04 november 2011

Theodora Van Runkle

83, Los Angeles, 4 november, longkanker

 

Amerikaans kostuumontwerpster, pseudoniem van Dorothy Schweppe. Drie Oscarnominaties, voor haar debuut Bonnie and Clyde (Arthur Penn, 1967), waarvan de kleding een mode-rage lanceerde, The Godfather Part II (Francis Ford Coppola, 1974) en Peggy Sue Got Married (Coppola, 1986). Begon als illustrator en sketch artist in de reclame. Kleedde onder meer Bette Midler, Dolly Parton, Liza Minnellli en Mae West. Belangrijkste films: I Love You, Alice B. Toklas! (Hy Averback, 1968), Bullitt (Peter Yates, 1969), The Arrangement (Elia Kazan, 1969), The Reivers (Mark Rydell, 1969),

Myra Breckinridge (Michael Sarne, 1970), Johnny Got His Gun (Dalton Trumbo, 1971), Kid Blue (James Frawley, 1973), Mame (Gene Saks, 1974), Nickelodeon (Peter Bogdanovich, 1976), New York, New York (Martin Scorsese, 1977), Same Time, Next Year (Robert Mulligan, 1978), The Jerk (Carl Reiner, 1979), S.O.B. (Blake Edwards, 1981), The Best Little Whorehouse in Texas (Colin Higgins, 1982),

Rhinestone (Bob Clark, 1984), Stella (John Erman, 1990), Kiss of Death (Barbet Schroeder, 1995) en Goodbye Lover (Roland Joffé, 1998).

Cynthia Myers

61, Los Angeles, 4 november, natuurlijke dood

 

Amerikaans fotomodel en actrice. Playboys Playmate of the Month in december 1968 speelde een opvallende hoofdrol als naïeve rockgitariste in de cultfilm Beyond the Valley of the Dolls (Russ Meyer, 1970). Kleinere rol als prostituee in de western Molly and Lawless John (Gary Nelson, 1972).

03 november 2011

Jean-Marc Henchoz

68, La Rochelle?, 3 november, gevolgen hartoperatie

 

Zwitsers producent en acteur. Boerenzoon uit het kanton Vaud speelde min of meer zichzelf als kaasmakende boer in de Franse klucht Les bronzés font du ski (Patrice Leconte, 1979). Hij zou daarna nog te zien zijn in films als No Man’s Land (Alain Tanner, 1985), Jenatsch (Daniel Schmid, 1987) en La petite allumeuse (Danièle Dubroux, 1987). In 1982 richtte hij in Neuchâtel een productiemaatschappij, die films (co)produceerde als Le lit (Marion Hänsel, 1982), La guerre d’un seul homme (Edgardo Cozarinsky, 1983), L’argent (Robert Bresson, 1983), Si le soleil ne revenait pas (Claude Goretta, 1987), Das Versprechen (Margarethe von Trotta, 1995), N’oublie pasque tu vas mourir (Xavier Beauvois, 1995), Microcosmos: Le peuple de l’herbe (Claude Nuridsany en Marie Pérennou, 1997), Himalaya – L’enfance d’un chef (Eric Valli, 1999) en Le peuple migrateur (Jacques Perrin, 2001).

François De Lamothe

83, Parijs, 3 november, natuurlijke dood

Frans decorontwerper, eigenlijk François graaf Bessot de Lamothe. Vier Césarnominaties voor de beste decors: One, Two, Two, 122 rue de Provence (Christian Gion, 1978), Les misérables (Robert Hossein, 1982), On ne meurt que 2 fois (Jacques Deray, 1985) en Le souper (Edouard Molinaro, 1992). Debuteerde met de flamboyante kostuumfilm Cartouche (Philippe de Broca, 1962). Voorts onder meer Le diable et les dix commandements (Julien Duvivier. 1962), La ronde (Roger Vadim, 1963), Le vampire de Düsseldorf (Hossein, 1964), Les tribulations d’un chinois en Chine (De Broca, 1965), Hotel Paradiso (Peter Glenville, 1965), Le roi de coeur (De Broca, 1966), Le samouraï (Jean-Pierre Melville, 1967), The Comedians (Glenville, 1967), Borsalino (Deray, 1969), Hibernatus/Vriezen we dood, dan vriezen we dood (Molinaro, 1969),

Start the Revolution without Me (Bud Yorkin, 1970), L’emmerdeur (Molinaro, 1973), Le magnifique (De Broca, 1973), Piaf! (Guy Casaril, 1973), Toute une vie (Claude Lelouch, 1973), Le corps de mon ennemi (Henri Verneuil, 1975), Emmanuelle 2, l’anti-vierge (Francis Giacobetti, 1975), Goodbye Emmanuelle (François Leterrier, 1977), Tendre poulet (De Broca, 1977), La petite fille en velours bleu/Little Girl in Blue Velvet (Alan Bridges, 1978), Un papillon sur l’épaule (Deray, 1978), A Little Romance (George Roy Hill, 1978) en The Man in the Iron Mask (Randall Wallace, 1997).

02 november 2011

Rijk de Gooyer

85, Amsterdam, 2 november, alvleesklierkanker

Nederlands acteur en komiek, eigenlijk Richard de Gooijer. Won drie Gouden Kalveren als beste acteur: een oeuvreprijs naar aanleiding van Sabine (René van Nie, 1982), voor Hoogste tijd (Frans Weisz, 1995) en Madelief: Krassen in het tafelblad (Ineke Houtman, 1998). De eerste weigerde hij te accepteren en schonk hij aan collega Rutger Hauer, zijn tegenspeler in Grijpstra en De Gier (Wim Verstappen, 1979). De tweede gooide hij op de A2 uit de auto, hetgeen vastgelegd werd in een klassiek geworden scène uit het tv-programma Taxi met Maarten Spanjer.

In zekere zin zou je De Gooyer de eerste professionele Nederlandse filmacteur kunnen noemen. Hij volgde een acteeropleiding in Berlijn aan de UFA-academie (1959-61) en speelde een kleine rol in de Duitse film Schachnovelle (Gerd Oswald, 1960), maar besteedde ook veel tijd aan een bijbaantje als spion voor de CIA in Oost-Berlijn. Het was niet zijn eerste internationale filmrol, want hij was ook al te zien in de reeks in Nederland opgenomen middellange spionagefilms Secret File, USA (1955). De gereformeerde Utrechtse bakkerszoon was in 1944 de frontlinie overgestoken om dienst te nemen in het Britse leger. Daarna werkte hij als radioverslaggever en komiek, bijvoorbeeld in de creatie van de plat Utrechts pratende Bartels voor het radioprogramma Showboat (AVRO). Zijn officiële filmdebuut was als pianist in Het wonderlijke leven van Willem Parel (Gerard Rutten, 1955).

De grootste bekendheid verwierf Rijk als de helft van een komisch duo met Johnny Kraaykamp, sterren van radio, tv en grammofoonplaat. Ze maakten samen de geflopte klucht Geen paniek (Ko Koedijk, 1973) en een allegorische episode in het vierluik naar Heere Heeresma’s Zwaarmoedige verhalen voor bij de centrale verwarming, getiteld Een winkelier keert niet weerom (Nouchka van Brakel, 1975). Tegen die tijd had De Gooyer echter ook al faam verworven als zelfstandig filmacteur, met hoofdrollen in bijvoorbeeld Kleren maken de man (Georg Jacoby, 1957), Rififi in Amsterdam (John Korporaal, 1962), De blanke slavin (Renee Daalder, 1969) en vooral de twee misdaadfilms van Weisz, De inbreker (1972) en Naakt over de schutting (1973). Ook trad hij af en toe op in een internationale productie, zoals The Wilby Conspiracy (Ralph Nelson, 1975), Nosferatu: Phantom der Nacht (Werner Herzog, 1979), The Lucky Star (Max Fischer, 1980) en Seven Graves for Rogan/A Time to Die (Matt Cimber, 1982). Voortbouwend op zijn vroege ervaringen werd De Gooyer, vooral na De inbreker, een van de herkenbare gezichten van de eerste bloeiperiode van de Nederlandse speelfilm, de jaren 70. Hij speelde vaak rechercheurs, vaderfiguren of, een geheim genoegen, foute Nederlanders of Duitse SD’ers in films over de Tweede Wereldoorlog.

Zijn filmografie bevat voorts titels als Rufus (Samuel Meyering, 1975), Soldaat van Oranje (Paul Verhoeven, 1977), De mantel der liefde (Adriaan Ditvoorst, 1978), Het verboden bacchanaal (Verstappen, 1981), Een vlucht regenwulpen (Ate de Jong, 1981), de korte film Rigor mortis (Dick Maas. 1981), Twee vorstinnen en een vorst (Otto Jongerius, 1981), Het 30 april-gevoel (Jurriën Rood, 1981), Hoge hakken, echte liefde (Dimitri Frenkel Frank, 1981), Vroeger kon je lachen (Bert Haanstra, 1983),

De zwarte ruiter (Verstappen, 1983), An Bloem (Peter Oosthoek, 1983), Schatjes! (Ruud van Hemert, 1984), Ciske de Rat (Guido Pieters, 1984), De prooi (Vivian Pieters, 1985), In de schaduw van de overwinning (De Jong, 1986), Mama is boos! (Van Hemert, 1986), Op hoop van zegen (Pieters, 1986), De ratelrat (Verstappen, 1987), Leedvermaak (Weisz, 1987), De avonden (Rudolf van den Berg, 1989), Bij nader inzien (Weisz, 1991), Filmpje! (Paul Ruven, 1995), De jurk (Alex van Warmerdam, 1996), De bal (Danny Deprez, 1999) en Qui vive (Weisz, 2001). Zijn laatste rol was in het slot van het drieluik naar stukken van Judith Herzberg, Happy End (Weisz, 2009).

De Gooyer was ook de hoofdrolspeler in een aantal televisieseries, zoals De Brekers (1985-88), Beppie (1989), In voor- en tegenspoed (1991-95) en Schoon goed (1999). Samen met Eelke de Jong schreef hij voor HP een fictief dagboek van een vermoeide journalist, dat voor televisie werd bewerkt tot de serie De eenzame oorlog van Koos Tak (1996). Over de non-conformistische levenswandel van de acteur, als practical joker en kroegtijger op De Kring, bestaan talloze anekdotes.

Bud Hoffman

81, Midwest City OK, 2 november, na een lange ziekte

 

Amerikaans editor, eigenlijk William H. Hoffman. Monteerde Torn Curtain (Alfred Hitchcock, 1966) en was eerder assistent van George Tomasini bij de montage van The Birds (Hitchcock, 1963). In vaste dienst bij Universal Studios werkte Hoffman voor televisie. Enkele filmcredits: The Hellcats (Robert F. Slatzer, 1968), Bigfoot (Slatzer, 1970), de documentaire American Reunion (Darren McGavin, 1976).

Leonard Stone

87, Encinitas CA, 2 november, kanker

 

Amerikaans bijrolacteur, pseudoniem van Leonard Steinbock. Bekendste rol als de vader van de in een bosbes veranderde Violet in de eerste verfilming van Roald Dahls Willy Wonka and the Chocolate Factory/Sjakie en de Chocoladefabriek (Mel Stuart, 1971). Veel televisierollen, films als The Mugger (William Berke, 1958), The Big Mouth (Jerry Lewis, 1967), A Man Called Dagger (Richard Rush, 1968), Getting Straight (Rush, 1970), Zigzag (Richard A. Colla, 1970), I Love My Wife (Stuart, 1970), Soylent Green (Richard Fleischer, 1973), Mame (Gene Saks, 1974) en Hardly Working (Lewis, 1980).