04 februari 2015

Rune Ericson


90, Thailand, 4 februari, natuurlijke dood

Zweeds cameraman en regisseur, geboren als Gunnar Rune Eriksson. Won een speciale Oscar (2002) voor het door hem in 1969 ontwikkelde super 16mm-formaat, dat aanvankelijk RuneScope heette. Begon als lab-technicus. Draaide vanaf 1947 talloze Zweedse producties, waaronder met name enkele verfilmingen van Astrid Lindgren: Mästerdetektiven Blomkvist (Rolf Husberg, 1947), Bröderna Lejonhjärta/De gebroeders Leeuwenhart (Olle Hellbom, 1977), Rasmus på luffen/Rasmus en de vagebond (Hellbom, 1981) en Ronja Rövardotter/Ronja de Roversdochter (Tage Danielsson, 1984). Voorts onder meer Klasskamrater/Classmates (Schamyl Bauman, 1952), Ogift fader sökes/Onteerde meisjes (Hans Dahlin en Bengt Logardt, 1953), En natt på Glimmingehus (Torgny Wickman, 1954), Flicka utan namn (Wickman, 1954), Flickan i regnet (Alf Kjellin, 1955), Moln över Hellesta/Moon over Hellesta (Husberg, 1956), Tärningen är kastad/The Die Is Cast (Husberg, 1960), Änglar, finns dom?/Do You Believe in Angels? (Lars-Magnus Lindgren, 1961), Bröllopsbesvär/Marriage: Swedish Style (Åke Falck, 1964), Käre John/Lieve, lieve John (Lindgren, 1964), Nattlek/Night Games (Mai Zetterling, 1966),

Le viol/De aanranding (Jacques Doniol-Valcroze, 1967), Doktor Glas (Zetterling, 1968), Flickorna/The Girls (Zetterling, 1968), Bokhandlaren som slutada bada/The Bookseller Who Gave Up Bathing (Jarl Kulle, 1969), Lyckliga skitar/Blushing Charlie (Vilgot Sjöman, 1970), Bröder Carl (Susan Sontag, 1971), Troll (Sjöman, 1971), The Day the Clown Cried (Jerry Lewis, 1972), een segment van de olympische documentaire Visions of Eight (Zetterling, 1973), Jag är Maria (Karsten Wedel, 1979), Mannen som blev miljonär/To Be a Millionaire (Mats Arehn, 1980), Amorosa (Zetterling, 1986), Mälarpirater/Pirates of the Lake (Allan Edwall, 1987), SOS (Lasse Åberg, 1988) en Den ofrivillige golfaren/The Accidental Golfer (Åberg, 1991). De enige film die Ericson regisseerde, een documentaire over de schilder Olle Olson Hagelund (1964) was in competitie in Berlijn. Oprichter in 1961 van Föreningen Sveriges Filmfotografer/Swedish Society of Cinematographers (fsf). Overleden tijdens vakantie.

02 februari 2015

Stewart Stern

92, Seattle, 2 februari, hersentumor  

Amerikaans scenarioschrijver. Neef van Adolph Zukor, de Hollywoodmogul en oprichter van Paramount.  Zijn vader was een arts die de medische afdeling van Paramount leidde. Gedecoreerde oorlogsheld ontwikkelde zich na een korte carrière als toneelspeler en dialoogregisseur van B-films tot gelauwerd scenarioschrijver, vooral van psychologische drama’s. Oscarnominaties voor Teresa (samen met Alfred Hayes; Fred Zinnemann, 1951) en de bewerking van een roman van Margaret Laurence tot het script van Rachel, Rachel (met Joanne Woodward; Paul Newman, 1968). Kreeg echter zijn grootste bekendheid door het deels autobiografische scenario van Rebel without a Cause (Nicholas Ray, 1955), waarin het personage van James Dean model staat voor het verzet tegen de vorige generatie. Debuteerde met het script voor het met een Oscar voor beste korte documentaire bekroonde Benjy (Zinnemann, 1951). Schreef ook The Rack (Arnold Laven, 1956), met Newman als een tijdens Koreaanse krijgsgevangenschap gehersenspoelde overloper, de documentaire The James Dean Story (Robert Altman, 1957),  een televisieversie van Joseph Conrads Heart of Darkness (met Boris Karloff als Mr. Kurtz; Ron Winston, 1958), Thunder in the Sun (samen met anderen; Russell Rouse, 1959), The Outsider/De Held van Iwo Jima (Delbert Mann, 1961), The Ugly American (George Englund, 1963), de cultfilm The Last Movie (Dennis Hopper, 1971), Summer Wishes, Winter Dreams (weer met Woodward; Gilbert Cates, 1973), een tv-bewerking van Tennessee Williams’ The Glass Menagerie (met Katharine Hepburn; Anthony Harvey, 1973), de tweedelige televisiefilm, bij ons in de bioscoop uitgebrachte anatomie van een meervoudige persoonlijkheid Sybil (met Sally Field; Daniel Petrie, 1976), de tv-film A Christmas to Remember (Englund, 1978)  en de korte film Rebel (Dan Nishimura en Henry Kim, 2011). Stern speelde een rolletje als kok in de griezelfilm Fright Night (Tom Holland, 1985). Hoofdpersoon van de documentaires Going through Splat: The Life and Work of Stewart Stern (Jon Steven Ward, 2005) en het nog niet uitgebrachte, door zijn weduwe geproduceerde Stewart Stern Unwritten (Robert Burke, 2015).  Vertelt in The Celluloid Closet (Rob Epstein en Jeffrey Friedman, 1995) over de homoseksualiteit van het personage van Sal Mineo in Rebel without a Cause. Scenariodocent aan verschillende universiteiten en het Sundance Institute, die steevast de noodzaak benadrukte van de verwerking van eigen ervaringen in een script.

31 januari 2015

Marc Schaaps


52, Amsterdam?, 31 januari, zelfdoding

Nederlands cameraman, regisseur en producent, voluit Marcus Damiaan Maria Schaaps. Aanvankelijk camjo en maker van items voor televisie. Produceerde met Jeroen Beker de televisiefilm Gemengde berichten (Paul Ruven, 1995) en voor de VPRO het met een Zilveren Nipkowschijf onderscheiden Veldpost (Frans Bromet en Peter van Ingen, 1996) en de controversiële documentaireserie Pizzeria Inferno (Tessa Boerman, 1998). Regisseerde als onafhankelijk producent korte films voor opdrachtgevers als het Amsterdams Uit Bureau (AUB), de Universiteit van Amsterdam (UvA), de winkeliersvereniging Haarlemmerdijk-Haarlemmerstraat en de Woonbond. Voor een tentoonstelling van Theater Instituut Nederland (TIN) maakte Schaaps het in een loop vertoonde split-screenportret van vijf dansers, Dansen! (2008)

Dansen! from Marc Schaaps Film & TV on Vimeo.
en een serie video’s voor de reizende expositie Backstage (2011). In de reeks 2 minuten (verfilmingen van korte verhalen) regisseerde, draaide en monteerde Schaaps onder meer De koe (samen met Hens van Rooy, 2011) en Er klopte iets niet (2011).

2 Minuten: De Koe from Marc Schaaps Film & TV on Vimeo.

30 januari 2015

Geraldine McEwan


82, Londen-Hammersmith, 30 januari, beroerte

Engels actrice, eigenlijk Geraldine McKeown. Lid van de Royal Shakespeare Company en later van het Royal National Theatre. Ook bekend van televisie, onder meer door de titelrollen in de series The Prime of Miss Jean Brodie (1978) en Agathie Christie’s Marple (2004-07), alsmede Oranges Are Not the Only Fruit (Beeban Kidron, 1989) en de rol van Miriam in Moses (Roger Young, 1995). Opmerkelijke filmrollen als de heerszuchtige non Bridget in The Magdalene Sisters (Peter Mullan, 2002) en Mortianna in Robin Hood: Prince of Thieves (Kevin Reynolds, 1991).
Filmdebuut in de komedie There Was a Young Lady (Lawrence Huntington, 1953). Ook in films als No Kidding (Gerald Thomas, 1961),  Strindbergs The Dance of Death/Dodendans (tegenover Laurence Olivier; David Giles, 1969), The Bawdy Adventures of Tom Jones (Cliff Owen, 1976), Escape from the Dark (Charles Jarrott, 1976), Foreign Body (Ronald Neame, 1986), Henry V (Kenneth Branagh, 1989), The Love Letter (Peter Ho-sun Chan, 1999), als de min in Titus (Julie Taymor, 1999), als Holofernia in Love’s Labour’s Lost (Branagh, 2000), Contaminated Man (Anthony Hickox, 2000), Food of Love (Ventura Pons, 2002), Pure (Gillies MacKinnon, 2002), Vanity Fair (Mira Nair, 2004) en The Lazarus Child (Graham Theakston, 2005). Ook leende ze haar stem aan Mrs. Thripp in de Wallace & Gromit-films The Curse of the Were-Rabbit (Steve Box en Nick Park, 2005) en A Matter of Loaf and Death/Een zaak van leven of brood (Park, 2008). Weduwe van Hugh Cruttwell, directeur van de Royal Academy of Dramatic Art (RADA).

29 januari 2015

René Lobo


74, Hilversum, 29 januari, gevolg van longkanker

Nederlands acteur, toneelregisseur en theaterdocent, voluit René Henry Roger Jessurun Lobo. Kleinzoon van het in 1926 samen bij een treinongeval omgekomen acteursechtpaar David Lobo en Greta Braakensiek. Oudere broer van acteur en dramadocent Pink Lobo. Legendarisch docent aan de Maastrichtse toneelschool, meer dan veertig jaar op handen gedragen door vele generaties studenten, die hij veelal in hun loopbaan bleef volgen. Studeerde zelf in 1964 af aan de Amsterdamse toneelschool. Speelde onder meer bij Ensemble en toneelgroep Theater, later ook actief als regisseur, bij voorbeeld voor het Publiekstheater. Enkele kleine film- en tv-rollen: De stilte rond Christine M. (Marleen Gorris, 1982), als politieman in Amsterdamned (Dick Maas, 1988), het Venezolaanse Trampa para un gato (Manuel de Pedro, 1994), de telefilm Cowboy uit Iran (Ilse Somers, 1999), als bevelhebber in de dramaserie over Srebrenica De enclave (Willem van de Sande Bakhuyzen, 2002) en als orthopeed in In Oranje (Joram Lürsen, 2004). Ridder in de Orde van Oranje-Nassau (2012). Getrouwd met actrice Sjoukje Hooymaayer.

Interview met Lex Bohlmeijer voor De Correspondent

Rod McKuen


81, Beverly Hills, 29 januari, longontsteking

Amerikaans zanger, dichter, songwriter, componist en acteur. Voormalige beat poet maakte zo’n 70 albums als zanger. Amerikaanse vertaler van Jacques Brel, producer van talloze grote artiesten. In het bijzonder succesvol in Nederland, waar hij in 1971 twee keer een nummer 1 hit haalde, met de Vietnam-meezinger Soldiers Who Want to Be Heroes  en Without a Worry in the World, de vertaling van Georges Moustaki’s chanson Le métèque. Twee Oscarnominaties voor ook door hemzelf vertolkte beste song: Jean uit The Prime of Miss Jean Brodie (tevens soundtrack; Ronald Neame, 1969) en de songscore van A Boy Named Charlie Brown (samen met Bill Melendez, John Scott Trotter, Alan Shean en Vince Guaraldi; Melendez, 1969).>/p>
Schreef ook soundtracks voor Joanna (Michael Sarne, 1968), de Disney-komedie Scandalous John (Robert Butler, 1971) en het Engelse erotische werkje Emily (Henry Herbert, 1976). Acteerdebuut in Rock, Pretty Baby (Richard Bartlett, 1956). Speelde voorts onder meer in het vervolg Summer Love (Charles F. Haas, 1958), de western Wild Heritage (Haas, 1958) en een cameo in The Boneyard Collection (Edward L. Plumb, 2008). Claimde de best verkochte dichter ooit te zijn, evenals de eigenaar van de grootste particuliere platencollectie. Leed op later leeftijd aan klinische depressies. Autobiografie: Finding My Father (1976).

24 januari 2015

José Artur


87, Parijs, 24 januari, beroerte

Frans acteur en radiopresentator. Voordat hij in de jaren 60 een populaire radiomaker werd, met name door zijn eigen programma Le Pop-Club op de zender France Inter (1965-2005), speelde Artur in het theater, als goede vriend van vedette Pierre Brasseur, en in enkele films.  Debuteerde als 19-jarige in Le père tranquille (René Clément, 1946). Daarna in Les gosses mènent l’enquête/De jeugd leidt het onderzoek (Maurice Labro, 1947), Marlène (Pierre de Hérain, 1949), Mon curé chez les pauvres (Henri Diamant-Berger, 1956), Compartiment tueurs/Moord in der slaapwagen(Costa-Gavras, 1965), Z (Costa-Gavras, 1969), L’américain (Marcel Bozzuffi, 1969), Un officier de police sans importance (Jean Larriaga, 1973), Bel ordure (Jean Marboeuf, 1973), …la main à couper (Etienne Périer, 1974), Monsieur Balboss (Marboeuf, 1975), Deux heures moins le quart avant Jésus-Christ (Jean Yanne, 1982), Le grain de sable (top-billed; Pomme Meffre, 1983), La dernière image (Mohammed Lakhdar-Hamina, 1986), Il y a des jours… et des lunes (Claude Lelouch, 1990) en Tombés du ciel (Philippe Lioret, 1993). Te zien in de documentaire Tabarnac (Claude Faraldo, 1975) en in het door het festival van Cannes geproduceerde Mémoires pour Simone (Chris. Marker, 1986), over actrice Simone Signoret. Gescheiden van actrice Colette Castel.