13 juli 2012

Richard D. Zanuck

77, Beverly Hills, 13 juli, hartaanval

 

Amerikaans producent. Zoon van de legendarische oprichter van 20th Century-Fox Darryl F. Zanuck (1902-1979) en actrice Virginia Fox (1902-1982) stond aan de wieg van de eerste moderne blockbuster, de megahit Jaws (Steven Spielberg, 1975), nadat Zanuck samen met David Brown ook als Spielbergs bioscoopdebuut The Sugarland Express (1973) mogelijk had gemaakt.

De jonge Zanuck was begonnen als assistent van zijn toen onafhankelijk opererende vader. Zo tekende hij voor de productie van Compulsion (Richard Fleischer, 1959), Sanctuary (Tony Richardson, 1961) en The Chapman Report (George Cukor, 1962). Toen Darryl Francis Zanuck in 1962 het kwijnende Fox weer in handen kreeg, benoemde hij Richard Darryl Zanuck tot productiechef, op zijn 28ste vermoedelijk de jongste baas van een Hollywoodstudio aller tijden. Zanuck jr. zette Fox na de flop van Cleopatra (Joseph L. Mankiewicz, 1963) weer op de kaart met hits als The Sound of Music (Robert Wise, 1965) en Patton (Franklin J. Schaffner, 1970), maar werd na een ruzie in 1970 ook weer ontslagen door zijn vader. Richtte vervolgens met David Brown The Zanuck-Brown Company op en produceerde daar onder meer  Sssssss (Bernard L. Kowalski, 1973), The Sting (uncredited; George Roy Hill, 1973), The Black Windmill/Drabble (Don Siegel, 1974), The Eiger Sanction (Clint Eastwood, 1975), MacArthur (Joseph Sargent, 1977), Jaws 2 (Jeannot Szwarc, 1978), The Island (Michael Ritchie, 1980), Neighbors (John G. Avildsen, 1981), The Verdict (na Jaws weer een Oscarnominatie voor beste film; Sidney Lumet, 1982),

Cocoon (Ron Howard, 1985), Target (Arthur Penn, 1985) en Cocoon: The Return (Daniel Petrie, 1988). Brak in 1988 met Brown en stichtte met zijn vrouw Lili Fini Zanuck een nieuwe maatschappij op, The Zanuck Company. Hun eerste productie Driving Miss Daisy (Bruce Beresford, 1988) leverde Zanuck zijn enige Oscar op, naast de Irving Thalberg Memorial Award (1991), die zijn vader drie keer won. Sindsdien produceerde Zanuck jr. onder meer Rush (Fini Zanuck, 1991), Rich in Love (Beresford, 1992), Wild Bill (Walter Hill, 1995), Mulholland Falls (Lee Tamahori, 1996), Chain Reaction (Andrew Davis, 1996), Deep Impact (Mimi Leder, 1998), True Crime (Eastwood, 1999), Rules of Engagement (William Friedkin, 2000), Planet of the Apes (Tim Burton, 2001), Reign of Fire (Rob Bowman, 2002), Road to Perdition (Sam Mendes, 2002), Big Fish (Burton, 2003), Charlie and the Chocolate Factory (Burton, 2005), Sweeney Todd: The Demon Barber of Fleet Street (Burton, 2007), Yes Man (Peyton Reed, 2008), Alice in Wonderland (Burton, 2010) en Dark Shadows (Burton, 2012).  Gescheiden van de actrices Lili Gentle en Linda Harrison.

11 juli 2012

Rutger Kopland

77, Glimmen, 11 juli, doodsoorzaak onbekend

 

Nederlands dichter, pseudoniem van psychiater Rudi van den Hoofdakker. Winnaar van de P.C. Hooftprijs voor poëzie (1988). Prominent aanwezig in de bekroonde eindexamenfilm Twee (Gert de Graaff, 1986) en in de documentaire over volkstuinen Lapje grond (Ben van Lieshout, 2003). Las twee van zijn gedichten voor op de geluidsband van de documentaire Ik wil het niet zien maar het moet (Jan Wouter van Reijen, 2004) over de schilderijen van Co Westerik. Een van de sprekers in de documentaire tv-serie Van de schoonheid en de troost (Wim Kayzer, 2000) en onderwerp van de documentaire Rutger Kopland: de taal van het verlangen (Piet Hein van der Hoek, 2006).

08 juli 2012

Ernest Borgnine

95, Los Angeles, 8 juli, nierfalen

 

Amerikaans acteur, pseudoniem van Ermes Effron Borgnino. Winnaar van een Oscar voor beste acteur voor de vertolking van de schuchtere Italiaanse slager die een vrouw zoekt in Marty (Delbert Mann, 1955), ook de eerste winnaar van een Gouden Palm in Cannes. Geboren in Connecticut als zoon van Italiaanse immigranten bracht Borgnine een deel van zijn jeugd (1919-24) in Milaan door. Bokser en marineman koos in 1945 voor het acteren en debuteerde in 1949 op Broadway. Zijn eerste filmrol was die van een Chinees in China Corsair (Ray Nazarro, 1951), direct gevolgd door The Whistle at Eaton Falls (Robert Siodmak, 1951). Hij werd aanvankelijk vaak gecast als slechterik, zoals in The Mob (Robert Parrish, 1951), The Stranger Wore a Gun (André De Toth, 1953) of de sadistische sergeant in From Here to Eternity (Fred Zinnemann, 1953). Onder veel meer te zien in Johnny Guitar (Nicholas Ray, 1954), Demetrius and the Gladiators (Delmer Daves, 1954), The Bounty Hunter (De Toth, 1954), Vera Cruz (Robert Aldrich, 1954), Bad Day at Black Rock (John Sturges, 1955), Run for Cover (Ray, 1955), als Amish in Violent Saturday (Richard Fleischer, 1955), Jubal (Daves, 1956),

tegenover Bette Davis in The Catered Affair (Richard Brooks, 1956),  de musical The Best Things in Life Are Free (Michael Curtiz, 1956),  The Vikings (Fleischer, 1958), The Badlanders (Daves, 1958), Torpedo Run (Joseph Pevney, 1958), The Rabbit Trap (top-billed; Philip Leacock, 1959), Summer of the Seventeenth Doll/Season of Passion (top-billed; Leslie Norman, 1960), als Russische spion in Man on a String (top-billed; De Toth, 1960),  Pay or Die (top-billed; Richard Wilson, 1960), als zakkenroller in Il giudizio universale (Vittorio de Sica, 1961), tegenover Vittorio Gassman in I briganti Italiani (Mario Camerini, 1961), Barabba/Barabbas (Fleischer, 1961), McHale’s Navy (top-billed; Edward Montagne, 1964) en de gelijknamige televisieserie,

The Flight of the Phoenix (Aldrich, 1965), The Oscar (Russell Rouse, 1966), Chuka (Gordon Douglas, 1967). The Dirty Dozen (Aldrich, 1967), The Legend of Lylah Clare (Aldrich, 1968), Ice Station Zebra (Sturges, 1968), The Wild Bunch (Sam Peckinpah, 1969), The Adventurers (Lewis Gilbert, 1969), Suppose They Gave a War and Nobody Came? (Hy Averback, 1970), Willard (Daniel Mann, 1971), Bunny O’Hare (weer tegenover Davis; Gerd Oswald, 1971), Hannie Caulder (Burt Kennedy, 1971), The Revengers (Daniel Mann, 1972), The Poseidon Adventure (Ronald Neame, 1972), Emperor of the North Pole (Aldrich, 1973), The Neptune Factor (Daniel Petrie, 1973), Law and Disorder (Ivan Passer, 1974), Sunday in the Country (top-billed; John Trent, 1974), The Devil’s Rain (top-billed; Robert Fuest, 1975), Hustle (Aldrich, 1975), Shoot (Harvey Hart, 1976), als centurio in Jesus of Nazareth (Franco Zeffirelli, 1977), Fire! (top-billed; Earl Bellamy, 1977), tegenover Muhammad Ali in The Greatest (Tom Gries, 1977), Crossed Swords/The Prince and the Pauper (Fleischer, 1977), als redneck sheriff in Convoy (Peckinpah, 1978),

The Black Hole (Gary Nelson, 1979), When Time Ran Out… (James Goldstone, 1980), tegenover Terence Hill in Poliziotto Superpiù/Supersnooper (Sergio Corbucci, 1980), Escape from New York (John Carpenter, 1981), Deadly Blessing (Wes Craven, 1981), Geheimcode: Wildgänse/Code Name: Wild Geese (Antonio Margheriti, 1984), Skeleton Coast (top-billed; John Bud Cardos, 1988), tegenover Brandon Lee in Laser Mission (BJ Davis, 1989), Gattaca (Andrew Niccol, 1997), de titelrol van de monoloog Hoover (Rick Pamplin, 2001), de episode USA in 11’09”01 – September 11 (Sean Penn, 2002), Blueberry (Jan Kounen, 2004), Strange Wilderness (Fred Wolf, 2008) en Red (Robert Schwentke, 2011). Ook in talloze tv-films en –series, waaronder The Love Boat (1982) en Airwolf (1984-86). Onder meer getrouwd geweest met de actrices Katy Jurado en Ethel Merman.

05 juli 2012

Ruud van Hemert

73, Wapserveen, 5 juli, keelkanker

 

Nederlands regisseur, scenarioschrijver en producent. Zoon  van televisieregisseur Willy van Hemert (tevens maker van de eerste Nederlandse speelfilm in kleur, Jenny uit 1958) is zijn leven lang blijven rebelleren tegen burgerlijke waarden als goede smaak en een harmonieus leven. De bekendste en eerste bioscoopfilm van Van Hemert jr. was Schatjes! (1984), een grote hit (1,5 miljoen bezoekers) en nog steeds een monument voor de uitvergrote slag tussen de generaties, waarin kinderen gewapend in opstand komen tegen hun ouders (Peter Faber en Geert de Jong). Het vervolg Mama is boos! (1986) verloor al iets van de panache, maar de drie films die zouden volgen, alle ook geproduceerd door Van Hemert, waren stuk voor stuk mislukkingen bij publiek en pers: de pikante komedie over kostschoolmeisje Nada van Nie Honneponnetje (1988), de door schrijver van de originele roman Ronald Giphart gehate verfilming van Ik ook van jou (2001) en het studentikoze Feestje (2004). Beide laatste films hadden hoofdrolspelers Beau van Erven Dorens en Antonie Kamerling gemeen, die zoals veel andere acteurs in zijn films klaagden over de genadeloze regie van ‘Bruut’ van Hemert. Desondanks werd de frontale aanpak in zijn regie ook dusdanig gewaardeerd, dat hij tot twee keer toe een acteursopleiding opzette, in Portugal en Andalusië. Voordat hij zich in de filmwereld begaf was Van Hemert een televisiemaker bij de VPRO, die veel waardering oogstte voor de musical Bah, september (geschreven door Harrie Geelen; 1966) en als regisseur van de door Wim T. Schippers geconcipieerde Fred Haché Show (1971-72) en Barend is weer bezig! (1972-73). Ook maakte hij met Schippers de televisiefilms Waar heb dat nou voor nodig (1973) en Echo’s uit het Alpendal (1976) en regisseerde hij de door W. F. Hermans geschreven aflevering Periander (1975) in de serie tv-films naar Herodotus. Broer van muziekproducent Hans van Hemert en actrice Ellen van Hemert.

04 juli 2012

Eric Sykes

89, Esher (graafschap Surrey), 4 juli, na een korte ziekte

 

Engels komiek, acteur, schrijver en regisseur. Auditief gehandicapte begon weliswaar bij de radio, als auteur van scripts voor het vermaarde programma The Goon Show, maar maakte vooral naam als regisseur, schrijver en hoofdrolspeler van enkele overwegend woordloze korte films met een slapstickkarakter. De bekendste was The Plank (1967), die hij opnieuw maakte voor televisie in 1978.  Andere voorbeelden zijn It’s Your Move (1969, remake 1982) en Rhubarb (1969, remake 1980), naast de langere tv-films If You Go Down in the Woods Today (1981) en The Big Freeze (1993). Sykes was met tegenspeelster Hattie Jacques de spil van een lang lopende komische tv-serie, Sykes and a… (1960-65). Ook speelde hij vele, vaak kleinere rollen in bioscoopfilms, na een bescheiden debuut in de legerklucht Orders Are Orders (David Paltenghi, 1954). Sykes was voorts onder meer te zien in Very Important Person (Ken Annakin, 1961), Kill or Cure (George Pollock, 1962), Village of Daughters (top-billed; Pollock, 1962), tegenover Peter Sellers in Heavens Above! (John en Roy Boulting, 1963), The Bargee (Duncan Wood, 1964), One Way Pendulum (top-billed; Peter Yates, 1964), als de gekoeioneerde bediende van Terry-Thomas in de hit Those Magnificent Men in Their Flying Machines/Die knotsgekke kerels in hun vliegende kratten (Annakin, 1965) en het vervolg Monte Carlo or Bust/Those Daring Young Men in Their Jaunty Jalopies (Annakin, 1969), Rotten to the Core (J. Boulting, 1965),

  The Liquidator (Jack Cardiff, 1965), The Spy with a Cold Nose (Daniel Petrie, 1966), tegenover Sean Connery en Brigitte Bardot in Shalako (Edward Dmytryk, 1968), de Hammer-horrorfilm Theatre of Blood (Douglas Hickox, 1973), The Boys in Blue (Val Guest, 1983), Absolute Beginners (Julien Temple, 1986), Splitting Heirs (Robert Young, 1993), als bediende van Nicole Kidman in Los otros/The Others (Alejandro Amenábar, 2001), als Frank Bryce in Harry Potter and the Goblet of Fire (Mike Newell, 2005) en Son of Rambow (Garth Jennings, 2007). Benoemd als lid van de Order of the British Empire (OBE) in 1986, bevorderd tot Commander (CBE) in 2004.

03 juli 2012

Andy Griffith

86, Manteo NC, 3 juli, hartaanval

 

Amerikaans acteur. Geboren op dezelfde dag als Marilyn Monroe (1 juni 1926). Studeerde muziek en gaf daarin les op een middelbare school in North Carolina. Na de rol van een countryboy in het Amerikaanse leger te hebben gespeeld in het televisiedrama en de Broadwayproductie van No Time for Sergeants herhaalde hij het succes in de gelijknamige bioscoopfilm (Mervyn LeRoy, 1958). Zijn filmdebuut was echter een jaar eerder, als de anonieme jongen uit het volk die het tot populair televisiepresentator en populistisch politicus schopt in het door Budd Schulberg geschreven A Face in the Crowd (Elia Kazan, 1957). Daarna werd Griffith vooral televisieacteur, in langlopende series als The Andy Griffith Show (1960-68) en Matlock (1986-95). In de bioscoop speelde hij de titelrol van de komedie Onionhead (Norman Taurog, 1958), tegenover Debbie Reynolds in The Second Time Around (Vincent Sherman, 1961), een dominee in Angel in My Pocket (top-billed; Alan Rafkin, 1969), een westernveteraan tegenover Jeff Bridges in Hearts of the West (Howard Zieff, 1975), een homoseksuele veebaron in Rustlers’ Rhapsody (Hugh Wilson, 1985), een generaal tegenover Leslie Nielsen in Spy Hard (Rick Friedberg, 1996) en ten slotte in Daddy and Them (Billy Bob Thornton, 2001), Waitress (Adrienne Shelly, 2007) en als rokkenjagende opa in Play the Game (Marc Fienberg, 2009). Was ook actief als countryzanger. Nauw bevriend met de acteurs R. G. Armstrong en Don Knotts en regisseur Ron Howard, die als kinderacteur zijn zoon speelde in The Andy Griffith Show.

02 juli 2012

Ben van Os

68, Den Haag, 2 juli, multisysteematrofie (MSA)

 

Nederlands production designer en art director. Vormde tussen 1984 en 1992 een duo met Jan Roelfs, dat een grote internationale reputatie verwierf, vooral door hun werk voor regisseur Peter Greenaway. Ze kregen een Oscarnominatie voor Orlando (Sally Potter, 1992) en een Gouden Kalf (vakprijs voor hun hele oeuvre) in 1991. Nadat Roelfs naar Hollywood was vertrokken, kreeg Van Os een tweede Oscarnominatie voor The Girl with a Pearl Earring (Peter Webber, 2003). Zijn werk onderscheidde zich onder meer door een zeer gedetailleerde aandacht voor tot de verbeelding sprekende rekwisieten en iets dat je zou kunnen omschrijven als een warme gloed.

Opgeleid tot interieurarchitect aan de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten, debuteerde Van Os in film bij het vriendenproject Naughty Boys (Eric de Kuyper, 1984). Hij speelde ook een rol in de erop volgende film A Strange Love Affair (De Kuyper en Paul Verstraten, 1985). Daarna onder meer production designer of art director van Mathilde (Emile Poppe, 1985), Het bittere kruid (Kees van Oostrum, 1985), In de schaduw van de overwinning (Ate de Jong, 1986), A Zed and Two Noughts (Greenaway, 1986), Blonde Dolly (Gerrit van Elst, 1987), Havinck (Frans Weisz, 1987), Zjoek: De kunst van het vergeten (Erik van Zuylen, 1987),  Drowning by Numbers (Greenaway, 1988), Shadowman (Piotr Andrejew, 1988). Laura Ley (Jenne Sipman, 1989), The Cook, The Thief, His Wife and Her Lover (Greenaway, 1989), Leedvermaak (Weisz, 1989), Sailors Don’t Cry (Marc Didden, 1990), Vincent & Theo (Robert Altman, 1990), Alissa in Concert (Van Zuylen, 1990), de korte film Tadzio (Erwin Olaf, 1991), Eline Vere (Harry Kümel, 1991),

Prospero’s Books (Greenaway, 1991), The Baby of Mâcon (Greenaway, 1993), Hoffman’s honger (Leon de Winter, 1993), 1000 Rosen (Theu Boermans, 1994), Hoogste tijd (Weisz, 1995), AfFair Play (Roeland Kerbosch, 1995), All Men Are Mortal (De Jong, 1995), The Gambler (Károly Makk, 1997), Alegría (Franco Dragone, 1999), The Triumph of Love (Clare Peploe, 2001), Claim (Martin Lagestee, 2002), Fogbound (De Jong, 2002), Max (Menno Meyjes, 2002), It’s All about Love (Thomas Vinterberg, 2003) en The Libertine (Laurence Dunmore, 2004). Dit jaar gaat de al in 1994 opgenomen film met River Phoenix Dark Blood (George Sluizer, 2012) in verlate première, met production design door Van Os. Aan zijn werk werd in 2005 de expositie Gebouwde luchtkastelen in het Haags Gemeentemuseum gewijd.