22 januari 2010

Jean Simmons


80, Santa Monica, 22 januari, longkanker

Oorspronkelijk Engels actrice met Amerikaanse nationaliteit. Hollywoodster van de jaren vijftig werd twee keer genomineerd voor een Oscar, voor de (bij)rol van Ophelia in Hamlet (Laurence Olivier, 1948) en de hoofdrol in The Happy Ending (Richard Brooks, 1969). Aanvankelijk opgeleid als danseres, werd op haar veertiende gecast voor een rolletje in Sports Day (Francis Searle, 1944), gevolgd door Give Us the Moon (Val Guest, 1944). Viel voor het eerst op door de rol van de jonge Estella in de Dickensverfilming Great Expectations (David Lean, 1946). Verfijnde, beschaafde en quasi-kuise verschijning in tal van Britse en Amerikaanse producties, bijvoorbeeld als Indiase non in Black Narcissus (Michael Powell en Emeric Pressburger, 1947), de titelrol van Napoleons minnares in Desiree (tegenover Marlon Brando; Henry Koster, 1954), zingende heilssoldaat in Guys and Dolls (weer met Brando; Joseph L. Mankiewicz, 1955) of de slavin Varinia in Spartacus (Stanley Kubrick, 1960). Voorts onder meer in de Britse films Hungry Hill (Brian Desmond Hurst, 1947), Uncle Silas (Charles Frank, 1947), de originele versie van The Blue Lagoon (Frank Launder, 1949), tegenover haar eerste echtgenoot Stewart Granger in Adam and Evelyne (Harold French, 1949), So Long at the Fair (Antony Darnborough en Terence Fisher, 1950) en The Clouded Yellow (Ralph Thomas, 1950). Hollywooddebuut tegenover Robert Mitchum in Angel Face (Otto Preminger, 1952). Daarna onder meer Androcles and the Lion (Chester Erskine, 1952), de titelrol van koningin Elizabeth I in Young Bess (George Sidney, 1953), The Robe (Koster, 1953), The Actress (George Cukor, 1953), The Egyptian (Michael Curtiz, 1954), Footsteps in the Fog (Arthur Lubin, 1955),This Could Be the Night (Robert Wise, 1957), Until They Sail (Wise, 1958), de western The Big Country (William Wyler, 1958), Elmer Gantry (haar tweede echtgenoot Richard Brooks, 1960), The Grass Is Greener (Stanley Donen, 1960), Mister Buddwing (Delbert Mann, 1966), Divorce American Style (Bud Yorkin, 1967), Rough Night in Jericho (Arnold Laven, 1967), The Dawning (Robert Knights, 1988) en How to Make an American Quilt (Jocelyn Moorhouse, 1995). Werkte in de laatste decennia vooral voor televisie, bijvoorbeeld in de Australische miniserie The Thorn Birds (1983) en twee seizoenen van North and South (1985-86).


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen