30 juni 2010

Elliott Kastner


80, Londen, 30 juni, kanker

Amerikaans producent. Vestigde zich in de jaren '60 in Engeland, waar hij zijn grootste hit haalde met de actiefilm Where Eagles Dare (Brian G. Hutton, 1968), maar bleef ook actief in Hollywood. Aanvankelijk literair agent, daarna pionier in het onafhankelijk produceren van films die later aan een studio werden verkocht. Debuteerde voor Universal met Bus Riley's Back in Town (Harvey Hart, 1965). Eerste hit was de misdaadfilm met Paul Newman Harper (Jack Smight, 1966). Voorts onder meer Sol Madrid (Hutton, 1968), Sweet November (Robert Ellis Miller, 1968), Michael Kohlhaas (Volker Schlöndorff, 1969), When Eight Bells Toll (Etienne Périer, 1971), The Nightcomers (Michael Winner, 1971), The Long Goodbye (Robert Altman, 1973), Cops and Robbers (Aram Avakian, 1973), 11 Harrowhouse (Avakian, 1974), Rancho DeLuxe (Frank Perry, 1975), Farewell, My Lovely (Dick Richards, 1975), Russian Roulette (Lou Lombardo, 1975), 92 in the Shade (Thomas McGuane, 1975), Breakheart Pass (Tom Gries, 1975), The Missouri Breaks (Arthur Penn, 1976), Swashbuckler/The Red Buccaneer (James Goldstone, 1976), A Little Night Music (Harold Prince, 1977), Equus (Sidney Lumet, 1977), The Big Sleep (Winner, 1978), ffolkes/North Sea Hijack (Andrew V. McLaglen, 1979), Man, Woman and Child (Richards, 1983) , Garbo Talks (Lumet, 1984), Nomads (John McTiernan, 1986), Angel Heart (Alan Parker, 1987), The Blob (Chuck Russell, 1988), Homeboy (Michael Seresin, 1988) en Sweet November (Pat O'Connor, 2001).


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen