14 april 2012

Martin H. Poll

89, New York, 14 april, longontsteking en nierfalen

 

Amerikaans producent. Oscarnominatie beste film voor het kostuumdrama The Lion in Winter (Anthony Harvey, 1968). Heropende eind jaren 50 de Biograph-studio in New York, onder de naam Gold Medal. Liet zich benoemen tot filmcommissaris en blies de filmproductie buiten Hollywood zo nieuw leven in. Bekendste films: Love Is a Ball (David Swift, 1963), Sylvia (Gordon Douglas, 1965), The Appointment (Sidney Lumet, 1969), The Magic Garden of Stanley Sweetheart (met de debuterende Don Johnson; Leonard Horn, 1970),

The Possession of Joel Delaney (Waris Hussein, 1972), The Man Who Loved Cat Dancing (Richard C. Sarafian, 1973), Night Watch (met Elizabeth Taylor; Brian G. Hutton, 1973), Love and Death (Woody Allen, 1975), The Sailor Who Fell from Grace with the Sea (Lewis John Carlino, 1976), Somebody Killed Her Husband (Lamont Johnson, 1978), Nighthawks (met Rutger Hauer en Sylvester Stallone; Bruce Malmuth, 1981), Haunted Summer (Ivan Passer,1988), My Heroes Have Always Been Cowboys (Stuart Rosenberg,1991) en de tv-film Diana: Her True Story (Kevin Connor, 1993).

Jonathan Frid

87, Hamilton (Ontario), 14 april, natuurlijke dood

 

Canadees acteur, eigenlijk John Herbert Frid. Vooraanstaand theateracteur zou vooral bekend worden door slechts twee echte filmrollen, beide in het horrorgenre. House of Dark Shadows (Dan Curtis, 1970) was afgeleid van de tv-serie Dark Shadows (Curtis, 1967-71), waarin Frid ook al de hoofdrol speelde van vampier Barnabas Collins. In de binnenkort verwachte remake Dark Shadows (Tim Burton, 2012) is Johnny Depp Barnabas en zal Frid te zien zijn in een cameo, als gast op feest. De andere film was het debuut van Oliver Stone, Seizure (1974).

Ook speelde Frid tegenover Shelley Winters in de tv-film The Devil’s Daughter (Jeannot Szwarc, 1973).

William Finley

69, New York, 14 april, natuurlijke dood

 

Amerikaans acteur en singer-songwriter, vooral in films van Brian De Palma. Top-billed in de dubbelrol van Phantom of the Paradise (ook liedjes; 1974), maar ook in De Palma’s vroege korte film Woton’s Wake (1962). Ook onder regie van De Palma in Murder à la Mod (tevens titelsong; 1968), The Wedding Party (co-regie Wilford Leach en Cynthia Munroe, 1969), Dionysus (co-regie Richard Schechner, 1970), als de psychiater in Sisters (1973), The Fury (1978) en als privé detective in The Black Dahlia (2006). Ook speelde Finley in Eaten Alive (Tobe Hooper, 1977), Simon (Marshall Brickman, 1980), The Funhouse (Hooper, 1981), tegenover Chuck Norris in Silent Rage (Michael Miller, 1982) en Night Terrors (Hooper, 1995).

11 april 2012

Abdullah El Baoudi

25, Agadir, 11 april, longembolie

 

Nederlands-Marokkaans acteur. Volgde toneelopleiding in Maastricht, maar speelde al verschillende rollen in televisieseries en films. Had na een klein rolletje in de oorspronkelijke serie Dunya en Desie (Dana Nechushtan, 2004) een vaste rol als Hafid in de politieserie Van Speijk (Hanro Smitsman, 2006-07). Hoofdrol als bokser in de korte eindexamenfilm Color Me Bad (Hesdy Lonswijk, 2007). Ook in de serie Fok jou! (Smitsman, 2006), de korte studentenfilm over Mohammed B. Hemel boven Holland (Rolf van Eijk, 2007), de serie Moes (Rik Launspach en Karim Traïdia, 2008), de telefilm Hitte/Harara (Lodewijk Crijns, 2008), de korte film Het mysterie van de volle maan (Jeffrey DeVore, 2009), de jeugdfilm Lover of Loser (Dave Schram, 2009), de korte gangsterfilm Bling (Florian Vermeulen, 2011),

de tv-film De overloper/Flikken Maastricht (Pieter van Rijn, 2012) en als scooterjongen in Hemel (Sacha Polak, 2012). Regisseerde ook een clip als onderdeel van Hitte/Harara.

10 april 2012

Maria Pia Casilio

76, Rome, 10 april, natuurlijke dood

 

Italiaans filmactrice. Geboren in de Abruzzen. Werd als 16-jarig niet-professioneel actrice door Vittorio de Sica uitgekozen voor de vrouwelijke hoofdrol van het zwangere dienstmeisje Maria in de neorealistische klassieker Umberto D. (1952). Daarna een tijdje veelgevraagd actrice, vooral in komedies en melodrama’s, onder meer in Siamo tutti inquilini (Mario Mattoli, 1953), Il viale della speranza (Dino Risi, 1953), La valigia dei sogni (Luigi Comencini, 1953), Thérèse Raquin (Marcel Carné, 1953), Pane, amore e fantasia (Comencini, 1953), top-billed in Due soldi di felicità (Roberto Amoroso, 1954), Donne proibite/Verboden vrouwen (Giuseppe Amato, 1954), Amori di mezzo secolo (episode van Pietro Germi, 1954), Carosello napoletano (Ettore Giannini, 1954), L’air de Paris (Carné, 1954), Appassionatamente (Giacomo Gentilomo, 1954), tegenover Totò in Il medico dei pazzi (Mattoli, 1954), Pane, amore e gelosia (Comencini, 1954), tegenover Alberto Sordi in Un americano a Roma (Steno, 1954),

Racconti romani (Gianni Francioloini, 1955), I pappagalli (Bruno Paolinelli, 1955), Totò, Peppino e… i fuorilegge (Camilo Mastrocinque, 1956), Pezzo, capopezzo e capitano/Kanonen-Serenade (Wolfgang Staudte, 1958), Mogli pericolose (Comencini, 1958), Il giudizio universale (De Sica, 1961), Lo chiameremo Andrea (De Sica, 1972), Noi uomini duri (Maurizio Ponzi, 1987) en de klucht Tre uomini e una gamba (Aldo, Giacomo, Giovanni en Massimo Venier, 1997). Weduwe van acteur Giuseppe Rinaldi, moeder van actrice Francesca Rinaldi

04 april 2012

Claude Miller

70, Parijs, 4 april, na een lange ziekte

Frans regisseur, scenarioschrijver, producent, productieleider en filmbestuurder. Na regieopleiding aan de IDHEC (eindexamen 1963) assistent bij klassieke films als Au hasard Balthasar (Robert Bresson, 1966), Les demoiselles de Rochefort (Jacques Demy, 1967) en Weekend (Jean-Luc Godard, 1967). Daarna tussen 1969 (La sirène du Mississippi) tot 1975 (L’histoire d’Adèle H.) productieleider bij zeven films van François Truffaut. Speelde ook een rolletje in diens L’enfant sauvage (1970). Na de dood van Truffaut in 1984 zou Miller zijn zesde film La petite voleuse (1988) baseren op een origineel script van zijn leermeester.

Maar de filmcarrière van Miller staat niet uitsluitend in het teken van een hommage aan Truffaut; de talrijke psychologische thrillers kun je net zo goed in verband brengen met het werk van Claude Chabrol. Dat blijkt vooral in het voor een groot deel in een verhoorkamer gesitueerde Garde à vue (1981). De César die Miller samen met Jean Herman en Michel Audiard won voor het scenario was de enige van zestien nominaties die hij wist te verzilveren. Wel won hij de Prix Louis Delluc voor L’effrontée (1985), waarin de 14-jarige Charlotte Gainsbourg overrompelend debuteerde, de juryprijs (in feite een derde prijs) in Cannes voor La classe de neige (ex aequo met Festen; 1998)

en de FIPRESCI-prijs in Berlijn voor de tv-film La chambre des magiciennes (2001). Regiedebuut in 1976 met de morbide vakantiekoloniefilm La meilleure façon de marcher (1976) werd gevolgd door de flop Dites-lui que je l’aime (met Gérard Depardieu en Miou-Miou; 1977). Gedesillusioneerd trok Miller zich terug en maakte vier jaar lang alleen commercials, tot hij zich revancheerde met Garde à vue, dat twintig jaar later ook een Hollywood-remake zou krijgen, als Under Suspicion (Stephen Hopkins, 2000). Daarna regisseerde hij onder meer Mortelle randonnée (1983), het oorlogsdrama L’accompagnatrice (met vader en dochter Richard en Romane Bohringer; 1992), de flop Le sourire (1994), Betty Fisher et autres histoires (2001), La petite Lili (naar Tsjechovs De meeuw; 2003) en het semi-autobiografische Un secret (2007), zijn laatste in de Nederlandse bioscoop uitgebrachte film. Sindsdien voltooide hij de documentaire Marching Band (tegen de achtergrond van Obama’s verkiezing; 2009),

Je suis heureux que ma mère soit vivante (samen met zijn zoon Nathan Miller; 2009), het voornamelijk in Canada opgenomen Voyez comme ils dansent (2011) en de postuum uit te brengen remake van Thérèse Desqueyroux (met Audrey Tautou; 2012), naar een roman van François Mauriac die precies een halve eeuw eerder verfilmd werd met Emmanuelle Riva in de titelrol (Georges Franju, 1962). Miller schreef nagenoeg al zijn eigen films, alsmede La tortue sur le dos (Luc Béraud, 1978) en Plein sud (Béraud, 1982), in welke beide films hij ook als acteur te zien was. Speelde verder gastrollen in 2 ou 3 choses que je sais d’elle (Godard, 1967) en Un ami parfait (Francis Girod, 2006). Jurylid in Cannes (2002) en voorzitter van de filmschool La Fémis en de internationale arthouse-organisatie Europa Cinémas. Zijn vrouw Annie Miller stond hem terzijde als producent en soms coscenarist.

01 april 2012

Jamaa Fanaka

69, Los Angeles, 1 april, natuurlijke dood

Afro-Amerikaans filmmaker, pseudoniem van Walter Gordon. Vestigde zijn reputatie met een onafhankelijke en rebelse film, Penitentiary (1979), over een bokser in de gevangenis. Opvallend was de expliciete aandacht voor homo’s en transseksuelen, ook in de gevangenis. Er volgden een Penitentiary II (1982) en Penitentiary III (1987), ook beide met Leon Isaac Kennedy in de hoofdrol. Fanaka speelde zelf de hoofdrol in zijn studentenfilm aan de UCLA, A Day in the Life of Willie Faust, or Death on the Installment Plan (1972). Eerste lange film: de horrorproductie Welcome Home Brother Charles (1975),

gevolgd door Emma Mae (1976). Laatste film: Street Wars (1992). Fanaka schreef en produceerde alle door hem geregisseerde films. Werd uit de Directors Guild of America (DGA) gegooid, naar eigen zeggen wegens zijn klachten over te weinig inspanning om vrouwen en minderheden aan regiewerk te helpen.