parents communistes (Jean-Jacques Zilbermann, 1993), Jefferson in Paris (James Ivory, 1995), Au petit Marguery (Laurent Bénégui, 1995), Joan of Arc (Luc Besson, 1999), top-billed als klaarover in de absurdistische korte film La fourmi/The Ant (Anthony Souter, 1999),  A Good Year (Ridley Scott, 2006), Welcome (Philippe Lioret, 2009), À l’origine (Xavier Giannoli, 2009), Notre jour viendra (Romain Gavras, 2010), Les adieux à la reine (Benoît Jacquot, 2012), Paris-Manhattan (Sophie Lellouche, 2012), als oude piraat in Astérix & Obélix: Au service de sa Majesté/Asterix en Obelix bij de Britten (Laurent Tirard, 2012)  en het nog uit te brengen Ich und Kaminski (Wolfgang Becker, 2014).

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen