Filmkenner Hans Beerekamp verzamelt op deze site informatie over mensen die alleen nog te bewonderen zijn door hun bijdrage aan het eeuwige filmscherm.
Amerikaans kostuumontwerpster, pseudoniem van DorothySchweppe. Drie Oscarnominaties, voor haar debuut Bonnieand Clyde (Arthur
Penn, 1967), waarvan de kleding een mode-rage lanceerde, The
Godfather Part II (Francis Ford Coppola, 1974) en
Peggy Sue Got Married(Coppola, 1986). Begon als illustrator en sketch
artist in de reclame. Kleedde onder meer Bette Midler,
Dolly Parton, Liza Minnellli
en Mae West. Belangrijkste films: I Love You, Alice B. Toklas! (HyAverback, 1968), Bullitt(Peter Yates, 1969), The Arrangement (Elia Kazan, 1969), The Reivers(Mark
Rydell, 1969),
MyraBreckinridge(Michael Sarne, 1970), Johnny
Got His Gun (Dalton Trumbo, 1971), Kid Blue (James Frawley,
1973), Mame
(Gene Saks, 1974), Nickelodeon (Peter
Bogdanovich, 1976), New York, New York (Martin Scorsese,
1977), Same Time, Next Year(Robert Mulligan, 1978),
The Jerk(Carl
Reiner, 1979), S.O.B. (Blake Edwards,
1981), The Best Little Whorehouse in Texas (Colin Higgins, 1982),
Rhinestone(Bob Clark, 1984), Stella (John Erman, 1990), Kiss of Death(BarbetSchroeder, 1995) en Goodbye Lover (Roland Joffé,
1998).
Amerikaans fotomodel en actrice. Playboys Playmate
of the Month in december 1968 speelde een opvallende
hoofdrol als naïeve rockgitariste in de cultfilm Beyond the Valley
of the Dolls(Russ Meyer,
1970). Kleinere rol als prostituee in de western Mollyand Lawless John (Gary Nelson, 1972).
68, La
Rochelle?, 3 november, gevolgen hartoperatie
Zwitsers producent en acteur. Boerenzoon uit het kanton Vaud speelde min of meer zichzelf als kaasmakende boer in
de Franse klucht Les bronzés
font du ski (PatriceLeconte,
1979). Hij zou daarna nog te zien zijn in films als No Man’s Land (Alain Tanner,
1985), Jenatsch(Daniel Schmid, 1987) en La petiteallumeuse(DanièleDubroux, 1987). In 1982 richtte hij in Neuchâtel
een productiemaatschappij, die films (co)produceerde als Le lit(Marion Hänsel,
1982), La guerred’unseul homme (EdgardoCozarinsky, 1983), L’argent(Robert Bresson,
1983), Si le
soleil ne revenait pas (Claude Goretta, 1987), Das Versprechen(MargarethevonTrotta, 1995), N’oubliepasque tu vasmourir(Xavier Beauvois, 1995), Microcosmos: Le peuple de l’herbe(Claude Nuridsany en Marie Pérennou,
1997), Himalaya – L’enfanced’un chef (Eric Valli, 1999) en Le peuplemigrateur(Jacques Perrin, 2001).
Frans decorontwerper, eigenlijk François graaf Bessot
de Lamothe. Vier Césarnominaties
voor de beste decors: One, Two, Two, 122 rue de Provence (Christian
Gion, 1978), Les
misérables(Robert Hossein,
1982), On ne meurt que 2 fois(Jacques Deray, 1985) en
Le souper (EdouardMolinaro, 1992). Debuteerde met de flamboyante
kostuumfilm Cartouche (Philippe de Broca, 1962). Voorts onder meer Le diable et les dix commandements(Julien Duvivier. 1962), La ronde (Roger Vadim, 1963), Le vampire de
Düsseldorf (Hossein, 1964), Les tribulationsd’unchinois en Chine(De Broca, 1965), Hotel
Paradiso (Peter Glenville, 1965), Le roi de coeur (De
Broca, 1966), Le
samouraï(Jean-Pierre Melville,
1967), The Comedians(Glenville, 1967), Borsalino (Deray, 1969), Hibernatus/Vriezen we dood, dan vriezen we dood (Molinaro, 1969),
Start
the Revolution without Me (Bud Yorkin, 1970), L’emmerdeur(Molinaro, 1973), Le magnifique(De Broca, 1973), Piaf! (Guy Casaril,
1973), Touteunevie(Claude Lelouch, 1973), Le corps de monennemi(Henri Verneuil,
1975), Emmanuelle 2, l’anti-vierge(Francis
Giacobetti, 1975), GoodbyeEmmanuelle(François Leterrier,
1977), Tendre poulet (De Broca,
1977), La petitefille en velours bleu/Little Girl in Blue Velvet (Alan
Bridges, 1978), Unpapillonsurl’épaule(Deray, 1978), A Little Romance (George Roy Hill, 1978)
en The Man in the Iron Mask(Randall Wallace, 1997).
Nederlands acteur en komiek, eigenlijk Richard de Gooijer. Won drie Gouden Kalveren als beste acteur: een oeuvreprijs naar aanleiding van Sabine (René van Nie, 1982), voor Hoogste tijd (Frans Weisz,
1995) en Madelief: Krassen in het
tafelblad (Ineke Houtman, 1998). De eerste weigerde hij te accepteren en
schonk hij aan collega Rutger Hauer, zijn tegenspeler in Grijpstra en De Gier (Wim Verstappen, 1979). De tweede gooide hij op de A2
uit de auto, hetgeen vastgelegd werd in een klassiek geworden scène uit het
tv-programma Taxi met Maarten Spanjer.
In zekere zin zou je De Gooyer
de eerste professionele Nederlandse filmacteur kunnen noemen. Hij volgde een
acteeropleiding in Berlijn aan de UFA-academie
(1959-61) en speelde een kleine rol in de Duitse film Schachnovelle(GerdOswald,
1960), maar besteedde ook veel tijd aan een bijbaantje als spion voor de CIA in
Oost-Berlijn. Het was niet zijn eerste internationale
filmrol, want hij was ook al te zien in de reeks in Nederland opgenomen
middellange spionagefilms Secret File, USA (1955).
De gereformeerde Utrechtse bakkerszoon was in 1944 de frontlinie overgestoken
om dienst te nemen in het Britse leger. Daarna werkte hij als radioverslaggever
en komiek, bijvoorbeeld in de creatie van de plat Utrechts pratende Bartels
voor het radioprogramma Showboat(AVRO). Zijn officiële filmdebuut was
als pianist in Het wonderlijke leven van
Willem Parel (Gerard Rutten, 1955).
De grootste bekendheid verwierf Rijk als de helft van een
komisch duo met Johnny Kraaykamp, sterren van radio,
tv en grammofoonplaat. Ze maakten samen de geflopte klucht Geen paniek (Ko Koedijk, 1973) en een allegorische episode in het
vierluik naar HeereHeeresma’sZwaarmoedige verhalen voor bij de
centrale verwarming, getiteld Een
winkelier keert niet weerom (Nouchka van Brakel,
1975). Tegen die tijd had De Gooyer echter ook al
faam verworven als zelfstandig filmacteur, met hoofdrollen in bijvoorbeeld Kleren maken de man (Georg Jacoby, 1957), Rififi in Amsterdam (John
Korporaal, 1962), De blanke slavin (Renee
Daalder, 1969) en vooral de twee misdaadfilms van Weisz,
De inbreker (1972) en Naakt over de schutting (1973). Ook trad
hij af en toe op in een internationale productie, zoals The WilbyConspiracy(Ralph Nelson, 1975), Nosferatu: Phantom der Nacht (Werner Herzog,
1979), The Lucky Star (Max Fischer, 1980) en SevenGravesforRogan/A
Time to Die (Matt Cimber, 1982). Voortbouwend op
zijn vroege ervaringen werd De Gooyer, vooral na De inbreker, een van de herkenbare
gezichten van de eerste bloeiperiode van de Nederlandse speelfilm, de jaren 70.
Hij speelde vaak rechercheurs, vaderfiguren of, een geheim genoegen, foute
Nederlanders of Duitse SD’ers in films over de Tweede
Wereldoorlog.
Zijn filmografie bevat voorts titels als Rufus(Samuel Meyering,
1975), Soldaat van Oranje (Paul
Verhoeven, 1977), De mantel der liefde (Adriaan
Ditvoorst, 1978), Het
verboden bacchanaal (Verstappen, 1981), Een
vlucht regenwulpen (Ate de Jong, 1981), de korte
film Rigor mortis (Dick Maas.
1981),Twee vorstinnen en een vorst (Otto Jongerius,
1981), Het 30 april-gevoel(Jurriën Rood, 1981), Hoge hakken, echte liefde (DimitriFrenkel Frank, 1981), Vroeger
kon je lachen (Bert Haanstra, 1983),
De zwarte ruiter (Verstappen, 1983), An Bloem (Peter Oosthoek, 1983), Schatjes! (Ruud van Hemert, 1984),Ciske de Rat (Guido
Pieters, 1984), De prooi (Vivian
Pieters, 1985), In de schaduw van de
overwinning (De Jong, 1986), Mama is
boos! (Van Hemert, 1986), Op hoop van
zegen (Pieters, 1986), De ratelrat (Verstappen,
1987), Leedvermaak (Weisz, 1987), De
avonden (Rudolf van den Berg, 1989), Bij
nader inzien (Weisz, 1991), Filmpje! (Paul Ruven, 1995), De jurk (Alex van Warmerdam, 1996), De bal (Danny Deprez,
1999) en Quivive(Weisz, 2001). Zijn laatste rol was in het slot van het
drieluik naar stukken van Judith Herzberg, Happy End (Weisz,
2009).
De Gooyer was ook de
hoofdrolspeler in een aantal televisieseries, zoals De Brekers (1985-88), Beppie(1989), In voor- en tegenspoed (1991-95) en Schoon goed (1999). Samen met Eelke de Jong schreef hij voor HP een fictief dagboek van een
vermoeide journalist, dat voor televisie werd bewerkt tot de serie De eenzame oorlog van Koos Tak (1996).
Over de non-conformistische levenswandel van de acteur, als practical joker en
kroegtijger op De Kring, bestaan talloze anekdotes.
81, Midwest City OK, 2 november,
na een lange ziekte
Amerikaans editor, eigenlijk William H.
Hoffman. Monteerde Torn
Curtain (Alfred Hitchcock, 1966) en was eerder assistent van George
Tomasini bij de montage van The Birds (Hitchcock, 1963). In vaste dienst bij Universal Studios werkte Hoffman voor
televisie. Enkele filmcredits: The Hellcats (Robert F. Slatzer,
1968), Bigfoot (Slatzer, 1970), de documentaire American
Reunion(Darren McGavin, 1976).
Amerikaans bijrolacteur, pseudoniem van Leonard Steinbock. Bekendste rol
als de vader van de in een bosbes veranderde Violet in de eerste verfilming van
Roald Dahls Willy Wonkaand the Chocolate Factory/Sjakie en de Chocoladefabriek (Mel
Stuart, 1971). Veel televisierollen, films als The Mugger(William Berke,
1958), The Big Mouth(Jerry Lewis, 1967), A Man Called Dagger (Richard Rush, 1968),
Getting Straight (Rush, 1970), Zigzag (Richard A. Colla,
1970), I Love My Wife(Stuart, 1970), Soylent Green (Richard Fleischer,
1973), Mame(Gene Saks, 1974) en HardlyWorking(Lewis,
1980).