29 februari 2012

Davy Jones

66, Indiantown FA, 29 februari, hartaanval

 

Engels acteur en popzanger. In Manchester geboren kinderacteur in tv-series als Coronation Street en Z-Cars volgde wegens zijn geringe lengte een opleiding tot jockey, voordat hij gecast werd als The Artful Dodger in de Broadwayversie van de musical Oliver! In die hoedanigheid zat hij in dezelfde klassieke aflevering van The Ed Sullivan Show (1964) als the Beatles, mede de inspiratie voor the Monkees. Die ook slechts een letter van een dierennaam verschillende rockgroep was een creatie van producenten Bert Schneider en Bob Rafelson, die het succes van A Hard Day’s Night (Richard Lester, 1964) in een Amerikaanse televisieserie wilden evenaren.  De relatief weinig muzikale Jones werd de tamboerijn spelende zanger van de groep en had het meeste succes bij de meisjes. De serie The Monkees, die ook in Nederland een groot succes was, hield het twee seizoenen uit (1966-68) en de groep had vele grote hits, zoals Last Train to Clarksville, Daydream Believer en het niet door Jones gezongen I’m a Believer. De eerste kunstmatig samengestelde rockgroep uit de geschiedenis was ook de kern van de satirische film Head (Rafelsons regiedebuut, 1968).

Sindsdien trad Jones vooral op in reünieconcerten, als stemacteur en als gast in televisieseries. Naar verluidt was hij de aanleiding voor de beginnende rockzanger David Jones om zijn achternaam in 1969 te veranderen in Bowie.

26 februari 2012

Yvonne Verbeeck

98, Antwerpen, 26 februari, in haar slaap

 

Belgisch zangeres en bijrolactrice. Oorspronkelijk sopraan. Trad tot op zeer hoge leeftijd veel op in komische televisieprogramma’s, bijvoorbeeld van het duo Gaston en Leo. Was te zien in films als Wit is troef (Jan Vanderheyden, 1940), De witte (Robbe De Hert, 1980), Zware jongens (De Hert, 1984), Paniekzaaiers (Patrick Lebon, 1986), Hector (Stijn Coninx, 1987), Boerenpsalm (Roland Verhavert, 1989), Koko Flanel (Coninx, 1990), de korte film Trammelant (Hans Reynaerts, 2000) en De verlossing (Hugo Claus, 2001).

Hazy Osterwald

90, Luzern, 26 februari, ziekte van Parkinson

 

Zwitsers pianist, trompettist, orkestleider, komiek en componist, pseudoniem van Rolf Erich Osterwalder. Zoon van de Zwitserse voetbalinternational Adolf Osterwalder, die zichzelf ook al Hazy noemde. Het Hazy Osterwald Sextett was in de jaren vijftig en zestig een begrip in de Duitstalige wereld, onder meer door de televisieshows (vaak van regisseur Michael Pfleghar), met sterren als Caterina Valente, Vico Torriani en de tweeling Alice en Ellen Kessler. Hij was zelfs de hoofdpersoon van de biografische speelfilm Musik ist Trumpf/Die Hazy Osterwald Story (Franz Josef Gottlieb, 1961). Ook trad hij op in Schlagerfilms als Die große Starparade (Paul Martin, 1954), Liebe, Tanz und 1000 Schlager (Martin, 1955), Küß mich noch einmal (Helmut Weiss, 1956), Siebenmal in der Woche (Harald Philipp, 1957) en Heute gehn wir bummeln (Erik Ode, 1961).

25 februari 2012

Erland Josephson

88, Stockholm, 25 februari, ziekte van Parkinson

 

Zweeds acteur, regisseur en scenarioschrijver. Een van Ingmar Bergmans oudste vrienden en collega’s in het theater, die hem opvolgde als artistiek leider van het koninklijke Dramaten-theater in Stockholm (1966-75). Was ook vanaf het begin in kleine rollen in Bergmans films te zien, maar nam pas echt de plaats in van Bergmans alter ego in de televisieserie en speelfilm Scènes uit een huwelijk/Scenes from a Marriage/Scener ur ett äktenskap (1973). De ontrafeling van het huwelijk (met Bergmans ex-vrouw Liv Ullmann) van een alle emoties ontkennende intellectueel maakte van Josephson een bedachtzame wereldster, later ook in andere Europese auteursfilms. Hij debuteerde onder regie van Bergman in It Rains on Our Love/Det regner på vår kärlek (1946). Kleine rollen in Bergmans To Joy/Till glädje (1950), Op de drempel van het leven/Nära livet (1958), Het gezicht/Ansiktet (1958), Het uur van de wolf/Vargtimmen (1968), The Passion of Anna/En passion (1969) en Cries and Whispers/Schreeuw zonder antwoord/Viskningar och rop (1972).  Daarna sleutelrollen in Bergmans Face to Face/Ansikte mot ansikte (1976), de flashbacks in Herfstsonate/Autumn Sonata/Herfstsonate (1978), als de joodse magiër in Fanny en Alexander/Fanny och Alexander (1982)

en weer als alter ego in de televisiefilms Na de repetitie/After the Rehearsal/Na de repetitie (1984) en Saraband (2003). Maakte zijn internationale debuut als Friedrich Nietzsche in Al di là del bene e del male/Beyond Good and Evil (Liliana Cavani, 1977)

en zou veel eer inleggen met de twee laatste films van Andrei Tarkovski, Nostalghia (1983) en Het offer/The Sacrifice/Offret (1986). Tot zijn talrijke overige films behoren The Girls/Flickorna (Mai Zetterling, 1968), Monismanien 1995 (Kenne Fant, 1975), Games of Love and Loneliness/Den allvarsamma leken (Anja Breien, 1977), Io ho paura (Damiano Damiani, 1977),  Dimenticare Venezia (Franco Brusati,1979), Montenegro (Dušan Makavejev, 1981), La casa del tappeto giallo (Carlo Lizzani, 1983), Amorosa (Zetterling, 1986), Saving Grace (Robert M. Young, 1986), tegenover Ben Gazzara in Il giorno prima (Giuliano Montaldo, 1987), zijn enige Hollywoodproductie The Unbearable Lightness of Being (Philip Kaufman, 1988), Hanussen (István Szabó, 1988), Good Evening, Mr. Wallenberg/God afton Herr Wallenberg – En passionshistoria från verkligheten (Kjell Grede, 1990), de Nederlandse coproductie Prospero’s Books (Peter Greenaway, 1991), Meeting Venus (Szabó, 1991), The Ox/Oxen (Sven Nykvist, 1991), Sofie (Ullmann, 1992), Ulysses’ Gaze/To vlemma tou Odyssea (Theo Angelopoulos, 1995), Kristin Lavransdatter (Ullmann, 1995), het door Bergman geschreven Faithless/Trolösa (als ‘Bergman’: Ullmann, 2000), de korte film Nu (Simon Staho, 2003) en Wellkåm to Verona (Suzanne Osten, 2006). Josephson regisseerde, produceerde en schreef twee speelfilms, waarin hij zelf een hoofdrol speelde: One and One/En och en (coregie met Nykvist en tegenspeelster Ingrid Thulin, 1978) en Marmalade Revolution/Marmeladupproret (1980). Schreef voorts Artiesteningang/Sceningång (Bengt Ekerot, 1956), onder het pseudoniem Buntel Eriksson De tuin der lusten/Lustgården (samen met Bergman; Alf Kjellin, 1961) en All These Women/Wat de vrouwen betreft/För att inte tala om alla dessa kvinnor (samen met de regisseur; Bergman, 1964).

Martha Stewart

89, Northeast Harbor ME, 25 februari, natuurlijke dood

Amerikaans actrice, pseudoniem van Martha Haworth. Aanvankelijk zangeres, werd door Fox gescout in de Stork Club. Speelde weinig opvallende rollen van de tweede garnituur, waarvan de bekendste was die tegenover Humphrey Bogart in In a Lonely Place/Vreemde ontmoeting (Nicholas Ray, 1950). Debuut tegenover Perry Como en Carmen Miranda in Doll Face (Lewis Seiler, 1945). Ook in Johnny Comes Flying Home (Benjamin Stoloff, 1946), I Wonder Who’s Kissing Her Now (Lloyd Bacon, 1947), Daisy Kenyon (Otto Preminger, 1947), Are You With It? (Jack Hively, 1948), Convicted (Henry Levin, 1950), Aaron Slick from Punkin Crick/Marshmallow Moon (Claude Binyon, 1952) en Surf Party (Maury Dexter, 1964). Gescheiden van de acteurs Joe E. Lewis en George O’Hanlon. Niet te verwarren met de gelijknamige televisiepersoonlijkheid.

23 februari 2012

Bruce Surtees

74, Carmel CA, 23 februari, natuurlijke dood

 

Amerikaans cameraman, zoon van cameraman en drievoudig Oscarwinnaar Robert Surtees (1906-1985). Bruce werd slechts een keer voor een Oscar genomineerd, voor de opmerkelijke zwart-witfotografie van Lenny (Bob Fosse, 1974), waarin Dustin Hoffman de komiek Lenny Bruce speelde. Begon als operator van zijn vader, bij Lost Command (Mark Robson, 1966). Verwierf zich de bijnaam ‘Prince of Darkness’ door specialisatie in scènes met spaarzaam licht, zoals die met kaarsen in zijn debuut als DoP, The Beguiled (Don Siegel, 1971),

een van de vele films met en van Clint Eastwood:  diens regiedebuut Play Misty for Me (Eastwood, 1971), Dirty Harry (Siegel, 1971), Joe Kidd (John Sturges, 1972), High Plains Drifter (Eastwood, 1973), The Outlaw Josey Wales (Eastwood, 1976), Escape from Alcatraz (Siegel, 1979), Firefox (Eastwood, 1982), Honkytonk Man (Eastwood, 1982), Sudden Impact (Eastwood, 1983), Tightrope (Richard Tuggle, 1984) en Pale Rider (Eastwood, 1985). Tot Surtees’ overige films behoren The Great Northfield, Minnesota Raid (Philip Kaufman, 1972), Conquest of the Planet of the Apes (J. Lee Thompson, 1972), Blume in Love (Paul Mazursky, 1973), The Outfit (John Flynn, 1973), Night Moves (Arthur Penn, 1975), de originele versie van Sparkle (Sam O’Steen, 1976), The Shootist (Siegel, 1976), Big Wednesday/California Surf (John Milius, 1978),

Movie Movie (Stanley Donen, 1978), Inchon (Terence Young, 1981), White Dog (Samuel Fuller, 1982), Bad Boys (Rick Rosenthal, 1983), Risky Business (Paul Brickman, 1983), Beverly Hills Cop (Martin Brest, 1984), Psycho III (Anthony Perkins, 1986), Ratboy (van en met de toenmalige mevrouw Eastwood, Sondra Locke, 1986), License to Drive (Greg Beeman, 1988), Men Don’t Leave (Brickman, 1990), The Crush (Alan Shapiro, 1993) en Corrina, Corrina (Jessie Nelson, 1994).

18 februari 2012

Ric Waite

78, Denver, 18 februari, natuurlijke dood

 

Amerikaans cameraman. Oorspronkelijk mode- en reclamefotograaf in New York, vanaf 1970 in Hollywood. Werkte veel voor televisie, Emmy voor de serie Captains and the Kings (1976). DoP van films als The Day of the Wolves (Ferde Grofé Jr., 1971), The Other Side of the Mountain Part 2 (Larry Peerce, 1978), Defiance (John Flynn, 1980), The Long Riders (Walter Hill, 1980), The Border (Tony Richardson, 1982), 48 Hrs. (Hill, 1982), Class (Lewis John Carlino, 1983), Footloose (Herbert Ross, 1984), Red Dawn (John Milius, 1984), Brewster’s Millions (Hill, 1985), Volunteers (Nicholas Meyer, 1985), Cobra (George P. Cosmatos, 1986). Adventures in Babysitting (Chris Columbus, 1987), The Great Outdoors (Howard Deutch, 1988), Marked for Death (Dwight H. Little, 1990), Out for Justice (Flynn, 1991), Rapid Fire (Little, 1992), On Deadly Ground (Steven Seagal, 1994) en Truth or Consequences, N.M. (Kiefer Sutherland, 1997). Vanaf 2002 cameradocent aan de Colorado Film School.