04 september 2014

Donatas Banionis


90, Panevezys, 4 september, hartproblemen

Litouws acteur. Ster van de Sovjet-cinema, zowel in producties van Mosfilm als van de Litouwse Filmstudio/Lietuvos Kinostudija in Vilnius. Werd internationaal bekend als de kosmonaut en psycholoog Kris Kelvin in de metafysische sciencefictionfilm Solaris (Andrei Tarkovski, 1972). In 2004 vertelde de Russische leider Vladimir Poetin dat hij ooit had besloten om spion te worden na het zien van Banionis’ rol in Lenfilms Mjortvyj sezon/Dead Season (Savva Koelisj, 1968).
Zoon van een revolutionaire kleermaker uit Kaunas debuteerde in 1941 (tijdens de Duitse bezetting) in het Litouwse theater. Hij probeerde in 1945 vergeefs naar West-Europa te vluchten. Hij keerde terug naar het theater en speelde zijn eerste kleine filmrol in Moskou, in Marite (Vera Strojeva, 1947). Zijn eerste Litouwse filmrol  vertolkte Banionis in Adomas nori buti zmogumi/Adam chotsjet byt tsjelovjekom/Adam Wants to Be a Man (Vytautas Zalakevicius, 1959), de doorbraak volgde in Niekas nenorejo mirti/Nikto nje chotel oemirat/Nobody Wanted to Die (Zalakevicius, 1966), als een Litouwse partizaan die tegen de Sovjets vecht, maar zich bedenkt.
Speelde voorts onder meer in Vienos dienos kronika/Chronika odnogo dnja/Kroniek van een jaar (Zalakevicius, 1966), als priester in de komedie Beregis avtomobilja/Beware of the Car! (Eldar Rjazanov, 1967), als de volwassene in de Litouwse versie van De Saint-Exupéry’s Mazasis princas/Malenki prints/De kleine prins (top-billed; Arunas Zebriunas, 1968), de Italiaans-Russische coproductie Krasnaja palatka/La tenda rossa/The Red Tent (Michail Kalatozov, 1969), als Albany in de Shakespeareverfilming Korol Lir/King Lear (Grigori Kozintsev en Josif Sjapiro, 1971), top-billed in de Oost-Duitse biografische films Goya – oder der arge Weg der Erkenntnis (Konrad Wolf, 1971) en Beethoven – Tage aus einem Leben (Horst Seemann, 1976), in het 70mm-onderzeebootspektakel van Mosfilm Komandir sjastlivoj ‘Sjtsjoeki’/The Captain of the Lucky Pike (Boris Voltsjek, 1973), top-billed in de titelrol van de sciencefictionfilm Begstvo mistera Mak-Kinli/Escape of Mr. McKinley (Michail Sjveitzer, 1975),
de DDR-hit Mama, ich lebe (Wolf, 1977), de eerste wodkawestern, een coproductie van Gorki Filmstudio met Tsjecho-Slowakije en Roemenië, Vooroezjen i otsjen opassen/Armed and Very Dangerous (top-billed; Vladimir Vajnsjtok, 1977), top-billed als de president in de internationale coproductie Kentavry/The Centaurs (Zalakevicus en Sándor Köõ, 1979), Andrius (Algirdas Araminas, 1980), Faktas (competitie Cannes; Alimantas Grikiavicius, 1982), als duikbootaalmoezenier in Krik delfina/Cry of a Dolphin (Aleksei Saltykov, 1986), het Armeense Trinadsatyj apostol/The Thirteenth Apostle (Soeren Babajan, 1988), top-billed in Pjoesjtsje krovi/The Vampire (Lenfilm; Jevgeni Tatarski, 1991), top-billed als de oude man in Kiemas/The Courtyard (Valdas Navasaitis, 1999), top-billed in de korte film Kaunasski bljoez/Kaunas Blues (Pavel Sanajev, 2004) en cameo’s in Leningrad (Aleksandr Boeravski, 2009) en Fireheart: The Legend of Tadas Blinda/Tadas Blinda. Pradzia (Donatas Ulvydas, 2011). Ook zeer actief in het theater, vooral in zijn woonplaats Panevezys, waarvan hij in 1999 ereburger werd.




Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen