90, Panevezys, 4
september, hartproblemen
Litouws acteur. Ster van de Sovjet-cinema, zowel in
producties van Mosfilm als van de Litouwse Filmstudio/Lietuvos Kinostudija in
Vilnius. Werd internationaal bekend als de kosmonaut en psycholoog Kris Kelvin
in de metafysische sciencefictionfilm Solaris
(Andrei Tarkovski, 1972). In 2004 vertelde de Russische leider Vladimir
Poetin dat hij ooit had besloten om spion te worden na het zien van Banionis’
rol in Lenfilms Mjortvyj sezon/Dead
Season (Savva Koelisj, 1968).
Zoon van een revolutionaire kleermaker uit
Kaunas debuteerde in 1941 (tijdens de Duitse bezetting) in het Litouwse
theater. Hij probeerde in 1945 vergeefs naar West-Europa te vluchten. Hij
keerde terug naar het theater en speelde zijn eerste kleine filmrol in Moskou,
in
Marite (Vera Strojeva, 1947). Zijn
eerste Litouwse filmrol
vertolkte Banionis
in
Adomas nori buti zmogumi/Adam chotsjet
byt tsjelovjekom/Adam Wants to Be a Man (Vytautas Zalakevicius, 1959), de
doorbraak volgde in
Niekas nenorejo mirti/Nikto
nje chotel oemirat/Nobody Wanted to Die (Zalakevicius, 1966), als een Litouwse
partizaan die tegen de Sovjets vecht, maar zich bedenkt.
Speelde voorts onder
meer in
Vienos dienos kronika/Chronika
odnogo dnja/Kroniek van een jaar (Zalakevicius, 1966), als priester in de
komedie
Beregis avtomobilja/Beware of the
Car! (Eldar Rjazanov, 1967), als de volwassene in de Litouwse versie van De
Saint-Exupéry’s
Mazasis princas/Malenki
prints/De kleine prins (top-billed; Arunas Zebriunas, 1968), de
Italiaans-Russische coproductie
Krasnaja
palatka/La tenda rossa/The Red Tent (Michail Kalatozov, 1969), als Albany
in de Shakespeareverfilming
Korol
Lir/King Lear (Grigori Kozintsev en Josif Sjapiro, 1971), top-billed in de
Oost-Duitse biografische films
Goya –
oder der arge Weg der Erkenntnis (Konrad Wolf, 1971) en
Beethoven – Tage aus einem Leben (Horst
Seemann, 1976), in het 70mm-onderzeebootspektakel van Mosfilm
Komandir sjastlivoj ‘Sjtsjoeki’/The Captain
of the Lucky Pike (Boris Voltsjek, 1973), top-billed in de titelrol van de
sciencefictionfilm
Begstvo mistera
Mak-Kinli/Escape of Mr. McKinley (Michail Sjveitzer, 1975),
de DDR-hit
Mama, ich lebe (Wolf, 1977), de eerste
wodkawestern, een coproductie van Gorki Filmstudio met Tsjecho-Slowakije en
Roemenië,
Vooroezjen i otsjen
opassen/Armed and Very Dangerous (top-billed; Vladimir Vajnsjtok, 1977), top-billed
als de president in de internationale coproductie
Kentavry/The Centaurs (Zalakevicus en Sándor Kö
õ,
1979),
Andrius (Algirdas Araminas, 1980),
Faktas (competitie Cannes; Alimantas
Grikiavicius, 1982), als duikbootaalmoezenier in
Krik delfina/Cry of a Dolphin (Aleksei Saltykov, 1986), het
Armeense
Trinadsatyj apostol/The
Thirteenth Apostle (Soeren Babajan, 1988), top-billed in
Pjoesjtsje krovi/The Vampire (Lenfilm; Jevgeni
Tatarski, 1991), top-billed als de oude man in
Kiemas/The Courtyard (Valdas Navasaitis, 1999), top-billed in de
korte film
Kaunasski bljoez/Kaunas Blues (Pavel
Sanajev, 2004) en cameo’s in
Leningrad (Aleksandr
Boeravski, 2009) en
Fireheart: The Legend
of Tadas Blinda/Tadas Blinda. Pradzia (Donatas Ulvydas, 2011). Ook zeer
actief in het theater, vooral in zijn woonplaats Panevezys, waarvan hij in 1999
ereburger werd.