11 november 2010

Dino De Laurentiis


91, Beverly Hills, 11 november, doodsoorzaak onbekend

Italiaans producent, eigenlijk Agostino de Laurentiis. Pionier van de onafhankelijke en internationale filmproductie, waarbij grote risico's niet worden geschuwd. Bracht Amerikaanse regisseurs en acteurs naar Italië en bouwde een eigen imperium op in de Verenigde Staten. Was getuige van de opkomst en ondergang van twee eigen filmstudio's, Dinocittà in Rome en de studio van de DeLaurentiis Entertainment Group (DEG) in Wilmington, North Carolina. Won samen met Sophia Lorens echtgenoot Carlo Ponti een Oscar voor de beste niet-Engelstalige film, La strada (Federico Fellini, 1954) en voor zijn hele oeuvre de Irving Thalberg Award (2001) en een speciale Gouden Leeuw in Venetië (2003).



Zoon van een pastafabrikant uit Torre Annunziata ging naar Rome om als acteur te worden opgeleid aan het Centro Sperimentale Cinematografica. Debuteerde op 22-jarige leeftijd als producent met L'amore canta (Ferdinando Maria Poggioli, 1941). Behaalde zijn eerste grote successen met neo-realistische films als Il bandito (Alberto Lattuada, 1946) en vooral het erotisch getinte Riso amaro/Bittere rijst (Giuseppe de Santis, 1949). Hetzelfde jaar trouwde hij met hoofdrolspeelster Silvana Mangano, die in 1989 zou overlijden.

De samenwerking tussen De Laurentiis en Ponti resulteerde onder meer in Anna (Lattuada, 1951), Ulisse (met Kirk Douglas in de titelrol; Mario Camerini, 1954), L'oro di Napoli (Vittorio de Sica, 1954) en de superproductie naar Tolstoi's War and Peace (King Vidor, 1956). De eerste grote productie zonder Ponti, Le notti di Cabiria (Fellini, 1957), won ook een Oscar als beste buitenlandse film. Daarna volgden titels als La grande guerra (Mario Monicelli, 1959), Sotto dieci bandiere/Under Ten Flags (Duilio Coletti, 1960), The Best of Enemies/I due nemici (Guy Hamilton, 1961), Barabba/Barabbas (Richard Fleischer, 1961), Le tigre se parfume à la dynamite (Claude Chabrol, 1965), La Bibbia/The Bible: In the Beginning (John Huston, 1966), Lo straniero/The Stranger (Luchino Visconti, 1967), de cultklassieker Barbarella (Roger Vadim, 1968) en Barbagia (Carlo Lizzani, 1969). Met de flop van het naar schatting 25 miljoen dollar kostende spektakel Waterloo (Sergei Bondartsjoek, 1970) en de ondergang van de Romeinse studio begon een nieuwe periode, die de producent naar Amerika zou doen verhuizen.

De gangsterfilmThe Valachi Papers (Terence Young, 1972) vormde een goede start, maar nog beter voor zijn reputatie was de lancering van Al Pacino als superster, kort na The Godfather, in de hoofdrol van Serpico (Sidney Lumet, 1973). De Laurentiis' Amerikaanse output was een bonte mengeling van dure flops, goedkope hits en prestigefilms.

Voor elke Dune (David Lynch, 1984) en Tai-Pan (Daryl Duke, 1986) revancheerde hij zich met een in Wilmington opgenomen Blue Velvet (Lynch, 1986). Onder veel meer maakte hij Gouden Beerwinnaar Buffalo Bill and the Indians or Sitting Bull's History Lesson (Robert Altman, 1976), Drum (Steve Carver, 1976), King Kong (John Guillermin, 1976), The Serpent's Egg/Das Schlangenei (Ingmar Bergman, 1977), Hurricane (begonnen door Roman Polanski, afgemaakt door Jan Troell, 1979), Flash Gordon (Mike Hodges, 1980), Ragtime (Milos Forman, 1981), Conan the Barbarian (John Milius, 1982), The Dead Zone (David Cronenberg, 1983), The Bounty (Roger Donaldson, 1984), Year of the Dragon (Michael Cimino, 1985), Maximum Overdrive (Stephen King, 1986), de eerste film met het personage dr. Hannibal Lecktor (later Lecter) Manhunter (Michael Mann, 1986), Army of Darkness (Sam Raimi, 1992), Breakdown (Jonathan Mostow, 1997), Hannibal (Ridley Scott, 2001), Hannibal Rising (Peter Webber, 2007) en The Last Legion (Doug Lefler, 2007). Werkte behalve met zijn broer Luigi, neef Aurelio en dochter Raffaella de Laurentiis ook geruime tijd samen met de Nederlandse financiële man Charles van Droffelaar, nu eigenaar van de Bossche distributiefirma Moonlight Films.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen