27 juli 2012

R. G. Armstrong

95, Studio City CA, 27 juli, natuurlijke dood

 

Amerikaans acteur, voluit Robert Golden Armstrong (roepnaam: Bob). Geboren in Alabama, opgegroeid in North Carolina, student van de Actors Studio in New York. Viel het eerst op in de rol van Big Daddy in de originele Broadway-opvoering van Tennessee Williams’  Cat on a Hot Tin Roof (1955). Filmdebuut in Garden of Eden (Max Nosseck, 1954). Daarna talloze, vooral kleinere rollen, regelmatig als sheriff , officier of grootgrondbezitter. Onder meer in From Hell to Texas (Henry Hathaway, 1958), No Name on the Bullet (Jack Arnold, 1959), The Fugitive Kind (Sidney Lumet, 1959), Ride the High Country (Sam Peckinpah, 1962), He Rides Tall (R. G. Springsteen, 1964), Major Dundee (Peckinpah, 1965), El Dorado (Howard Hawks, 1966), 80 Steps to Jonah (Gerd Oswald, 1969), The Ballad of Cable Hogue (Peckinpah, 1970), The Great White Hope (Martin Ritt, 1970), J. W. Coop (Cliff Robertson, 1971), The Great Northfield Minnesota Raid (Philip Kaufman, 1972), Pat Garrett & Billy the Kid (Peckinpah, 1973), White Lightning (Joseph Sargent, 1973), Il mio nome è Nessuno/My Name Is Nobody (Tonino Valerii, 1973), Boss Nigger (Arnold, 1975), Race with the Devil (Jack Starrett, 1975), White Line Fever (Jonathan Kaplan, 1975), Stay Hungry (Bob Rafelson, 1976),

Mr. Billion (Kaplan, 1977), The Car (Elliot Silverstein, 1977), The Pack (Robert Clouse, 1977), Heaven Can Wait (Warren Beatty en Buck Henry, 1978), Good Luck, Miss Wyckoff (Marvin J. Chomsky, 1979), Fast Charlie…The Moonbeam Rider (Steve Carver, 1979), Steel (Carver, 1979), Where the Buffalo Roam (Art Linson, 1980), Evilspeak (Eric Weston, 1981), Raggedy Man (Jack Fisk, 1981), The Pursuit of D. B. Cooper (Roger Spottiswoode, 1981), Reds (Beatty, 1981), The Beast Within (Philippe Mora, 1981), Hammett (Wim Wenders, 1982), Lone Wolf McQuade (Carver, 1983), Children of the Corn(Fritz Kiersch, 1984), The Best of Times (Spottiswoode, 1986), Predator (John McTiernan, 1987), Bulletproof (Carver, 1988), Ghetto Blaster (top-billed; Alan Stewart, 1989), Dick Tracy (Beatty, 1990), Warlock: The Armageddon (Anthony Hickox, 1993), Purgatory (Uli Edel, 1999) en The Waking (top-billed; Tim Card, 2001).

Tony Martin

98, Los Angeles, 27 juli, natuurlijke dood

 

Amerikaans zanger en filmacteur, pseudoniem van Alvin Morris, soms optredend als Anthony Martin. Vroege popzanger, die zijn eerste hit scoorde in 1938 en in vele films optrad. Twee van de door hem in een film gezongen liedjes kregen een Oscarnominatie: It’s a Blue World (Chet Forrest/Bob Wright) uit Music in My Heart (Joseph Santley, 1940) en For Every Man There’s a Woman (Harold Arlen/Leo Robin) uit Casbah (John Berry, 1948).

Officieus debuut als matroos in de Astaire-Rogers-musical Follow the Fleet/Leve de Jantjes (Mark Sandrich, 1936), eerste sprekende rol in Back to Nature (James Tinling, 1936). Voorts onder meer onder contract bij 20th Century-Fox in Sing, Baby, Sing (Sidney Lanfield, 1936), Pigskin Parade (David Butler, 1936), Banjo on My Knee (John Cromwell, 1936), Sing and Be Happy (top-billed; Tinling, 1937), You Can’t Have Everything/Je kunt niet alles hebben (Norman Taurog, 1937), tegenover The Ritz Brothers in Life Begins in College (William A. Seiter, 1937) en Kentucky Moonshine (Butler, 1938), in Ali Baba Goes to Town/Ali Baba gaat op stap (Butler, 1937), Sally, Irene and Mary (Seiter, 1938), Thanks for Everything (Seiter, 1938) en Winner Take All (top-billed; Otto Brower, 1939). Daarna voor MGM in Ziegfeld Girl (Robert Z. Leonard en Busby Berkeley, 1941), The Big Store/Paniek in het warenhuis (met the Marx Brothers; Charles Reisner, 1941) en Till the Clouds Roll By (Richard Whorf, 1946). Tot Martins latere films behoren Two Tickets to Broadway (top-billed; James V. Kern, 1951), Here Come the Girls (Claude Binyon, 1953), het Esther Williams-vehikel Easy to Love (Charles Walters, 1953),

Deep in My Heart (Stanley Donen, 1954), Hit the Deck (Roy Rowland, 1955), Quincannon, Frontier Scout (top-billed; Lesley Selander, 1956), Let’s Be Happy (Henry Levin, 1957) en een cameo in Dear Mr.Wonderful (Peter Lilienthal, 1982). Gescheiden van zijn vaste tegenspeelster in de Fox-periode Alice Faye, weduwnaar van danseres en actrice Cyd Charisse.

23 juli 2012

Frank Pierson

87, Los Angeles, 23 juli, natuurlijke dood

 

Amerikaans scenarioschrijver, regisseur en producent. Won een Oscar voor het scenario van Dog Day Afternoon (Sidney Lumet, 1975), na eerder twee keer te zijn genomineerd voor scenariobewerkingen, voor de western Cat Ballou (Elliot Silverstein, 1965) en de hit met Paul Newman Cool Hand Luke (Stuart Rosenberg, 1967). Uit die laatste film stamt ook Piersons meest geciteerde dialoogzin, uitgesproken door gevangenisbewaker Strother Martin: ‘What we’ve got here…is a failure to communicate.’

Pierson werkte aanvankelijk in de reclame en als journalist, voor hij zijn eerste script verkocht.  Tot zijn geproduceerde scenario’s behoren The Happening (Silverstein, 1967), The Anderson Tapes (Lumet, 1971), In Country (Norman Jewison, 1989) en Presumed Innocent (Alan J. Pakula, 1990). Ook regisseerde hij zelf enkele van zijn scripts: een verfilming van John Le Carrés The Looking Glass War (1969), een tweede remake van A Star Is Born (met Barbra Streisand, over wier onvermogen tot enige samenwerking Pierson venijnige tijdschriftartikelen schreef; 1976) en King of the Gypsies (1978). Ook regisseerde Pierson enkele niet door hem geschreven scripts voor tv-films als Citizen Cohn (met James Woods als de aan aids stervende homohater Roy Cohn; 1992) en de biografie Truman (met Gary Sinise; 1995). Ook werkte hij als producent aan de serie Mad Men (2009-12). Was president van de Academy of Motion Pictures Arts and Sciences (2001-05).  

21 juli 2012

Susanne Lothar

51, Berlijn, 21 juli, doodsoorzaak niet openbaar gemaakt

 

Duits actrice. Sinds haar rol van de geterroriseerde moeder in Funny Games (Michael Haneke, 1996) veel gevraagd, ook in niet-Duitstalige films.

Speelde vaak breekbare en gekwelde personages. Dochter van de acteurs Hanns Lothar en Ingrid Andrée maakte haar filmdebuut in Eisenhans (Tankred Dorst, 1983). Onder meer in Winckelmanns Reisen (Jan Schütte, 1990), Der Berg (top-billed; Markus Imhoof, 1992), Die zweite Heimat – Chronik einer Jugend (Edgar Reitz, 1993), Engelchen (top-billed; Helke Misselwitz,

1993), Das Schloß (Haneke, 1997), La pianiste (Haneke, 2001), Amen. (Costa-Gavras, 2002), Schneeland (Hans W. Geissendörfer, 2005), Unter dem Eis (Aelrun Goette, 2005), The Reader (Stephen Daldry, 2008), Das weiße Band – Eine deutsche Kindergeschichte (Haneke, 2009), Nemesis (Nicole Mosleh, 2010), als de moeder van RAF-kopstuk Gudrun Ensslin in Wer wenn nicht wir (Andres Veiel, 2011), Die verlorene Zeit/Remembrance (Anna Justice, 2011) en het nog uit te brengen Anna Karenina (Joe Wright, 2012) en Inner Amok (Peter Brunner, 2013). Vooraanstaand actrice in het theater, vooral onder regie van Luc Bondy en Peter Zadek, die haar in een ook tot televisiefilm verwerkte versie van Frank Wedekinds Lulu (1991) deed schitteren. Weduwe van de in 2007 aan kanker overleden acteur Ulrich Mühe.  

20 juli 2012

Simon Ward

70, Taunton (graafschap Somerset), 20 juli, polycythemie (ziekte van Vaquez-Osler)

 

Engels acteur. Meest opmerkelijk als de jeugdige Churchill in de biografische film Young Winston (Richard Attenborough, 1972). Speelde toneel vanaf zijn dertiende en debuteerde onvermeld als een van de talloze schooljongens in If…. (Lindsay Anderson, 1968). Officieel filmdebuut in I Start Counting (David Greene, 1969), gevolgd door Frankenstein Must Be Destroyed (Terence Fisher, 1969), Quest for Love (Ralph Thomas, 1971), Hitler: The Last Ten Days (Ennio de Concini, 1973), The Three Musketeers (Richard Lester, 1973), Dracula (Dan Curtis, 1974), The Four Musketeers (Lester, 1974), Aces High (Jack Gold, 1976), Deadly Strangers (Sidney Hayers, 1976), Die Standarte (Ottokar Runze, 1977), Holocaust 2000 (Alberto de Martino, 1977), The Four Feathers (Don Sharp, 1978), Dominique (Michael Anderson, 1979), Zulu Dawn (Douglas Hickox, 1979), The Monster Club (Roy Ward Baker, 1981), Supergirl (Jeannot Szwarc, 1984) en Wuthering Heights (Peter Kosminsky, 1992). Op televisie onder meer als de dierenarts James Herriot in de telefilm All Creatures Great and Small (Claude Whatham, 1975) en als bisschop in de serie The Tudors (2009-10). Vader van actrice Sophie Ward.

16 juli 2012

William Asher

90, Palm Desert CA, 16 juli, complicaties bij ziekte van Alzheimer

 

Amerikaans regisseur en scenarist. Switchte veelvuldig tussen televisie en grote scherm. Grootste faam verwierf Asher als bedenker en producent van de serie Bewitched (1964-72), ontwikkeld voor zijn tweede vrouw, actrice Elizabeth Montgomery. Cultliefhebbers herinneren zich eerder zijn strandfeestfilms voor American International Pictures (AIP), met Frankie Avalon en Annette Funicello: Beach Party (1963), Muscle Beach Party (1964), Bikini Beach (1964), Beach Blanket Bingo (1965) en How to Stuff a Wild Bikini (1965). Debuteerde in de bioscoop als co-regisseur met Richard Quine van de bescheiden boksfilm voor Columbia Leather Gloves (1948). Maakte voorts Mobs, Inc. (1956), The Shadow on the Window (1957), The 27th Day (1957), Johnny Cool (1963), Fireball 500 (1966), Night Warning (1982) en Movers & Shakers (1985). Voor tv onder veel meer I Love Lucy (1952-57),  The Patti Duke Show (1963-64), Gidget (1965-66), Alice (1977-79), The Bad News Bears (1979-80) en Private Benjamin (1981-82).

15 juli 2012

Celeste Holm

95, New York, 15 augustus, hartaanval

 

Amerikaans actrice. Won een Oscar voor beste vrouwelijke bijrol in Gentleman’s Agreement (Elia Kazan, 1947)  en werd daarna genomineerd in dezelfde categorie voor Come to the Stable (als wereldse non; Henry Koster, 1949) en All about Eve (Joseph L. Mankiewicz, 1950), waarin haar opmerkelijkste uitspraak luidde: ‘Where were we going that night, Lloyd and I? Funny, the things you remember and the things you don’t’ . Diende een claim in bij Pedro Almodóvar voor verwijzing naar haar personage uit All about Eve in diens Todo sobre mi madre (1999). New-Yorkse van Noorse afkomst, deels opgeleid in Nederland en Frankrijk, ontwikkelde haar sophisticated persona vooral in het theater, waar ze triomfen vierde in de oerversie op Broadway van de musical Oklahoma! (1944). Onder filmcontract bij Fox debuteerde ze in Three Little Girls in Blue (H. Bruce Humberstone, 1946). Ook in films als Carnival in Costa Rica (Gregory Ratoff, 1947), Road House (Jean Negulesco, 1948), The Snake Pit (Anatole Litvak, 1948), Champagne for Caesar (Richard Whorf, 1950), The Tender Trap (Charles Walters, 1955), High Society (Walters, 1956), Bachelor Flat (Frank Tashlin, 1962), Doctor, You’ve Got to Be Kidding! (met Sandra Dee; Peter Tewksbury, 1967), Tom Sawyer (Don Taylor, 1973), Bittersweet Love (David Miller, 1976), The Private Files of J. Edgar Hoover (Larry Cohen, 1977), 3 Men and a Baby (Leonard Nimoy, 1987) en Still Breathing (James F. Robinson, 1997). Zeer actief als televisieactrice. Onder meer getrouwd geweest met regisseur Ralph Nelson en acteur Wesley Addy. Moeder van internetpionier Ted Nelson, die begin jaren 60 het woord ‘hypertext’ introduceerde.